Taalboeken voor Sinterklaas

raditiegetrouw besteedt deze rubriek kort voor Sinterklaas aandacht aan enkele interessante en/of leuke taalboeken.

Wim Coster en Janine Jager brengen in Pierewaaien op Nova Zembla (paperback, 144 blz., €14,95) in kaart welke woorden wij van de Russen leenden en andersom. Dit in het kader van het Ruslandjaar – bij verschijnen kon niemand bevroeden hoe rampzalig dit zou eindigen. Het gaat om korte stukjes over woorden als baboesjka (‘grootmoedertje, oud vrouwtje’), balalajka en karwats (‘stijve leren zweep’). Het boekje begint met een uitgebreide en interessante inleiding over de Nederlands-Russische betrekkingen.

René van Rijckevorsel brengt in Taalamuses. 126 × De woorden van het goede leven (paperback, 156 blz., €14,95) stukjes bijeen die hij eerder in Elsevier of andere tijdschriften publiceerde. Rode draad: „Door in te zoomen op de oorsprong en de originele betekenis van woorden die een belangrijke of minder belangrijke rol spelen in ons leven, worden kleine, soms grappige wetenswaardigheden belicht. Woorden en begrippen uit ons dagelijks bestaan krijgen een historische, sociologische en vaak verrassende context.”

In de afdeling naslagwerken zijn er twee die eruit springen. Om te beginnen het Woordenboek van het Nederlands in Suriname van 1667 tot 1876. De Nederlanders veroverden Suriname in 1667 op de Engelsen. Nederlands werd de voertaal, maar moest zich aanpassen aan een nieuwe omgeving met onbekende planten, dieren, etenswaren en leefgewoonten. De bioloog Jan van Donselaar, die eerder dit jaar overleed, was tientallen jaren bezig om de voorgeschiedenis van het moderne Surinaams-Nederlands in kaart te brengen. Dit verzorgd uitgegeven woordenboek (paperback, 292 blz., €25,-) bevat 2.100 woorden en verbindingen en is samengesteld door Nicoline van der Sijs. Dat de beschrijving eindigt omstreeks 1876 komt doordat toen de leerplicht in Suriname werd ingevoerd.

Een kleine greep uit de woorden waarvan de geschiedenis in dit boek uit de doeken wordt gedaan: pindakaas, bacove, groene kost (al van vóór 1863) en bakkeljauw (‘opgeweekte en aan repen gesneden stokvis, uit Noord-Amerika in vaten ingevoerd, aanvankelijk alleen als voedsel voor de slaven’).

Ook zeer de moeite waard is het Woordenboek van het Algemeen Onbeschaafd Nederlands van Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar (paperback, 350 blz., €16,99). „Dit woordenboek bevat woorden en uitdrukkingen die je vrijwel dagelijks hoort, leest of misschien zelf zegt, maar die je niet altijd zomaar kunt gebruiken, omdat ze niet door iedereen, in elk gezelschap of in elke situatie worden geaccepteerd”, heet het in de inleiding.

Eerste woord is aanduwen (een van de talloze synoniemen voor het voltrekken van de bijslaap), laatste woord is Zwitser, vanwege de uitdrukking zo zat als een Zwitser (‘stomdronken’) – overigens niet een uitdrukking die ik dagelijks hoor, zeg of lees. Mooi is dat de woorden achterin het boek thematisch zijn ontsloten. Zo staan bijvoorbeeld alle synoniemen voor ‘vagina’ en ‘penis’ bij elkaar; het zijn er heel wat. In totaal bevat dit boek ruim 7.000 woorden en uitdrukkingen over taboeonderwerpen als seks, ziekte, drank, misdaad en dood. Met een korte inleiding door Ronald Giphart die het een „geweldig” boek noemt.

Taalhistoricus en journalist Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.