Column

Gedreven en nederige politici gezocht

Wie wil er nog politicus worden? Het is een vraag die ik mezelf vaak stel. Zaterdag, bijvoorbeeld. Femke Halsema was te gast bij de Amsterdamse avond Literaturfest, waar ze een boek van Michael Ignatieff besprak. Ignatieff, destijds hoogleraar aan Harvard, liet zich in 2005 overhalen leider te worden van de Canadese liberalen. Vol ambitie begon hij aan zijn politieke loopbaan, om binnen een paar jaar gedesillusioneerd te raken door het harde politieke spel. In 2011 verliet hij de politiek.

Halsema betreurt de snelle ondergang van Ignatieff, zei ze zaterdag. „We hebben intellectuelen nodig in de politiek, zeker in deze crisis. Zij kunnen complexe problemen overzien en boven de platitudes van de dagelijkse politiek uitstijgen.” Ze adviseerde jongeren die de politiek ingaan niet te snel op te geven: „Het duurt jaren voor je een goede politicus bent.”

Een mooi advies – helaas vermoed ik dat weinigen van de Literaturfestbezoekers politieke ambities hebben. Mijn kennissenkring is vast geen perfecte steekproef, maar ik ken nul jongeren met politieke ambities. Nul! En dat terwijl de meesten van hen hoogopgeleid en in politiek geïnteresseerd zijn.

Deze onwil is denk ik te verklaren uit een aantal factoren die kenmerkend zijn voor deze tijd.

Om te beginnen moet je als aspirant-politicus een partij vinden waarmee je je verwant voelt. Dat is lastig, want wie zich committeert, is gedwongen een deel van zijn ideeën op te geven. En in een tijd waarin alles op maat gemaakt is, past een partij nooit goed genoeg bij je eigen standpunten.

Als je toch een partij hebt gevonden, dan moet je daarbinnen een positie veroveren. Ook moeilijk, want het gaat hierbij niet alleen om talent, maar ook om een netwerk en veel uithoudingsvermogen. Saai en frustrerend dus, zeker voor mensen die snelle resultaten verwachten.

Goed, stel dat het lukt en je komt in de Tweede Kamer terecht: dan zul je al snel je idealen moeten verraden voor het compromis. Dat is natuurlijk van alle tijden, maar de beweegruimte van politici is wel kleiner geworden door de economische crisis en de toenemende macht van de Europese Unie.

Ten slotte moet je leren omgaan met de continue media-aandacht. Je moet in oneliners leren praten, snedige antwoorden paraat hebben voor de PowNed-microfoon, niet in paniek raken van onbeschofte tweets. Zoals Halsema het uitdrukte: politici worden door de media „ontdaan van hun menselijkheid”.

Met andere woorden: een aspirant-politicus moet eerst om deelname bedelen, dient vervolgens zijn idealen te verloochenen en wordt als dank door diverse (sociale) media door het slijk gehaald. Dit alles voor een relatief bescheiden salaris en met slechte carrièrekansen achteraf.

Als dit het perspectief is, waarom verwachten we dan de meest begaafde mensen als volksvertegenwoordiger te krijgen?