Het piept en kraakt bij Sotheby’s

Sotheby’s, 269 jaar oud moet drastisch moderniseren, zegt de grootste aandeelhouder

Veilingmeester Tobias Meyer tijdens de bieding voor De schreeuw van Edvard Munch in mei 2012. Meyer – die de contacten met rijke klanten onderhield – stapt nu op. Foto Corbis

„Sotheby’s is als een oud meesterwerk dat dringend moet worden gerestaureerd”, heeft Daniel Loeb onlangs gezegd. Loeb is de grootste aandeelhouder van Sotheby’s en hij is niet te spreken over de gang van zaken bij het 269 jaar oude veilinghuis.

Afgelopen weekend werd Loebs visie onderschreven met het vertrek van de succesvolle veilingmeester Tobias Meyer. Het nieuws choqueerde de Amerikaanse kunst- en veilingwereld; Meyer was Sotheby’s belangrijkste dealmaker, die voor honderden miljoenen dollars aan transacties binnenbracht.

Het beursgenoteerde Sotheby’s haalde eerder deze maand de voorpagina’s met een najaarsveiling die een record opbracht. Onder leiding van Meyer werd voor 380 miljoen dollar (280 miljoen euro) aan kunst verkocht. Maar tegelijkertijd wist aartsrivaal Christie’s, die in privéhanden is, een veel groter bedrag om te zetten: omgerekend 510 miljoen euro.

Prijzen boven 100 miljoen dollar

De groeiende achterstand van Sotheby’s is nog niet in de beurskoers te merken geweest. Hoewel de winst afneemt, stijgt de koers sinds 2009 gestaag . Sotheby’s doet het drie keer beter dan het gemiddelde bedrijf dat is opgenomen in S&P-index. De omzet steeg de afgelopen dertien jaar onder leiding van directeur William Ruprecht met 75 procent.

Toch is Loeb ontevreden. Met zijn hedgefonds Third Point bezit hij 9,3 procent van de aandelenen hij dringt aan op een koerswijzing – en op het vertrek van Ruprecht. De groei kan aanzienlijk beter, vindt Loeb. In Azië, op het internet en in hedendaagse kunst liggen kansen voor het veilinghuis, en dat zijn precies de terreinen waar Sotheby’s achterblijft.

Het veilinghuis blijft zich volgens kenners te zeer richten op de top van de kunstmarkt, waar schilderijen en andere objecten vele miljoenen dollars opbrengen. Dat is ook waar veilingmeester Meyer in uitblonk. Hij bracht schatrijke kopers binnen, onder wie modeontwerper Tom Ford en mediamagnaat S.I. Newhouse. In de afgelopen jaren verkocht Meyer drie werken voor ruim 100 miljoen dollar (73,80 miljoen euro) elk. Deze maand bracht het schilderij Silver Car Crash van Andy Warhol nog 105 miljoen dollar op. Vorig jaar werd een versie van De schreeuw van Edvard Munch voor bijna 120 miljoen dollar verkocht.

Handel in China

Maar te weinig aandacht voor goedkopere kunst heeft op de lange termijn een negatief effect, zei Jeff Rabin van adviesbedrijf Artvest in zakenblad Fortune: „Een focus op goedkopere werken is een goede manier om nieuwe klanten te trekken. Rijke mensen beginnen niet met kopen in het duurste segment.” Concurrent Christie’s bewijst dit door zich ook op lagere segmenten te richten – met veel succes.

Loeb gelooft in handel in China en meer handel via internet. Hij wil in de raad van bestuur komen om de leiding en de bedrijfsfilosofie van binnenuit aan te passen. Voorlopig heeft de top zich weten af te schermen met een zogenoemde gifpil; een belegger mag maximaal 10 procent van de aandelen hebben. Maar Loeb maakt zijn bezwaren publiekelijk duidelijk. Zo vestigt hij aandacht op interne geschillen, waaronder het vertrek van veilingmeester Meyer. Sotheby’s is zo al in de verdediging gedwongen, zei Jeff Rabin in Fortune. Verzamelaars die kunst kwijt willen „zullen Sotheby’s nog wel bellen, maar waarschijnlijk niet meer zo zeker van hun zaak zijn”.