Geloofwaardige provoversie ‘Carmen’

De vrijgevochten zigeunerin Carmen als zelfbewust Hollands hippiemeisje: regisseursduo Leopold Witte en Geert Lageveen verplaatst de handeling van Bizets opera van negentiende-eeuws Sevilla naar de provojaren. Vrijheid blijheid voert lang de boventoon, maar de Carmen van Opera Zuid opent met een duister voorteken dat zijn uitwerking niet mist.

Mezzo Janneke Schaareman zet Carmen verleidelijk en eigenzinnig neer. Helaas ontbeert Schaaremans mooie maar lichte stem de dwingende furie van haar verschijning – Carmens aria’s blijven een tikje braaf.

De Braziliaanse tenor Fabiano Cordeiro, als de sergeant die voor Carmen deserteert, maakt de meeste indruk. Het kluchtige karakter verschuift geloofwaardig naar een psychologische studie van zijn getormenteerde ziel. Tot in haar gewelddadige dood is Carmen vrij en ongenaakbaar. De tragedie is die van Don José, die zo veel vrijheid niet aankan.

Hilarisch was de entree van rivaal Escamillo (bariton Martijn Sanders) als rockster, in een zilveren glitterpakje, ingeluid door scheurende gitaarsolo. Vooral de zorgvuldig geregisseerde ensembles waren een genot voor oor en oog.