Met voeten

Krankjorum. Dat is het woord dat ik zocht. De voorzitter en secretaris van PEN Nederland wensen schrijvers in China, Vietnam en Kazachstan de behandeling toe die schrijver Van der Heijden hier in Nederland van de rechter heeft gekregen. Het is een hartelijke wens, waarover ik lang heb nagedacht, en ik kan er geen ander woord voor vinden dan krankjorum.

De Vietnamese schrijver Ngûyen Huu Câu leeft onder erbarmelijke omstandigheden in een concentratiekamp. Hij is in 1982 gearresteerd omdat hij hoge legerofficieren van corruptie beschuldigde. De Kazachstaanse schrijver Aron Atabek zit zonder medische verzorging in eenzame opsluiting. Hij heeft sympathie getoond voor opstandelingen en kritiek geuit op het bewind. De Nederlandse schrijver A.F.Th. van der Heijden is door een civiele partij, de zanger Peter Koelewijn, in kort geding gedaagd. Er is rectificatie geëist. Op een inlegvel.

De PEN, schrijven voorzitter en secretaris in de krant, wil „situaties aan de kaak stellen waarin het recht op het vrije woord en het recht op tegenspraak met voeten worden getreden en de schrijvers steunen die daar het slachtoffer van worden”. Laat ik dat even vertalen: PEN steunt slachtoffers van het met-voeten-worden-getreden van rechten. Ontegenzeggelijk een nobel doel en aanleiding eens naar het belang van die rechten te kijken.

Het recht op het vrije woord is een politieke vrijheid. Het geeft de overheid de opdracht het vrije denken en spreken mogelijk te maken en daarmee de politieke meningsvorming. Het is een recht van het volk en van iedere burger afzonderlijk tegenover de staat. Beperkt de overheid deze politieke vrijheid en treedt ze haar met voeten, dan spreek je van censuur. Schrijvers gevangen zetten omdat ze het heersende regime tegenspreken is censuur en het is goed dat PEN daartegen in het geweer komt.

Als A.F.Th. van der Heijden in een roman suggereert dat het vroeger ten huize van Koelewijns ouders naar vis rook, en als Koelewijn zulks betwist en rectificatie eist, heeft dit met politieke vrijheid niets te maken. De zaak is een geschil tussen burgers onderling. Bij de term ‘kort geding’ moeten bellen gaan rinkelen: dit is een civiele zaak. Inmiddels spreekt menigeen op internet er schande van dat Van der Heijden geen ‘taakstraf’ heeft gekregen, of liever nog ‘tbs’. Maar ja. Tbs uitdelen gaat nu eenmaal moeilijk in een civiele zaak. Daar heb je strafzaken voor.

Je kunt erom lachen, om die grappige verwarring onder twitteraars tussen publiek recht en privaatrecht. Maar ook serieuze journalisten en onderzoekers stichten om de haverklap verwarring. In een betoog van een hoogleraar over de exceptio artis in het strafrecht, de uitzondering die in het strafrecht voor kunst wordt gemaakt, bots je frontaal op een bespreking van de oude rechtszaak tegen L. H. Wiener en diens verhalenbundel Seizoenarbeid. Maar aan die zaak kwam helemaal geen strafrecht te pas.

L. H Wiener: civiele zaak. Gerard Reve: strafzaak. Herman Brusselmans: civiele zaak. Pieter Waterdrinker: strafzaak. Waarom is dat verschil van belang? Omdat de relatie tussen staat en burger een andere is dan die tussen burgers onderling. Omdat publiek recht, zoals strafrecht, een andere rol in de samenleving speelt dan het privaatrecht waarmee burgers of burgerlijke partijen elkaar aanspreken.

Als je het mij vraagt, moeten PEN en overige schrijversorganisaties uit de buurt blijven van burgerlijke geschillen. Weg blijven van gekibbel over romanpassages waarin schrijvers hun ex-vrouw of ex-geliefde beledigen. Gun die exen het recht op tegenspraak. Schrijvers zijn toch geen absolute vorsten tegen wie de burgers van het land zich nooit mogen verzetten?

Het is de politieke vrijheid van schrijvers waarvoor PEN zich sterk moet maken. De vrijheid tegenover staat, overheid, gemeenschap. In de strafzaak tegen Pieter Waterdrinker formuleerde de Hoge Raad het zo: „Vooropgesteld moet worden dat de vrijheid van artistieke expressie een wezenlijk kenmerk van een democratische samenleving is.” Deze vrijheid is dus kwetsbaar: dwingende regimes willen er graag vanaf. Tegen dat gevaar moet PEN waken.

Als Peter Koelewijn een roman leest waarin volgens hem ten onrechte wordt gesuggereerd dat het raar rook in zijn ouderlijk huis, heeft hij volgens mij groot gelijk wanneer hij probeert dat te betwisten op een inlegvel. Ook al komt dat inlegvel er voorlopig niet, omdat in kort geding zijn eis is afgewezen. Een overigens begrijpelijke afweging van belangen.

Maar dat voorzitter en secretaris van PEN hieruit concluderen dat ‘de literatuur zegevierde’ is een gotspe. En dat ze de zaak vervolgens in verband brengen met Kazachstaanse staatsterreur is zo mogelijk nog gênanter. Het is bizar. Krankjorum. Ik zei het al.

Maxim Februari is filosoof en schrijver. Deze column is wekelijks.