Die belasting is er voor iedereen

Door een gat in de Europese wetgeving betalen grote bedrijven te weinig of geen belasting.

Dichten, zegt de eurocommissaris.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Naar schatting duizend miljard euro. Dat is het fabuleuze bedrag dat alle Europese burgers samen jaarlijks mislopen door belastingfraude, belastingparadijzen en ‘agressieve belastingplanning’.

„Ik heb in de afgelopen maanden van Europese regeringsleiders gehoord dat ze vastbesloten zijn om daar wat aan te doen”, zegt eurocommissaris Algirdas Semeta (Belastingen). „Maar dat is niet genoeg. Nu moeten ze ook echt in actie komen.”

De uit Litouwen afkomstige Semeta gaf gisteren een voorzet: hij presenteerde een plan om een maas in de Europese belastingwetgeving te dichten die door grote, grensoverschrijdende bedrijven wordt misbruikt. „Burgers willen ook multinationals belasting zien betalen”, zei Semeta. „We bieden bedrijven alle voordelen van de interne markt. In ruil moeten zij een eerlijke bijdrage leveren aan de publieksfinanciën. We kunnen ons geen parasieten meer veroorloven die grote winsten opstrijken in de EU zonder bij te dragen aan de publieke portemonnee.”

Met het plan komt de Europese Commissie tegemoet aan de sinds de financiële crisis snel gegroeide kritiek op multinationals als Apple, Google en Starbucks die er met legale, maar omstreden constructies in slagen om nauwelijks belasting te betalen. Andere bedrijven en burgers gaan ondertussen gebukt onder belastingverhogingen.

Verschillende Europese lidstaten spelen een dubieuze rol bij het faciliteren van ‘belastingminimalisatie’, zoals het chic wordt genoemd. Semeta wilde gisteren tijdens de persconferentie niet zeggen welke, maar onder zijn ambtenaren worden vooral Nederland en Luxemburg genoemd. „Dat is wel duidelijk”, zegt een van hen desgevraagd.

Twee keer geen belasting betalen

Nederland telt veel brievenbusfirma’s (12.000) en honderden bilaterale belasting- en investeringsverdragen. Daardoor kunnen bedrijven uit de hele wereld gebruikmaken van het gunstige belastingklimaat, ook bedrijven die niet of nauwelijks bijdragen aan de ‘echte’ economie. In augustus concludeerde het Centraal Planbureau (CPB) in een onderzoek dat Nederland weliswaar geen belastingparadijs is – in de zin dat het geen eindbestemming van geldstromen is – maar wel een belangrijk ‘doorsluisland’.

De maas die Semeta wil dichten, zit in een richtlijn uit 1990, die beschrijft hoe er met buitenlandse dochters van bedrijven dient te worden omgegaan. Om te voorkomen dat winsten en dividenden hieruit twee keer belast zouden worden, in twee landen, kwam er een vrijstelling: alleen het moederbedrijf zou worden aangeslagen, in het eigen land.

Een goedbedoeld idee, twee keer voor hetzelfde betalen is oneerlijk. In de praktijk slagen bedrijven er echter in om twee keer helemaal niet te betalen. Met behulp van brievenbusfirma’s worden dividenden en winsten omgezet in schulden en verliezen, waarover geen belasting hoeft te worden betaald. Dat kan straks niet meer.

Wereldwijde aanpak

De Europese Commissie wil bovendien dat in alle lidstaten een ‘antimisbruikregel’ wordt ingevoerd. Met zo’n regel kan een lidstaat die zich benadeeld voelt door soepelere regels in een ander land, alsnog belasting heffen. Bijvoorbeeld als er duidelijke aanwijzingen zijn dat een bepaalde constructie is opgezet voor belastingontwijking. Dit moet volgens Semeta leiden tot „eerlijkere begrotingsinkomsten en eerlijkere concurrentie tussen bedrijven”. Oftewel: de ene lidstaat moet de ander niet het brood uit de mond stoten met gewiekst belastingbeleid.

De eurocommissaris wil dat de aanpassingen in de moeder-dochterrichtlijn uiterlijk eind volgend jaar zijn doorgevoerd. Maar het gaat voorlopig om voorstellen: de lidstaten en het Europees Parlement moeten zich er ook over uitspreken. Niet iedereen is enthousiast: het Nederlandse standpunt is doorgaans dat de aanpak van belastingontwijking alleen zin heeft op wereldwijde schaal, als álle landen meedoen.

Bovendien lossen de plannen maar een deel van het probleem op: belastingontwijking is er in vele soorten en matsmaken. Een van de meest spraakmakende, waarbij dochters hun winst via brievenbusfirma’s overmaken als (onbelaste) royalty’s voor het gebruik van merknamen en bedrijfsconcepten, wordt niet aangepakt. Nog niet, want de Europese Commissie is hier wel mee bezig.

„Baanbrekende” plannen

De echte ‘big bang’, zeggen ambtenaren van de Commissie, moet nog komen. Eerder dit jaar besloot de G20, de club van 19 grootste industrielanden plus de EU, om maatregelen te nemen tegen fiscale vluchtroutes. In juli presenteerde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) hiervoor een actieplan, dat binnen een of twee jaar moet zijn uitgevoerd.

Semeta noemde deze ontwikkelingen gisteren „baanbrekend”. Hij wil ze actief ondersteunen en de uitkomst ervan niet afwachten. „De bijdrage van de EU aan het bereiken van consensus is cruciaal. De indrukwekkende toezeggingen die internationaal zijn gedaan moeten nu worden omgezet in indrukwekkende resultaten.”