Grover’s Mill

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft wekelijks over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

En nu onderbreken we het optreden van Ramon Raquello en zijn orkest voor een speciaal nieuwsbulletin: Allemachtig, er komt iets uit de schaduw gekronkeld dat lijkt op een grijze slang. Nu komt er nog een, en nog een. Ze zien eruit als tentakels. Nu zie ik het lichaam van het ding. Het is groot, zo groot als een beer en glinstert als nat leer. Maar, dat gezicht, dames en heren, dat… valt niet te beschrijven. Ik moet mezelf dwingen ernaar te kijken. De ogen zijn zwart, de V-vormige mond, waar speeksel uit druipt, heeft lippen zonder rand.

De Marsmannen zijn geland in New Jersey, hebben 7.000 soldaten vermoord, marcheren door de Watchung-heuvels, terwijl ze dodelijke stralen afschieten. We schakelen over naar Princeton, waar professor Pierson, een toonaangevende astronoom, werkt. Professor Pierson, wat vindt u ervan?

Dit was de strekking van de radio-uitzending die 75 jaar geleden geheel Amerika in paniek bracht. De 23-jarige Orson Welles had het boek War of the Worlds bewerkt tot een hoorspel waarin Marsmannen de staat New Jersey aanvielen, op weg naar New York. Ze waren geland in het slaperige gehucht Grover’s Mill, een paar mijl hiervandaan.

De timing was perfect. Het was 1938. Hitler was aan de macht. De grote depressie was nog niet afgelopen. De Hindenburg was het jaar daarvoor ontploft, boven New Jersey. Een wereldoorlog hing in de lucht. Een paar dagen ervoor had een astronoom leven op Mars voorspeld. Tv was er nog niet. Men luisterde naar de radio, voor entertainment en informatie. Het kwam niet in mensen op te denken dat ze voor de gek werden gehouden.

Duizenden mensen belden de politie met vragen over hoe ze zich konden wapenen tegen deze invallers. Telefoonverbindingen vielen uit, wat de paniek alleen maar erger maakte. In Indianapolis rende een vrouw een kerk binnen terwijl ze schreeuwde: „New York is vernietigd. Het einde van de wereld is gekomen. Ik hoorde het op de radio. Je kunt net zo goed naar huis gaan om te sterven.” De kerk sloot meteen de deuren.

Wat bedoeld was als een grap, een manier om aandacht te trekken voor een show, werd een fenomeen. Orson Welles, die publiekelijk zijn excuses moest aanbieden, vestigde zijn naam. Drie jaar daarna maakte hij Citizen Kane, volgens velen de beste film ooit.

Op een rustige ochtend wandel ik door Grover’s Mill, het dorpje dat door de scriptschrijver werd gekozen toen hij met zijn ogen dicht een potlood prikte op de kaart van New Jersey. De watertoren staat er nog, met kogelgaten. Een boer zag hem die avond aan voor een ruimteschip uit Mars en beschoot hem met een dubbelloopsgeweer.

In Grover’s Mill Coffee House & Roastery drink ik koffie uit een beker versierd met tentakels. Het is als een museumpje ingericht. Aan de muren hangen oorspronkelijke krantenartikelen. „Radioluisteraars in paniek, velen ontvluchten ‘gasaanval uit Mars’”, kopte The New York Times. Er liggen schaalmodellen van Marsmannen en ruimteschepen, en zo’n enorme houten radio uit die tijd.

Het is vredig in het parkje. Ganzen strijken neer in de vijver. Naast een bank staat een monument: een plaquette van koper. Een vader, moeder en bang kind luisteren naar de radio, die in het midden van de kamer is geposteerd. Daarachter staat Orson Welles vanachter een katheder te orakelen. Dit geheel wordt in de greep gehouden door de enge tentakels van een ruimtewezen. Grover’s Mill, beroemd geworden als het stadje waar de Marsmannetjes niet landden.