Het Metropole Orkest redt zich

Het Metropole Orkest leek een jaar geleden ten dode opgeschreven. ‘Red Metropole Orkest’ was de kop boven een pessimistisch getoonzet commentaar in deze krant. Op het laatste moment wierp de Haagse politiek een reddingsboei toe. Kamerleden vonden toch nog een potje geld. Goed voor het orkest om het tot 2017 uit te zingen. Maar de implicatie was ook: zoek zelf naar nieuwe geldbronnen. Word zelfstandig. Het subsidie-infuus blijft niet onverkort vloeien.

Die boodschap lijkt te zijn overgekomen. Het Metropole, in 1945 opgericht, is niet langer slechts het orkest dat er voor de publieke omroepen was, zonder dat het ván die omroepen was. Muzikale veelzijdigheid was altijd al het kenmerk van het Metropole Orkest, zakelijke flexibiliteit is daar nu bijgekomen. De omroepen moeten tegenwoordig voor het orkest betalen en niets verhindert het Metropole ook de commerciële zenders te bedienen. Afgelopen vrijdag gebeurde dat voor het eerst met een optreden in het tv-programma The Voice of Holland van RTL. Weer een archaïsch taboe geslecht.

Ook verder moet het Metropole Orkest de boer op; hoe meer het zijn bestaansrecht bewijst, hoe meer de instandhouding van dit levende, culturele monument verzekerd is. Dit is van belang voor de periode die in 2017 ingaat. Dan hoopt het orkest in de culturele basisinfrastructuur te worden opgenomen en zo te worden onderworpen aan het oordeel van de Raad voor Cultuur.

Zoals van musea wordt verwacht dat ze ook voor eigen inkomsten zorgen, zal dat eveneens opgaan voor instellingen als het Metropole Orkest. De nieuwe chef-dirigent Jules Buckley lijkt van het besef doordrongen dat het orkest zich moet tonen. „Ik wil hippe artiesten en nieuwe frisse samenwerkingen”, zei hij gisteren in deze krant. Nu begeleidde het orkest eerder al uiteenlopende artiesten als Ella Fitzgerald, Bono, John Scofield, Within Temptation en Paul de Leeuw. Dat moet dus kunnen lukken, zonder dat het orkest de klassieke taken waarmee het vermaard is geworden, verwaarloost.