‘Opvang is geen nieuw asielbeleid’

Amsterdam biedt groep uitgeprocedeerden toch voor half jaar onderdak

De uitgeprocedeerde asielzoekers die al meer dan een jaar demonstratief in Amsterdam verblijven, kunnen zes maanden lang rekenen op opvang door de gemeente. Dat heeft de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan vrijdagavond aangeboden „in goed overleg met staatssecretaris Teeven” (Veiligheid en Justitie, VVD).

De opvang bestaat uit „bed, bad en brood” in een complex van justitie, de voormalige gevangenis aan de Havenstraat. In die zes maanden moet de groep van maximaal 159 mensen wel werken aan „een oplossing voor de eigen situatie”. En de burgemeester schrijft: „De oplossing zal in veel gevallen bestaan uit werken aan terugkeer”. De vluchtelingen moeten instemmen, maar het jongste aanbod is een tegemoetkoming ten opzichte van eerdere voorstellen van Van der Laan, en ook van de kant van Teeven. In april schreef Van der Laan nog dat „van gemeentelijke opvang van ‘de groep als geheel’ geen sprake zal zijn”.

Wat heeft u doen opschuiven?

„Wat ik in het afgelopen jaar heb geleerd, is dat de ongedocumenteerden – laat ik hen zo maar even noemen – zolang zij op straat moeten overleven, niet in de juiste stemming zijn om rustig na te denken over hun toekomst of terugkeer. Daarom moet je die rust voor ze creëren met stabiele opvang.”

Bijzonder dat u staatssecretaris Teeven hebt kunnen meekrijgen.

„Daar ben ik hem ook zeer dankbaar voor. Hij tolereert niet alleen dat wij tijdelijk opvang bieden, hij is bovendien bereid om voor die tijd als huisbaas op te treden. Dat is een gebaar van betekenis.”

Toen het tentenkamp aan de Notweg werd ontruimd, een jaar geleden, bood u de demonstranten een maand onderdak aan, in verschillende gemeenten. Dat weigerden ze; ze wilden niet uit elkaar gaan. Hebben ze gewonnen?

„De actievoerders worden nu gezamenlijk opgevangen – dat is nieuw – maar nog steeds om individueel aan hun terugkeer, of, in een enkel geval, hun laatste kans op verblijf te werken. In die fase aan de Notweg werd de meerderheid van de groep omgepraat door een minderheid die wist dat ze kansloos was voor een verblijfsvergunning en actie voerde tegen het Nederlandse asielbeleid. Daar kon ik niks aan doen, dat was groepsdynamiek.”

Dat was het doel van hun protest.

„Ik zeg niet dat ik geen begrip voor hun pogingen heb, maar wat zij willen – een verandering van het asielbeleid – ligt buiten mijn competentie. Wij van de gemeente Amsterdam gaan niet op de stoel van de staatssecretaris zitten.

„De humane oplossing voor mensen met problemen als onderdak, verzorging en voeding, met de winter op komst, die ligt wel binnen mijn competentie. Wat ik hun nu aanbied is puur opvang, geen verblijf.”

Hoe is dat getal van 159 vastgesteld?

„Dat is het aantal mensen dat in de Vluchtflat hun dossiers aan Vluchtelingenwerk heeft voorgelegd. Alleen voor hen geldt dit aanbod. De groep ging van 35 oorspronkelijk in het tentenkamp naar 60, naar 88, 119, 129 en nu 159. Naar verluidt wonen er meer dan 200 in het huidige Vluchtkantoor.

„Overigens is die groep van 159 al niet meer volledig intact. Een aantal is doorgeëmigreerd. Sommigen van hen kregen een verblijfsvergunning. Younis, woordvoerder van het eerste uur, is een van de gelukkigen.”

Komt er weer een ‘ultieme’ oplossing voor weer een grotere groep in mei?

„Nee. Zes maanden is zes maanden. 159 is 159. En opvang is géén nieuw asielbeleid.

„In die tijd kun je veel doen. Ik geef een voorbeeld. Als burgemeester van Amsterdam ontvang ik regelmatig consuls en ambassadeurs van Afrikaanse landen. Dat vinden die diplomaten leuk. Maar de volgende keer dat ze komen, heb ik wat te bespreken. Deze landen doen vaak moeilijk als het gaat om het toelaten van gevluchte landgenoten die willen terugkeren. Nu zal ik van de gelegenheid gebruik maken om niet alleen een borreltje of een kopje koffie met ze te drinken, maar ook te vragen hoe dat zit met die medewerking aan de terugkeer van hun landgenoten. En ik wil boter bij de vis.”