En weer verliest Obama van Iran

Het atoomakkoord met Iran is handig gespeeld door de mullahs. Hun ideologie blijft echter dezelfde, meent Mia Doornaert.

illustratie ruben l. oppenheimer

‘Historisch’ is het akkoord met Iran over de beteugeling van zijn nucleaire programma. Als John Kerry het zelf zegt, zal het wel waar zijn. Alleen is het zeer de vraag welke richting de geschiedenis ermee uitgaat. Feit is dat opnieuw een lijn is weggevaagd die Amerika in het zand getrokken had. Iran moest zijn programma voor verrijking van uranium stopzetten. Niet alleen Amerika eiste dat, er zijn ook zes daartoe strekkende resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. En wat doet het verdrag? Het bevestigt de facto dat Iran het recht heeft uranium te verrijken.

President Hassan Rohani haalt zijn slag binnen. Hij heeft concessies gedaan, over de mate van verrijking, over de beperking van het programma, over inspecties. Maar Iran heeft al vaak – en met succes – onderhandelaars en inspecteurs van het kastje naar de muur gestuurd. Wie zegt dat het nu anders wordt? Bovendien, dit akkoord is maar een voorlopige aanzet, van zes maanden, naar een alomvattend verdrag. Stel dat dit grote verdrag er niet komt, wat dan? Dan kan de zogenaamde internationale gemeenschap niet aan Iran een recht op verrijking van uranium ontzeggen dat ze nu feitelijk heeft erkend.

Een goed jaar geleden trok Obama een andere lijn in het zand. Hij zou niet dulden dat in Syrië gifwapens gebruikt werden. President Bashir al-Assad stapte brutaal over die lijn heen. Obama stond voor schut. Hij werd gered door Vladimir Poetin van Rusland die Assad ertoe bracht zijn chemische wapens onder internationale controle te plaatsen en te laten vernietigen. Poetin was de grote winnaar in die operatie. Hij realiseerde de krachttoer dat zijn bondgenoot Assad in de plaats van een paria een partner voor ontwapening van de VN werd. Eenzelfde ontwikkeling gebeurt nu met Iran. Het mag uranium blijven verrijken, maar onder internationaal toezicht. De theocratische mullarchie wint de principestrijd, krijgt binnenlands meer armslag dankzij de gedeeltelijk opheffing van de sancties, en wordt internationaal respectabel(er).

Het Iraanse regime is echter wel van stijl maar daarom niet van ideologie veranderd. Totalitaire ideologen blijven totalitaire ideologen, of ze nu fascistisch of communistisch of theocratisch zijn. Er bestaan geen totalitaire gematigden, er bestaan wel ideologen die slimmere tactici zijn.

De ayatollahs beseffen dat de primaire stijl van de vorige president Ahmadinejad, die riep dat Israël vernietigd moet worden, contraproductief werkte. Dus glimlachen Rohani en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Javad Zarif, ze twitteren en facebooken. Maar of ze nu schelden of glimlachen, de Iraanse leiders delen de afkeer van Amerika en het Westen – niet om wat we doen, maar om wat we zijn. Concessies over hun nucleaire programma betekenen geen interne versoepeling of nauwere banden met het Westen. Ze zijn als de dood voor besmetting met onze ideeën van vrijheid en ons ‘zedeloos’ gedrag.

Medewerkers van Obama vergeleken het akkoord met Iran al met het visionaire bezoek van president Richard Nixon aan China in 1972. Dat raakt kant noch wal. Die toenadering paste in een strategische visie, waarin beide landen door hun normalisatie een tegengewicht tot stand brachten tegen de Sovjet-Unie. Ook koesterden Nixon en zijn adviseur, Henry Kissinger, geen enkele illusie dat die toenadering tot interne veranderingen in China kon en moest leiden. Wat ook niet gebeurde. Een betere Aziatische vergelijking is die met de akkoorden van president Bill Clinton met Noord-Korea. In ruil voor hulp en een versoepeling van de economische sancties beloofde Pjongjang in 1994 af te zien van verrijking van uranium. Toen het akkoord in 2002 implodeerde bleek dat Noord-Korea het al die tijd had geschonden en uranium bleef verrijken voor de atoombom die het intussen ontwikkeld heeft.

Iran is Noord-Korea niet, maar ook daar zijn er vragen over geheime installaties die aan het oog van controleurs onttrokken kunnen worden. Obama’s toenadering past ook niet in een duidelijke strategische visie. De twee weggevaagde lijnen in het zand hebben de eerbiedwaardigheid vergroot van twee regimes, het Syrische en het Iraanse, die tegenstanders van Amerika zijn. Poetin is de staatsman die zijn bondgenoten efficiënt kan steunen en in het zadel houden. Daarentegen zijn Israël en Saoedi-Arabië, bondgenoten van Amerika, verontrust over het akkoord met Iran omdat ze denken dat Obama te veel illusies heeft over de Iraanse leiding. Een diplomatieke grand design is daarin niet te ontwaren.

Natuurlijk valt te hopen dat het voorlopige akkoord uitmondt in een breder verdrag dat Irans nucleaire ambities definitief inperkt. Maar zeker is dat niet. Begin 2017 is Obama geen president meer. Niet hij zal geconfronteerd worden met de verscheurende keuze wat te doen als Iran een nieuwe lijn in het zand overschrijdt, en toch de bom gaat maken.