De meiden uit de derde rommelen nog wat, maar verder gaat het goed

Het Huygens College werkte een jaar aan de veiligheid. Nu is het er rustig.

Leerlingen van het Huygens College ruimen zwerfvuil in maart dit jaar. Samen met bewoners gingen ze de buurt in. Foto Hollandse Hoogte

De wethouder is te laat en teammanager Frans Meijer vult met voorpret het telaatbriefje in bij de conciërge. Als Pieter Hilhorst (onderwijs en financiën, PvdA) een leerling was geweest op het Amsterdamse Huygens College, had hij zich morgen om acht uur moeten melden. Op het Huygens nemen ze geen halve maatregelen meer.

De vmbo-school in Amsterdam-West heeft een heftig jaar achter de rug. Begin december bleek dat enkele leerlingen betrokken waren bij de dood op het voetbalveld van grensrechter Richard Nieuwenhuizen in Almere. Medescholieren steunden hen met stoere tweets („Yassine is een soldaat”) en de school werd bedolven onder de aandacht van PowNews en Jakhalzen die jongetjes liefst door het hek filmden met de capuchon over hun ogen getrokken. Eind december kwamen buurtbewoners met klachten over een groepje zich misdragende leerlingen naar buiten. En nog diezelfde maand besloot Hilhorst dat de school moest worden ondersteund door een schoolveiligheidsteam – inclusief politieagent.

In mei stond in deze krant een dag uit de praktijk van politieagent Eveline. Dat was net in een week met de nodige incidenten en oplaaiende meisjesruzies. Een leerlinge werd betrapt met een busje traangas op zak. Meijer en Eveline voerden die dag een somber gesprekje over de resultaten van het schoolveiligheidsteam. „Het is sindsdien ook niet beter geworden”, zei de teammanager. „Nee”, zei de agent.

De school waar wethouder Hilhorst deze ochtend vijf minuten te laat binnenloopt, ziet er compleet anders uit dan die in mei. Weg zijn de lege dozen, de kapotte tafels en de papierrollen die onder de trap waren gestouwd en waarvan agent Eveline zei: „Zo maak je het wel heel makkelijk voor leerlingen om iets te verstoppen.” Weg zijn de auto’s die lomp op het schoolplein geparkeerd stonden. Nu staan er picknicktafels op het plein, prullenbakken en echte banken. Het lijkt wel of de gangen in november lichter zijn dan in mei. Kan kloppen, zegt Roy de Haan, de nieuwe directeur, er is verlichting aangebracht en in de lokaaldeuren zit nu glas zodat in de gangen licht van buiten doordringt.

Rust, regelmaat, orde en gezag. Dat is de mantra die de schoolleiding deze ochtend herhaalt. „We zitten er sneller bovenop”, zegt De Haan. Hij staat elke ochtend bij de deur om zijn leerlingen een hand te geven. Het helpt ook dat het er sinds de zomer zo’n honderd minder zijn dan vorig jaar: 550. Door alle publiciteit waren er minder aanmeldingen en de school was extra kritisch bij het aannemen van leerlingen die van andere middelbare scholen kwamen.

Het blijft wel rommelen rond de meiden in de derde, die vorig jaar permanent op oorlogspad waren. Maar eentje van hen is van school gegaan en de anderen zijn uit elkaar gehaald. „Het is relaxter”, zegt agent Eveline. „De leerlingen zitten beter in hun vel.” Van de buurtbewoners komen geen klachten meer. Deze ochtend prikken twee teams van leerlingen afval van straat.

De school heeft specialisten ingehuurd die met de klassen „socratische gesprekken” voeren. Juist op de ochtend dat de wethouder komt, krijgen de leerlingen hun certificaat. Ze zitten in een halve kring in de klas, Hilhorst geeft ze allemaal een hand, vraagt wie weet wat een wethouder is (één vinger omhoog: „De baas van Amsterdam”) en gaat zitten om te luisteren.

Fehd, jong, gepommadeerd haar en een woeste baard, zegt tegen de groep dat het moeilijk is te „delen”. „Er wordt niet gepraat over problemen. Dat zit niet in de cultuur. Toch? Waarom niet?” Hassan, zacht: „Je hebt geen vertrouwen.” Jongens willen stoer zijn. „Je bent bigi man”, zegt Fehd. „Voel je die hardheid?” Geknik.

Vorige week donderdag was een heftige les, daar is iedereen het over eens. Wat was er zo bijzonder, wil de wethouder weten. Er zaten twee klassen bij elkaar en ze hadden elkaar beloofd dat ze vrijuit konden spreken, dat alles wat gezegd werd binnenskamers zou blijven en dat ze het later niet tegen elkaar zouden gebruiken, ook niet als grapje. Na afloop gingen ze met rode oogjes weg, zegt Fatima. Ja, ook de jongens, geven ze na enig aandringen toe. Eentje had hoofdpijn gekregen. „Ik heb nu ietsje meer vertrouwen in de andere meisjes”, zegt Dounia.

Hilhorst vraagt aan twee meisjes: „Waarom dragen jullie dat?” Hij wijst naar hun T-shirt waar Fuck You op staat, met een omgekeerde C, en yolo eronder – you only live once. Ze halen hun schouders op. „Mode.” „Het is apart.”

Hoe denken ze dat de mensen op straat hen zien, vraagt Hilhorst. Hoe denk je, vraagt Fehd, dat een mevrouw die om elf uur ’s avonds haar hondje uitlaat reageert als ze een jongen ziet aankomen met een capuchon over zijn hoofd en hard pratend in zijn telefoon? Ja, ze snappen dat die mevrouw dan misschien angstig is. Maar, zegt Volkan, „ik zeg eerlijk, een Nederlander die daar loopt, wordt anders bekeken dan een Marokkaan.” Fatima: „Een ouder iemand moet nooit zijn angst laten zien aan jongeren. Dan heb ik de macht over hem.”

Hilhorst schiet overeind. „Dit raakt mij”, zegt hij. „Mácht over hem – dat is toch een onveilige manier om naar de wereld te kijken?”

Dan reikt Hilhorst de certificaten uit. Precious komt naar voren. De fotograaf ook. „Neeee! Ik zie er niet uit”, roept ze. „Je bent prachtig”, zegt de wethouder. Als Amir in zijn witte trainingspak zijn certificaat in handen heeft, loopt hij terug naar de andere jongens. Hij maakt met zijn rechter wijsvinger een dwingend gebaar omlaag: ík heb dit gehaald.

Napratend met de schoolleiding, de leerplichtambtenaren en de politie concludeert Hilhorst dat de school weer op eigen benen kan staan en dat de maatregel van het schoolveiligheidsteam kan worden opgeheven. Elf maanden, dat is een snelheidsrecord.