Column

Simone Vandaag is het ieders pakkie-an

Even leek de schreeuw op een lach. Even leek het een spelletje, hoe hij aan haar haren trok.

Zelf liep ik ongeveer net

zo onhandig gearmd met een jongen die meekwam uit het café. We huppelden of zwalkten. Door onvast te bewegen hielden we ons staande in een wereld die krom leek, zoals je achterop de motor meebuigt in de bocht om niet onderuit te gaan.

Toen de elleboog van de jongen in het gezicht van het meisje stootte, was het spelletje voorbij.

„Hé!” riep ik.

Het weerhield hem niet van iets wat moeilijker te omschrijven is dan welke stomp ook: de jongen klauwde in de broek van het meisje en trok daar het touwtje van haar string onder vandaan. Hij gaf er een ruk aan, zo’n felle ruk waarmee je de buitenboordmotor van een speedboot start. Zij veerde op.

Ik wurmde me los uit mijn omhelzing en rende naar voren, duwde ze uit elkaar met een kracht waar ik zelf van schrok. Misschien dat mensen daarom doorgaans langs opstootjes lopen. Niet omdat ze vrezen voor een klap, maar omdat de rol van redder heel dicht op die van de boeman zit – in ieder geval fysiek. Een schreeuw lijkt op een lach, en andersom.

De jongen sloeg me met de handtas van zijn vriendin. Er zat weinig in, maar het stak dat hij ook nog haar enige wapen had afgepakt.

De jongen met wie ik was stormde naar voren en worstelde met de jongen met wie zij was. Ik ging terug naar het café waar we vandaan kwamen, hulp halen. De portier sjokte me achterna, de hoek om, keek naar de vechtende jongens en concludeerde: „Niet mijn pakkie-an.” Ik wees hem op het V’tje van beveiliging op zijn borst, Just-fucking-do-it! Maar zijn verantwoordelijkheid strekte niet verder dan de paar meter stoep voor de kroeg.

Het meisje huilde een beetje. Ze zat achterover geleund op de grond, haar lange, blonde haar raakte de straat. Ik zei dat ze met mij mee mocht. Ze mocht blijven slapen. Ik kon haar ergens naar toe brengen. De politie bellen. Ze schudde haar hoofd: „Ik ben zwanger.”

Ze huilde vooral omdat wij de avond nog moeilijker voor haar hadden gemaakt.

Het is nu een paar jaar geleden en het spijt me nog steeds. Had ik haar maar een Mary Poppins-handtas vol munitie kunnen geven. Of zo’n paraplu waarmee ze veilig van hem weg kon zweven.

Vandaag, 25 november, is het officieel ‘Internationale dag tegen geweld tegen vrouwen’. Eén dag per jaar reikt verantwoordelijkheid voorbij de eigen voordeur, is het ieders pakkie-an.

Het kind van het meisje is nu nog maar een kleuter. Ik hoop dat hij of zij spelletjes speelt en lacht. Niet even, maar echt.