Hipper, zakelijker, en riskanter

Het Metropole Orkest ondergaat een gedaanteverwisseling. Het moet voor de helft eigen inkomsten genereren en zoekt die in hippe popsamenwerkingen en een modernere aanpak.

Jules Buckley Foto Hans van der Woerd

Op zijn bureau in de catacomben van het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum ligt het miljonairsblad met de lijst der rijken, de Quote 500. „Er zal in de zoektocht naar mecenassen geen orkest zijn waar dit blad nu niet op de bureaus ligt”, zegt Marc Altink, zakelijk directeur van het Metropole Orkest. Hij pakt het blad op, en bladert wat. Op gedempte toon: „De miljoenen liggen hier voor het oprapen.” Maar, vervolgt hij, „om nu zo maar de miljonairs van een grote bedfirma aan te schrijven?”

Niet voor, maar áchter de poorten van de hel weggesleept. Zo voelde het symfonische pop- en jazzorkest Metropole Orkest zich toen het vorig jaar op het nippertje werd gered. Het voltallige, 52-koppige orkest speelde 18 december „alsof het leven ervan afhing” bij zijn protestconcert in het Haagse perscentrum Nieuwspoort. Het te elfder ure geheime reddingsplan van PvdA en VVD kwam als een donderslag. Twee Kamerleden vonden, deels in de mediareserve en deels in de cultuurbegroting, alsnog de zeven miljoen die het orkest nodig had. En toen de Tweede Kamer vervolgens instemde kon het Metropole ineens blijven voortbestaan tot 2017.

Het Metropole Orkest, als volledige bigband met houtblazerssectie en strijkorkest behorend tot de bekendste pop- en jazzorkesten ter wereld, is er dus nog. En já, dat had weinig gescheeld. De opluchting klinkt, bijna een jaar later, nog door bij de orkestleden. Ieder voor zich refereren ze aan een bizarre tijd van ‘strijd en onzekerheid’. Marc Altink, vorig jaar oktober aangetrokken om het Metropole Orkest bij zijn verzelfstandiging te helpen, trof een orkest „op een all time low”, met twee door minister Bussemaker afgeschoten businessplannen. „De wil aan de kant van de minister ontbrak totaal”, zegt hij. De emotie in het orkest bij het protestconcert in Nieuwspoort was volgens hem „voelbaar”. De plotse doorstart was natuurlijk ‘fantastisch’. Maar toen in januari het stof was neergedaald moest vooral worden nagedacht over bezuinigingen en een nieuwe aanpak.

De grootste kostenpost voor zo’n relatief groot, 52 koppig orkest zijn natuurlijk de personeelskosten. Het hele orkest, in 1945 opgericht door omroeparrangeur Dolf van der Linden, in opdracht van Radio Herrijzend Nederland, is, net als bij veel bezuinigende orkesten, naar parttime-contracten overgegaan. „Het alternatief was geweest het orkest te halveren, maar dan houd je een raar vehikel over”, zegt Altink. „Bovendien voelde dat slecht, de musici stonden al twee jaar samen op de barricaden. Het werd dus een 50 procent-orkest dat de ambitie heeft fulltime te werken. Extra werk wordt betaald als ‘meerwerk’. En bij bepaalde projecten kan het orkest naar een kleinere vorm of XL-versie.”

Twaalf orkestleden, toevallig veel violisten, haakten bij deze plannen af. Eén ging met pensioen. Remplaçanten vangen de gaten op. Gevoelens van onzekerheid heersen nog steeds in het orkest, zegt cellist Jascha Albracht (37), die sinds 2007 in vaste dienst is. Nu voelt het even veilig, maar straks? Voor de periode vanaf 2017 mikt het orkest op een subsidieplaats in de culturele basisinfrastructuur, en zal het dus moeten worden beoordeeld door de Raad voor Cultuur.

Tot die tijd ondergaat het voormalige omroeporkest, dat 67 jaar onder de Mediawet viel en geen commerciële activiteiten mocht ondernemen, een gedaantewisseling. Het orkest is een zelfstandige stichting sinds 1 augustus. Metropole Orkest Nieuwe Stijl betekent nu vooral: de eigen centen verdienen. Het orkest moet, net als alle andere orkesten, de boer op. En de omroepen? Die moeten nu betalen voor orkestgebruik.

Een opvallende verandering is het aantrekken van een nieuwe chef-dirigent. De Amerikaanse arrangeur Vince Mendoza uit Los Angeles, die het orkest acht jaar leidde in hoogwaardige jazzprogramma’s, wordt nu honorair dirigent. De jonge Britse orkestleider Jules Buckley, al jaren gastdirigent van het Metropole, moet het orkest leiden naar hippere pop- en jazzsamenwerkingen in een moderne aanpak. Buckley streeft er vooral naar met jong publiek contact te maken, laat hij weten vanuit Las Vegas. Daar is hij voor de uitreiking van de Latin Grammy’s, het Metropole Orkest dong mee in twee categorieën, maar won helaas geen prijs. „Ik wil hippe artiesten en nieuwe frisse samenwerkingen”, stelt Buckley. „Mij gaat het erom dat dit orkest meer over de rand gaat, meer risico’s neemt, zonder het historische erfgoed te vergeten. Internationaal heeft het orkest een sterke naam, maar ik krijg regelmatig bezorgde reacties of het orkest het wel zal redden. De boodschap is: we zíjn er, we voelen ons goed en dat gaan we in de projecten laten merken.”

Jules Buckley is het open minded-type arrangeur/dirigent. Zijn rijke artiestennetwerk, hij voert tevens het jeugdige Britse Heritage Orchestra aan, resulteerde al in concerten met moderne sterren als Basement Jaxx, Gregory Porter, Michael Kiwanuka en Tori Amos. „Hij heeft flair en bravoure”, constateert cellist Albracht. „En is meer een mét het orkest.” De eerste handtekening zet de nieuwe chef-dirigent onder de komende concerten met de Canadese pianist Chilly Gonzales. In ontwikkeling zijn projecten met de Britse rijzende soulster Laura Mvula en de jazzband Snarky Puppy.

Een blik op de agenda van afgelopen week leert twee dingen: het omroepwerk is lang niet gestopt. Afgelopen week waren er opnames voor Het Klokhuis (‘hoe werkt een orkest’), een benefietoptreden voor de Filippijnen, de op Radio6 en NTR uitgezonden Edisons jazz/world-uitreiking. En dan een noviteit: het Metropole debuteerde vrijdag op de commerciële tv (RTL 4) met een loeihard en stroboscopisch optreden met dj Armin van Buuren en John Ewbank, (de klassieke remix van This is What It Feels Like) in de talentenshow The Voice of Holland. Op de commerciële tv – dat mocht voorheen niet. Dit soort optredens is ook betaald ja, maar beschouw dit vooral als orkestmarketing, aldus Altink.

Wie de geschiedenis van het Metropole Orkest kent, die weet: dit orkest beslaat een onnoemelijk breed repertoire. Groot op het terrein van lichte muziek: pop, jazz, filmmuziek tot kleinkunst, met een zweem van nostalgie door dirigent Dolf van der Linden en de songfestivals, tot de glorieuze film-en tv-muziek met componist Rogier van Otterloo. De afwijzing die het orkest in de weg naar verzelfstandiging vorig jaar kreeg van het Fonds Podium Kunsten was een reality check: „De veelheid aan artistieke pijlers van het orkest kan worden gezien als een kracht, maar ook als een zwakte”, aldus de analyse van het Fonds. „Een sterke focus, die het orkest meer profiel zou kunnen geven, ontbreekt”. Het orkest mocht bovendien wel eens wat doen aan marktverkenning en doelgroepenanalyse.

Het is kritiek waar het Metropole naar heeft geluisterd. Met tal van onderzoeksmodellen („Meer concerten met cash- cows, minder de retirementcircles”) is werk gemaakt van het „lekker commerciële profiel”, dat het orkest heeft, in de woorden van minister Bussemaker. De jacht op sponsors is geopend – al vist heel cultureel Nederland in dezelfde ondiepe vijver, aldus Altink. Een biermerk als hoofdsponsor sluit hij niet uit. „Dat resoneert wel.” De site, de nieuwe slogan ‘world’s leading pop & jazz orchestra’, waarin het woordje pop nu bewust vooraan is gezet – ademt een zakelijkere, geliktere aanpak. Het gaat, zegt Altink, om de positie van het MO binnen de wereld van de symfonische poporkesten, in plaats van alleen de reputatie van het orkest. „In niet professionele kringen wordt ons vaak voor de voeten geworpen dat we voorbeeld moeten nemen aan André Rieu. Die doet het toch allemaal maar zonder subsidie. Een populair orkest als Metropole heeft toch minstens zoveel potentie? Maar het model Rieu is met één programma 150 keer zalen met 20.000 man bespelen, over de wereld. Dán houd je net genoeg over. Zoiets kan met een artiest als Al Jarreau, ja. Maar wij willen een bredere ambitie.”

De druk op de musici is nu hoog. De gouden jaren waaraan oudere orkestleden nog wel eens willen refereren zijn voorbij. Minder repetities voor eenmalige concerten (one-offs), grote flexibiliteit en bewuster ‘op de markt inspelen’. Het orkest moet 50% eigen inkomen verdienen. Dat blijft voor een orkest een hondsmoeilijke opgave. Om niets te missen zijn alle klussen aangenomen. „We moeten ons zelf opnieuw uitvinden”, zegt fluitist Mariel van den Bos (49). „Geloof in ons eigen kunnen hebben we altijd gehad, maar dat ons belang elders niet werd gezien was om moedeloos van te worden.” Dus loopt het orkest op zijn tandvlees, al werkt het graag hard. „We zijn ons nu meer bewust van onze concurrenten”, zegt cellist Jascha Albracht. De klassieke orkesten hebben er populairdere muziek programma’s bijgekregen. Neem het Gelders Orkest, waarin mijn zus violiste is. Onlangs zei ze: ‘Goh, wij spelen nu dat programma dat jullie laatst deden’. Het enige wat muzikaal echt in ons voordeel is dat wij weten hoe we moeten swingen.”

30 nov 200 jr Koninkrijksconcert, Circustheater Den Haag. Concerten met Chilly Gonzales, 21 (Eindhoven) en 22 dec (Groningen).