Tussen verplichting en bijdrage

Klimaattoppen verlopen volgens een vast patroon. De rijke landen ventileren superieur hun goede bedoelingen. De armste landen, die wanhopig proberen hun hoofd boven water te houden, dreigen wel – maar niemand weet precies waarmee, want ze hebben niet veel te bieden.

En daar tussenin bevindt zich een grote groep die, afhankelijk van waar ze het meeste voordeel zien, soms aandringen op meer vaart en soms juist proberen de discussie zoveel mogelijk te traineren.

Daarnaast is er de afgelopen jaren een duidelijke trend zichtbaar, die het debat steeds verder verwijdert van waar het allemaal op begonnen was, namelijk de reductie van broeikasgassen (‘mitigation’). In plaats daarvan wordt gesproken over klimaatverandering als voldongen feit en hoe daarmee moet worden omgegaan. Eerst ging het alleen over aanpassing (‘adaptation’), maar inmiddels ook over wat te doen als aanpassing niet meer genoeg is (‘loss and damage’).

Zo ging het ook de afgelopen twee weken in Warschau. De toon werd gezet door de verwoestende tyfoon Haiyan. Dit is wat ons steeds vaker te wachten staat, zei de onderhandelaar van de Filippijnen met tranen in de ogen. Hij kondigde aan gedurende de top niet meer te eten, tenzij er serieus gesproken zou worden over schadevergoeding.

Daarna stond Warschau twee weken in het teken van ‘schade en verlies’. Dat verzandde in een debat over schuld en boete. Brazilië wilde wel eens weten wie historisch verantwoordelijk is voor de meeste CO2. Daar zou je een formule op los kunnen laten die ertoe leidt dat de vervuiler ook echt betaalt.

De VS, gesteund door Europa,  en een paar anderen voelden daar niets voor. En over ‘loss and damage’ mocht wat hen betreft best worden gesproken, maar alleen in het kader van het klimaatfonds, dat juist bedoeld is voor adaptatie en reductiebeleid (op het laatste moment is in Warschau nog besloten om in 2016 te kijken of dat wel een goed idee was).

Over dat fonds ging het natuurlijk ook. En de conclusie was: van die 100 miljard dollar die daar jaarlijks voor beschikbaar moet komen, is nog maar een schijntje toegezegd.

En, o ja, aan het eind werd ook nog even afgesproken dat alle deelnemers begin 2015 hun reductiebeloftes voor in 2020 bekend zouden maken. China wilde dat pas doen, nadat het strenge woord ‘commitment’ was vervangen door het veel vrijblijvender ‘contribution’.

Om te weten wat het verschil is tussen die twee, hoef je alleen maar te kijken naar het gemak waarmee Japan en Australië terugkwamen van hun eerder toegezegde ‘contribution’.

Na de ramp in Fukushima en de sluiting van kerncentrales kan Japan in 2020 nooit zijn reductie met 25 procent ten opzichte van 1990 halen. In plaats daarvan belooft Japan nu een reductie van 3,8 procent, maar dan ten opzichte van 2005 – wat neerkomt op een toename van de uitstoot met 3,1 procent ten opzichte van 1990.

In Australië vindt premier Tony Abbott de door zijjn voorganger ingevoerde belasting op kooldioxide en emissiehandel veel te duur. Hij mikt op nieuwe (deels nog niet functionerende) technologie om kooldioxide op te slaan. Wetenschappers van Climate Action Tracker hebben berekend dat dit neerkomt op een toename van de uitstoot met 12 procent in 2020 (ten opzichte van 2000), in plaats van de beloofde reductie met 5 procent.

Het UNFCCC, het klimaatbureau van de Verenigde Naties, concludeerde zaterdag dat de onderhandelingen ‘op het juiste spoor zitten voor een wereldwijd klimaatakkoord in 2015’.