Column

Het Grote Oor

Het dorpje Burum in Friesland telt 615 inwoners, zeggen ze, maar deze maandagmiddag was er geen kip. De straten waren leeg. Het hotel was gesloten. Op de plek waar volgens Google een kroeg moest zitten, zat geen kroeg – wel een woonhuis met mos op de kozijnen. Rondom het oude hervormde kerkje heerste stilte. De namen op de grafzerken: Westra, Hoekstra, Boonstra.

Waar was iedereen? Of werd je hier vanachter gordijnen soms bespied?

Ik kwam hier dankzij Snowden, de klokkenluider. Zaterdag kwam deze krant met de eerste onthullingen over de Amerikaanse spionage. Heel de wereld las die dag nrc.nl. Alleen de Volkskrant bracht snel een berichtje op de site dat ze het eigenlijk allemaal allang wisten – had het dan verteld, zou je zeggen.

Ik las zaterdag over de spionagedienst NSO, de Nederlandse NSA. Kende ik nog niet, dus keek ik op Wikipedia, waar een foto stond van een weiland tjokvol enorme satellietschotels, sommigen met een doorsnede van ruim 30 meter.

Dat was het NSO-afluisterstation bij Burum. Die schotels onderschepten het konkelfoezen van de hele wereld. Bijnaam: ‘It Greate Ear’ – Fries voor het Grote Oor. Mooi poëtisch, het klonk een beetje als het Boze Oog, of als het oor van de Grote Vriendelijke Reus.

Als je aan komt rijden bij het spionagedorpje lijken de schotels in het weiland net een kunstwerk, een beeldentuin.

In het dorp zelf trof ik na een kwartier eindelijk een inwoner. Hij woonde hier nog maar net, het was „een doods dorp”, zei hij, maar ik kon het misschien even proberen bij zijn buren.

Ding dong. Mevrouw Triemstra onthaalde me met een hartelijkheid alsof al op me wachtte. In de gang hingen twee ingelijste luchtfoto’s van het satellietstation. Ze stelde me voor aan meneer Triemstra, die met graagte begon te vertellen.

Hij was hier in ’43 geboren, in dit huis zelfs. Als tiener werkte hij als knecht bij de boer op wiens weiland het satellietstation ooit gebouwd was door de PTT. Later kwam hij wel eens op het terrein voor onderhoudswerk, maar toen Defensie kwam, kwamen er ook hekken – je kon er niet meer op.

„Momenteel hoor je dat de Amerikanen ons allemaal afluisteren, en al die troep meer, dus nou ja: dat zal hier ook wel zijn.” Niemand wist het. En ach, hij had niks te verbergen.

Hij had juist veel te vertellen, elk oor was welkom, leek wel. Hij toonde twee oude ansichtkaarten, ééntje van de oude korenmolen die vorig jaar afbrandde, dat had nog het journaal gehaald. En de ander van het satellietstation. Dat waren de twee attracties van het dorp, waar verder steeds minder vertier was. Vlak na de oorlog had je hier nog zes kruidenierswinkels, twee slagers, drie bakkers, een kapper, een kroeg, een dokter. Allemaal weg.

Het was nu stil op straat. Zo stil, dat je hier de hele wereld kon horen.