Dubbel collegegeld voor uitblinkers is een domme zet

Niveaudaling krikte het aantal hoogopgeleiden kunstmatig op. Maar getalenteerde studenten worden nu niet meer bediend, ziet Leo Prick.

Minister Bussemaker (PvdA) heeft besloten universiteiten toestemming te verlenen om excellente studenten dubbel collegegeld te laten betalen. Voor die 1900 euro extra krijgen zij dan intensief en uitdagend onderwijs. Daarmee erkent ze dat het gewone onderwijs zo ver is afgedreven van wat een goede student mag verwachten, dat universiteiten niet meer in staat zijn deze naar behoren te bedienen.

Het illustreert tevens de desastreuze gevolgen van de befaamde Lissabon-agenda waarbij in maart 2000 werd besloten dat Europa in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie in de wereld moest zijn. Deze agenda indachtig, werden universiteiten gestimuleerd om zo veel mogelijk studenten in zo kort mogelijke tijd een diploma te bezorgen. In Nederland, waar het onderwijs sterk is gedemocratiseerd, kun je het aantal hoger opgeleiden alleen maar drastisch verhogen door de eisen te verlagen. Dat hebben we inmiddels blijkbaar zozeer gedaan dat de behoefte is ontstaan aan een nieuwe categorie hoogopgeleiden, namelijk die van de nog hoger opgeleiden. Veel opleidingen zijn voor de betere studenten niet uitdagend genoeg meer. Dat probleem los je echter niet op door binnen een studie het onderwijs op twee niveaus aan te bieden en al helemaal niet door de ene duurder te maken dan de andere. ,,Studeer jij gewoon of excellent?” – ,,Gewoon natuurlijk, dat vind ik al duur genoeg.”

Nederlandse studenten besteden gemiddeld 31 uur per week aan hun studie. Bij studies met veel stages en practica, vooral technische opleidingen, ligt dat aantal hoger. Dat zijn veelal opleidingen waar ook studenten met een mbo- of havo-opleiding via een hbo-propedeuse terecht kunnen. Waar een opleiding is afgestemd op studenten van zeer verschillende niveaus, komen excellente studenten uiteraard niet aan hun trekken.

Nu ze er niet in zijn geslaagd de boel bij elkaar te houden, zullen universiteiten keuzes moeten maken. Niet door naast de reguliere tweederangs ook eersterangs studies aan te bieden, maar door opleidingen zo in te richten dat die ook voor excellente studenten interessant worden. Daartoe moeten zij zich zodanig profileren dat een student niet langer economie gaat studeren, maar ervoor kiest om aan een bepaalde universiteit een bepaalde opleiding economie te volgen. Omdat geen enkele universiteit als tweede keus wil worden aangemerkt, wordt daarmee onderwijs weer belangrijk, en omdat gemotiveerde studenten bepalend zijn voor de kwaliteit, zullen universiteiten hun best doen die studenten aan te trekken. Zoals we dat zien in Amerika, nog steeds het land van de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie, waar talloze academic of merit scholarships worden aangeboden voor de betere studenten. Deze beurzen worden gefinancierd door de centrale overheid, door de universiteiten zelf of door daaraan gelieerde stichtingen, door bedrijven en talloze anderen. Elke universiteit probeert daar zo veel mogelijk getalenteerde studenten te werven. De 5 tot 10 procent beste highschool-leerlingen komen daar vanzelfsprekend voor in aanmerking, maar daarnaast ook studenten met specifieke talenten. En wat doen wij met onze uitblinkers? Wij laten ze het dubbele betalen.