Rutte redeneert in reactie exact als de Amerikanen

Geen gespeelde verontwaardiging bij Nederlands kabinet

Landen en regeringen die elkaar afluisteren. Het gebeurt, ze doen het bijna allemaal, en dus staat elke regeringsleider, in deze dagen van NSA-onthullingen, voor een keuze: eventuele verontwaardiging van het publiek voeden of proberen die te dempen.

Premier Rutte koos zaterdag voor dit laatste, nadat deze krant een eerste keer putte uit documenten van NSA-klokkenluider Edward Snowden, die in handen kwamen van de Amerikaanse journalist Glenn Greenwald.

De reactie van Rutte was er een voor fijnproevers. Hij zei dat elke inhoudelijke reactie afbreuk kan doen aan de Nederlandse informatiepositie. „Alles wat ik hierover zou zeggen, kan onze belangen schaden”, aldus de premier zaterdag in Den Bosch. Met andere woorden: als wij reageren, geven we prijs wat we weten, en het is ons belang dat ook onze bondgenoten niet weten wat wij weten. Kennis is macht.

Een mooie ironie: Nederland redeneert daarmee precies volgens het stramien dat de Amerikanen bracht tot hun decennialange routine van het volgen en afluisteren van vijanden én bondgenoten.

Inlichtingenwerk is nu eenmaal niet alleen een zaak van kennis. Het is ook bluf. En de respons van Rutte roept de – nog onbeantwoorde – vraag op of Nederlandse diensten er misschien dezelfde werkwijzen op nahouden als de Amerikaanse. Dat regeringen weten dat andere landen meeluisteren, leidt al decennia tot verfijning van protectiestrategieën. Technische snufjes en discipline zijn de beste manieren om voorsprong op andere landen te behouden. Zo krijgt elke Nederlandse premier op zijn eerste werkdag de instructie dat hij alleen in noodgevallen met zijn smartphone mag telefoneren. Al zijn mobiele informatie wordt gescrambeld, in een poging te beletten dat de meeluisterende vriend, of vijand, iets van zijn communicatie opsteekt.

Evengoed gaat hieronder soms een subtielere werkelijkheid schuil. Zo is het bekend dat bevriende landen er bewust gebruik van maken dat ze elkaar afluisteren.

Tot de doorbraak van afgelopen weekeinde hadden de VS sinds het gijzelingsdrama van 1979 geen enkele diplomatiek contact met Iran. Nederland wel. Contacten waarmee het discreet moest omgaan – zodra zou blijken dat Nederlandse diplomaten informatie van Iraanse collega’s meteen doorbriefden aan de VS, kon dat de Hollandse informatiepositie schaden. In zo’n situatie was voor de Nederlandse regering de beste oplossing om alle laatste gegevens door de telefoon te delen, in de wetenschap dat de Amerikanen meeluisterden.

En Nederland kiest er bij monde van Rutte nu voor om dit type praktijken niet verder ter discussie te stellen. Geen gespeelde verontwaardiging zoals bij Merkel en Hollande. De regeringsfracties steunen de premier. Enkele oppositiefracties dringen aan op actie. Ronald van Raak (SP) wil Snowden naar Nederland halen. Gerard Schouw (D66) vraagt om steun voor eigen parlementair onderzoek. De coalitie houdt dit voorlopig tegen, verwijzend naar onderzoek dat toezichthouder CTIVD naar verwachting in januari afrondt.

De onthulling in deze krant over mogelijke hackerspraktijken in 50.000 netwerken van de NSA bevestigt intussen dat de oude praktijk van andere regeringen afluisteren is verfijnd tot een duizelingwekkend mondiaal dataspel. Waarbij Amerikanen geen middel ongemoeid laten om alles van potentiële vijanden – en vrienden – te weten te komen.

Waar hier soms lauw op dit nieuws werd gereageerd, daar keek men in de rest van de wereld, ook de VS, op van het NRC-bericht. Kranten in Singapore, Korea, Nieuw Zeeland, Noorwegen, om enkele landen te noemen, namen het over. Want de Amerikaanse spionage mag een gevolg van decennia-oude gewoonten zijn, in de meeste landen kijkt men er nog steeds van op. Dat de Nederlandse premier daarin niet meegaat, zegt mogelijk ook iets over Nederland.