Oorlogstaal kan als een boemerang bij premier terugkomen

Netanyahu heeft zijn lot verbonden aan ‘de Iraanse bom’. Hij profiteert van het hebben van een vijand.

‘Geen historisch akkoord, maar een historische vergissing.” Zo omschrijft de Israëlische premier Netanyahu het interim-akkoord over Irans nucleaire programma. De deal zou Iran dichter bij het maken van een atoombom brengen, aldus Netanyahu, omdat sancties worden verlicht en grootmachten Iran voortaan het verrijken van uranium toestaan.

Israël voelt zich niet gehouden aan dit akkoord, zei de premier, suggererend dat hij nog steeds een aanval op Irans nucleaire installaties overweegt. „Als premier van Israël wil ik duidelijk maken: Israël staat Iran niet toe dat het een militaire nucleaire capaciteit ontwikkelt.”

Het woordje capaciteit is de kern in het oplopende conflict tussen Israël en zijn belangrijkste bondgenoot, de Verenigde Staten. De Amerikaanse president Obama zegt dat hij vastbesloten is om te voorkomen dat Iran een atoombom bouwt.

Netanyahu legt de lat echter veel hoger: hij wil verhinderen dat Iran een bom kan bouwen. Dit verschil leidde de afgelopen weken tot vele geïrriteerde gesprekken tussen Washington en Jeruzalem. Dat Netanyahu aan het kortste eind zou trekken, lag al vast. Zijn eisen voor Iran zijn radicaal: geen enkele verrijking van uranium en alle verrijkte uranium en verrijkingsinstallaties het land uit. Israël wist vooraf dat de Amerikanen met deze voorwaarden onmogelijk een deal konden sluiten.

Waarom schreeuwt Netanyahu dan nu moord en brand? Allereerst probeert Israël het definitieve akkoord, dat zou moeten volgen op dit interim-akkoord, te beïnvloeden. Israël is niet tegen een nucleaire deal met Iran. Maar het wil een overeenkomst die stukken dichter bij zijn eisen in de buurt komt.

Daartoe trekt Netanyahu al weken alles uit de kast. Zo twitterde hij onder de kop ‘Irans droomdeal is ’s werelds grootste nachtmerrie’ een foto van zijn eigen gezicht met een pruillip en natte ogen.

Bovendien profiteert Netanyahu in eigen land electoraal van het hebben van een vijand. Door Iran, de grote boeman, lijken de sociaal-economische problemen in Israël irrelevant, en wordt het conflict met de Palestijnen bijzaak. Immers, „het Iraanse regime wil Israël vernietigen”, aldus Netanyahu. In dat geval vraagt het land natuurlijk om een sterke leider, die niet bang is voor een preventieve aanval, en die zich daarvan zelfs niet door Obama laat weerhouden.

Het is echter onwaarschijnlijk dat Israël tot een aanval overgaat. Niet alleen zou het daarmee in het buitenland grote verontwaardiging oogsten, zeker nu er een akkoord is gesloten. Het is ook zeer de vraag of Israël Iran vanuit de lucht kan stoppen. Daarbij heeft Hezbollah, Irans bondgenoot in Libanon, tienduizenden raketten klaarstaan om een eventuele aanval te vergelden. Israëls legerleiders zijn faliekant tegen. En toen Israël nucleaire installaties in Irak (1981) en Syrië (2007) aanviel, ging dat juist gepaard met stilzwijgen.

Netanyahu’s oorlogstaal kan als een boemerang bij hem terugkomen. Hij heeft zijn politieke lot aan ‘de Iraanse bom’ verbonden. Hij zou er persoonlijk voor zorgen dat Iran geen atoombom kan bouwen. Wanneer Iran straks inderdaad zijn atoomprogramma uitbreidt, zoals Netanyahu stelt, dan kan hij moeilijk terugkrabbelen. Als hij dan toch voor een aanval kiest, kan dat desastreus uitpakken. Als hij daarvan afziet, zullen zijn woorden waardeloos blijken.

En hij staat nu al voor schut. De Verenigde Staten lopen duidelijk niet aan zijn leiband. Sterker: ze hebben Israël naar verluidt pas laat ingelicht over de geheime gesprekken die zij maandenlang met Iran voerden in Oman. En er zijn ook Israëliërs die zien dat Netanyahu hun land politiek steeds meer isoleert. Zij zeggen: onmin met onze bondgenoten, dat is pas gevaarlijk.