Banken krijgen ‘ijzeren dame’ als oppertoezichthouder

Française wordt eerste baas van toezicht op Europese grootbanken.

Foto bloomberg

Ze is „onbuigzaam”, „ultracompetent”, „veeleisend” en een „keiharde werker”. De kwalificaties die de laatste maanden in de Franse kranten verschenen over Danièle Nouy, de beoogde voorzitter van het Europees bankentoezicht, zijn louter positief. Maar de vrouw die buiten de schijnwerpers bijna veertig jaar een sleutelrol in het bankentoezicht vervulde, is ook in Frankrijk buiten bankierskringen nauwelijks bekend.

Vorige week werd de 63-jarige Française door het bestuur van de Europese Centrale Bank voorgedragen en morgen verschijnt ze voor de economische commissie van het Europees Parlement, waarna ze waarschijnlijk binnenkort officieel benoemd kan worden. Al sinds de nieuwe functie gecreëerd is, zingt haar naam rond.

Nouy wordt de baas van het ‘Single Supervisory Mechanism’, dat vanuit Frankfurt toezicht zal houden op ongeveer 130 grootbanken in Europa. Haar benoeming is een belangrijke stap op weg naar de Europese bankenunie, die het steeds meer internationaal verweven bankwezen met gelijkgeschakeld toezicht voor nieuwe crises moet behoeden. Het Europese toezicht zal na nieuwe stresstests in november 2014 van start gaan.

De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker praatte vlak voor zijn vertrek als voorzitter van de eurogroep, in januari, zijn mond voorbij. „Ik ben er helemaal voor dat we een vrouwelijke vertegenwoordiger voor het toezichtmechanisme krijgen”, zei Juncker. „Dat zal gebeuren en ze zal een Française zijn.”

Zijn uitspraken voedden de geruchten dat Frankrijk gecompenseerd moest worden na de benoeming van Jeroen Dijsselbloem als Junckers opvolger. Maar dat maakt de ‘ijzeren dame’ van de bankenwereld, zoals Le Figaro haar noemde, niet minder geschikt. Nouy, die meteen na haar studies politicologie en rechten op haar 24ste bij de Banque de France begon, waar overigens ook haar vader werkte, heeft haar hele werkzame leven in het bankentoezicht geopereerd – niet alleen in Frankrijk, maar ook in internationale fora (Basels Comité).

Bij het begin van de bankencrisis in 2007 was ze terug in Frankrijk als secretaris-generaal van de Bankencommissie van de Banque de France. In die positie werd ze „gevreesd”, schreef Le Monde in januari. „Bankiers houden zich koest tegenover haar en dat is bepaald niet slecht in deze context”, vertrouwde een anonieme Europese bron de krant toe.

Al begin jaren negentig zou ze „exotische producten” van creatief denkende bankiers hebben tegengehouden en meteen in 2007, ruim een jaar voor de val van Lehman Brothers in New York, eiste ze van de Franse banken dat zij hun betrokkenheid bij Amerikaanse rommelhypotheken zouden openbaren.

Het was in dat licht wrang dat ze zich in 2008 moest verantwoorden in de Franse Senaat voor een affaire die aan het toeziend oog ontsnapt was: de rogue trader Jérôme Kerviel die met een verlies van een kleine vijf miljard euro bijna de Franse megabank Société Générale ten val bracht. De Bankencommissie „is niet als politieagent bij elke operatie” aanwezig, las ze in een van haar schaarse publieke optredens voor van een papiertje.

In 2010 benoemde toenmalig minister Christine Lagarde haar tot chef van de nieuwe Autorité de controle prudentiel (ACP), die namens de Franse centrale bank banken en verzekeraars in de gaten moest houden. Detail: haar echtgenoot is een zwaargewicht in de verzekeringswereld.

Wordt ze benoemd, dan is dat „een erkenning van de kwaliteit van de Franse supervisie”, zei ze eerder dit jaar in het huisorgaan van de ACP.