De datajournalist: tikken leert hij niet

Schrijvende studenten journalistiek komen moeilijk aan de bak, maar de datajournalist kan overal terecht.

Ze komen uit alle hoeken van de wereld, de studenten van de master Data Journalism. De Universiteit van Tilburg begon in 2012 met de Engelstalige opleiding, de eerste lichting van vijftien studenten is net afgestudeerd. De universiteit had een interne en externe motivatie om met de master te starten: ze wilden een verbinding tussen de opleidingen ICT en Communicatie, en zagen dat er in Nederland behoefte was aan datajournalisten. Het specialisme wordt gezien als een van de weinige groeisectoren binnen de media en het journalistieke onderwijs. Datajournalistiek is het nieuwe buzzword.

De opleiding in Tilburg is nog niet groot: er zijn vijf docenten, en veel vakken zijn ook een keuzevak voor andere studies. „Een vak als digital storytelling zou er zonder de master nooit gekomen zijn, maar is nu ook populair bij studenten bedrijfscommunicatie”, legt docent Hille van der Kaa uit. „Ik snap dat wel, het klinkt natuurlijk ook sexy.”

Wat de studenten niet leren, zegt ze, is schrijven of tv-maken. „Het curriculum is vrij academisch. Ze leren onderzoek doen en krijgen veel technische vakken als datamining en dataprocessing. Dingen die ze niet eerder hebben geleerd.” Veel hangt af van welke vaardigheden de studenten in hun vooropleiding hebben opgedaan. Er zijn ex-hbo’ers bij, die al veel stages hebben gelopen, maar ook „zeer analytische onderzoekers die niet goed een telefoon op durven te pakken om te bellen”, aldus Van der Kaa. In een ideale wereld zoeken die technische studenten straks in hun werkveld een meer ervaren schrijvend journalist op, en werken ze als duo.

Waar de studenten na de opleiding terechtkomen, is nog niet duidelijk. Maar er wordt om ze gestreden. De FIOD meldde zich al voor een samenwerking met de opleiding, hongerig naar data-analisten. De politie en de Belastingdienst ook. „Uiteindelijk doen we dat niet omdat we wel met de data mochten werken, maar er geen verhaal over mochten publiceren.”

Van der Kaa begrijpt wel waarom die instellingen haar studenten graag willen hebben. „Wetenschappelijke data-analisten denken anders dan onze studenten. Ze gaan uit van een hypothese. Als zij een wit veldje zien in hun databestand, willen ze het liefst dat dat er niet is, want dan klopt er iets niet. Datajournalisten willen juist het verhaal achter dat witte veldje weten.”