Alzheimer-gen verandert babybrein

Het APOE4-gen leidt al bij kinderen onder de twee jaar tot iets minder hersencellen en andere myeline.

In baby’s en peuters van nog geen twee jaar oud zijn al hersenveranderingen te zien als ze geboren zijn met een genvariant die de kans op Alzheimer later in het leven flink verhoogt. Deze baby’s met het zogenaamde APOE4-gen hebben minder hersencellen (grijze massa) in bepaalde hersendelen die bij de ziekte van Alzheimer beschadigd raken. Ook is de beschermende eiwithuls (myeline) rond hun zenuwvezels iets anders van samenstelling.

Het zijn voorlopige gegevens. Het is niet bekend of die hele vroege veranderingen ook echt de oorzaak zijn van Alzheimer. Het kan ook een ander, zelfs onschuldig effect van dat kansverhogende gen zijn. Maar toch, er is al heel vroeg in het leven een verandering zichtbaar. En dat is opzienbarend Het onderzoek werd gisteren online gepubliceerd werd in JAMA neurology.

Het gaat om een variant van het gen dat zorgt voor de fabricage van het eiwit APOE. Dat eiwit transporteert overal in het lichaam – in bloed, lever en hersenen – vetachtige stoffen, zoals cholesterol. Sinds de jaren negentig staat vast dat APOE4 de kans op Alzheimer flink vergroot.

Het APOE-gen bestaat in drie varianten: 2, 3 en 4. Het APOE2-gen beschermt zelfs tegen dementie. Maar als het APOE4-gen niet meer zou bestaan, halveert het aantal Alzheimerpatiënten.

Ruim een kwart van de Westerse bevolking heeft één APOE4-gen van zijn vader of moeder geërfd. Eén APOE4 verhoogt de kans op Alzheimer met een factor 3 tot 4 vergeleken met mensen die met twee exemplaren van het ‘neutrale’ APOE3-gen zijn geboren. Die laatsten zijn in de meerderheid: ongeveer 60 procent van alle mensen heeft die Alzheimerneutrale ‘dubbele APOE3’. Mensen met twee APOE4-genen (1 op de 50 mensen treft dat lot) hebben 15 keer meer kans op Alzheimer als mensen met twee APOE3-genen.

Alzheimer is vooral een ziekte onder oudere mensen. De vraag is altijd wanneer die ziekte begint. Duidelijk is dat de vernietigende eiwitophopingen (de plaques) in de hersenen al ontstaan voordat iemand last heeft van merkbaar geheugenverlies.

De speurtocht naar de eerste verschijnselen schoof de laatste jaren naar steeds jongere leeftijd. En is nu bij baby’s uitgekomen. Daar zijn de hersenen van APOE4-dragers op MRI-beelden al anders dan van kinderen zonder APOE4. Het verschil is te klein om het kind te kunnen diagnosticeren als APOE4-drager. Maar in het onderzoek onder 162 kinderen van 2 maanden tot 2 jaar oud (met 60 APOE4-dragers) waren de twee groepen duidelijk verschillend. Op MRI-beelden van jonge volwassenen en in hersenen van overleden leeftijdgenoten was eerder al verschil gezien.

Dat genvarianten die laat in het leven ziekte veroorzaken al vroeg invloed hebben, bleek ook uit eerder dit jaar gepubliceerd onderzoek onder 1 tot 3 maanden oude baby’s van psychiatrische patiënten. De onderzoekers keken naar vijf genvarianten die meer kans geven op een psychiatrische ziekte. Een daarvan was APOE4. En ook die hadden minder grijze stof.