Musea mogen geen stukken ‘van nationale betekenis’ meer verkopen

Musea mogen voortaan geen kunst van nationale betekenis verkopen. Werken van minder groot belang mogen ze wel op de markt brengen, maar niet nadat andere musea eerst de kans hebben gehad die over te nemen. Een onafhankelijke commissie bepaalt welke werken van ‘nationale betekenis’ zijn.

De Nederlandse museumvereniging, die deze nieuwe regels vandaag bekendmaakte, hoopt hiermee te voorkomen wat in 2011 gebeurde: het Museum Gouda bracht het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas naar de veiling in Londen, waar het voor circa 1,3 miljoen euro onder de hamer ging. Het museum ontliep royement uit de museumvereniging, waarbij nagenoeg alle musea van Nederland zijn aangesloten. Reden: de regels waren niet duidelijk genoeg.

Die duidelijkheid heeft de vereniging nu geboden, meent de directeur, Siebe Weide. „Door de beschermwaardigheidstoets voorkomen wij dat belangrijke werken niet meer zichtbaar zijn in Nederland.” Topwerken mogen alleen rouleren onder Nederlandse musea. Bij mindere werken krijgen andere musea twee maanden de tijd om te overwegen of ze de werken willen overnemen. Zo niet, dan mogen ze de markt op.

Gerard Kleijn, directeur van Museum Gouda, denkt overigens dat ook met deze nieuwe regels de Dumas verkocht had mogen worden. Het schilderij valt niet onder de categorie „onmisbaar voor Nederland”.