Wetenschap is als een spel, eerlijk gedrag moet lonen

Succes van de wetenschapper valt nog te weinig samen met wetenschappelijk succes. Zet in op ‘game design’, schrijft Agali Mert.

Het is verleidelijk om frauderende wetenschappers weg te zetten als nietsontziende randverschijnselen en te verbannen uit de wetenschap. Maar als we eerlijkheid van spelers willen, dan kun je daar niet op vertrouwen. Dat weet iedere ontwerper van computergames. Eerlijkheid moet uitgelokt worden door het ontwerp van het spel. In Stockholm probeerde men het aantal snelheidsovertreders op een weg te reduceren door een ‘snelheidscameraloterij’ op te zetten. Iedereen die zich aan de snelheid hield, maakte kans op een geldprijs die werd betaald uit de bekeuringen van de snelheidsovertreders.

De gemiddelde snelheid daalde op die weg met 22 procent. Een goed spelontwerp gaat om het structureren van de ervaring. Er is niet zoiets simpels als het toevoegen van beloning of straf. In Israël probeerde een kinderdagverblijf de punctualiteit van de ouders te bevorderen door ze te beboeten als ze hun kind te laat ophaalden. Het gevolg was dat er meer dan een verdubbeling optrad van het aantal laatkomers: het te laat komen kon worden afgekocht en consumentisme werd onbedoeld in de hand gewerkt.

En als we excellente studenten meer collegegeld laten betalen voor excellent onderwijs is er een reëel risico dat we in plaats van kritische wetenschappers, eisende klanten kweken. De beste studenten zijn voor de wetenschap potentieel de fanatiekste spelers.

Het binnenhalen van deze groep dient daarom prioriteit te hebben en zo aantrekkelijk mogelijk te gebeuren. Eenmaal binnen moeten de beloningssystemen van hun breinen langdurig geactiveerd blijven, door net als in een spel de aangeboden uitdagingen af te stemmen op hun mogelijkheden en regelmatig grote frustrerende problemen in te bouwen die daadwerkelijk overwonnen kunnen worden. De huidige designers van de wetenschap zijn blijkbaar niet zo slim, want de opgeworpen drempel van hoger collegegeld is vanuit spelperspectief een bijzonder slecht stuk programmacode. In de wetenschap zijn de grote vraagstukken zo complex dat ze alleen door samenwerking oplosbaar zijn, maar universiteiten rekenen hun onderzoekers desalniettemin af op basis van individuele scores. Dit arbitraire scorebord, de H-index, geeft aan hoe vaak en in wat voor tijdschriften wetenschappelijke artikelen gepubliceerd en geciteerd worden. Ze zijn zo belangrijk dat ze de kans op subsidies zijn gaan bepalen en in het huidige universiteitsklimaat baanbehoud betekenen. De gedachte is dat alleen de besten overblijven. Een nobel idee, maar slechte spelmechanica.

De H-index lokt onbedoeld een gevecht tegen jezelf uit en niet tegen een wetenschappelijk probleem, want als de wetenschapper wordt beoordeeld op een hoge H-index, heeft hij er niet per definitie belang bij om goed onderzoek te doen: niet elk goed onderzoek is aantrekkelijk genoeg om gepubliceerd te worden.

Goed onderzoek wordt dan een van de mogelijkheden, een optie. Je kunt ook scoren door je collega’s te vragen of je co-auteur mag zijn of door resultaten uit je duim zuigen. Als scoreborden je status en baan bepalen, wordt opeens winnen belangrijk en is samenwerken misschien het domste wat je kunt doen. Competitieve gamers zullen zoeken naar zwakten in het spelontwerp en deze gaan gebruiken voor hun eigen status en positie. Daarom heb je bij elke interactieve multiplayer game moderators nodig, scheidsrechters die het gedrag van de spelers in de gaten houden en bij vermoeden op vals spel, ze al dan niet tijdelijk en zonder tegenspraak uit het spel kunnen verwijderen.

Sociale interacties, zoals de wetenschap, hebben alle kenmerken van een spel. Als we de beste studenten willen interesseren voor een wetenschappelijke carrière, wetenschappers langdurig gemotiveerd willen houden en eerlijkheid verlangen, is goed game design nodig dat het gewenste gedrag uitlokt en zonodig afdwingt.