Hij vroeg toch: ‘mag ik bij je op schoot zitten?’

Foto Vincent Mentzel

Maar liefst 67 veroordeelde kindermisbruikers en kinderpornobezitters en 40 mannen zonder strafblad gaven psycholoog Inge Hempel (1983) een inkijkje in hun denkwereld. Ze ontdekte dat vooral de fysieke misbruikers in het gedrag van kinderen snel een seksuele uitnodiging zien.

Wat maakt dat iemand zich aan kinderen vergrijpt?

„Dat verschilt. Veel kindermisbruikers zijn zelf als kind misbruikt. Soms komt het door hun seksuele voorkeur, of hebben ze moeite om met een volwassen vrouw een relatie aan te gaan. Ik heb gekeken naar opvattingen die seks met kinderen goedpraten. Vooral daders die fysiek misbruikten blijken die overtuigingen te hebben. We denken dat die na het vergrijp ontstaan, om het goed te praten. Als ze die denkbeelden eenmaal hebben vergroot dit waarschijnlijk de kans op een volgend delict.”

Welke verwrongen opvattingen hebben ze?

„‘Een kind kan zich heel verleidelijk gedragen’; ‘het kind heeft mij omgepraat, het wilde zelf seks’; ‘ik vond als kind seks met een oudere man prettig, dus waarom zou die jongen dit niet fijn hebben gevonden’; ‘de maatschappij maakt seks met kinderen problematischer dan het is’. Door dat soort overtuigingen interpreteren daders het gedrag van kinderen verkeerd. Als een kind onschuldig vraagt: ‘wil je mijn kamer zien?’ of ‘mag ik op je schoot zitten?’, dan kan zo’n man daar heel andere dingen bij denken.”

Maakt het uit hoe een kind reageert?

„Een kind is natuurlijk nooit, in geen enkel geval, zelf verantwoordelijk. Maar een duidelijke, afwerende reactie verkleint wel de kans op een delict. We beschreven misbruiksituaties waarin een volwassen man een kind op een seksuele manier aanraakte. Het kind reageerde per verhaaltje op een andere manier. Het zei bijvoorbeeld ‘nee’, huilde, giechelde, of was passief. Zowel kindermisbruikers als mannen zonder strafblad begrepen een kind het beste als het ‘nee’ zei, of begon te huilen. Dat zouden ouders hun kinderen misschien mee kunnen geven als ze hun vertellen dat zulke volwassenen bestaan.”

Zijn die verkeerde denkbeelden te behandelen?

„Bij veel misbruikers wel, maar het hangt af van de persoon. Van zijn motivatie voor de behandeling, zijn delicten, zijn seksuele voorkeur. Een pedofiel is bijvoorbeeld moeilijker te behandelen dan een heteroseksueel die een keer een kind heeft misbruikt. In het algemeen valt van de onbehandelde misbruikers 10 tot 20 procent in herhaling, en van de behandelde 5 tot 10 procent.”

Kijkt u nu anders naar kindermisbruikers?

„‘De pedofiel’ bestaat niet, er is veel verschil tussen die mannen. Het zijn hoogopgeleide mannen soms, met goede banen, vrouw en kinderen. Mijn kijk op kinderen is wel veranderd. Als van een meisje in een rokje bij een handstand haar onderbroek te zien is, dan is dat natuurlijk schattig, maar ik weet nu hoe sommige mannen daarnaar kunnen kijken. Ik zou haar waarschijnlijk een maillotje aantrekken.”

Inge Hempel verdedigt haar proefschrift Sexualized Minds op 27 november 2013 om 13.30 uur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.