Eén mutatie, en iedereen is weer aan het snotteren

De menselijke afweer is verrassend makkelijk door het griepvirus te omzeilen Eén mutatie is genoeg om weer een epidemie te veroorzaken De schoolboekjes moeten aangepast

medisch redacteur

Eén verandering in het griepvirus is voldoende om de menselijke afweer te omzeilen. Tot nu toe was het idee dat het virus zeker vier mutaties nodig had om opnieuw een flinke griepepidemie te veroorzaken.

Deze ontdekking stond vrijdag in een artikel in Science, van de virologengroep van Ron Fouchier van het Rotterdamse Erasmus MC. Volgens Fouchier is het „een publicatie die alle griepleerboeken gaat veranderen. Daarom heeft dit onderzoek Science gehaald.”

Zonder concurrentie

De complexe menselijke afweer is dus verrassend makkelijk door het minuscule influenzavirus te omzeilen. Dat virus kan snel muteren. Toch ontstaan die nieuwe griepvarianten niet iedere maand, maar om de drie à vier jaar. Dat komt doordat die ene mutatie wel de afweer omzeilt, maar het virus dat dan ontstaat is niet zo ‘fit’. Het vermenigvuldigt zich niet zo makkelijk als de virusvariant die op dat moment de belangrijkste ziekmaker is. Het gemuteerde, afweeromzeilende virus heeft nog een paar mutaties nodig om ‘fit’ te beginnen aan zijn reis om de wereld, in miljarden kelen en neuzen. En wat daar ook belangrijk voor is: de concurrentie moet afnemen. Fouchier: „Zo’n nieuwe variant ontwikkelt zich waarschijnlijk alleen als 90 tot 95 procent van de bevolking afweer heeft opgebouwd tegen de variant die al een paar jaar circuleert. Dan móét het virus wel gaan veranderen, anders is het verloren. Hoewel het virus aanvankelijk fitheid inlevert, zet het toch die mutatie door, omdat het voordeel zo groot is. Dat is het model waar we nu verder aan werken. Het is heel anders dan de theorie uit de jaren tachtig.”

Die theorie zei dat de influenzavirussen aan de afweer ontsnappen door genetic drift, door stap-voor-stapveranderingen in hun erfelijk materiaal. Die mutaties veranderen het uiterlijk van een eiwit (het HA-eiwit) op het virusoppervlak dat de eerste stap van de infectie verzorgt. Er zouden minimaal vier mutaties, verspreid over het HA-eiwit, nodig zijn voordat de wereldbevolking een nieuwe afweer tegen het virus moet opbouwen.

Vierhonderd virussen

De Rotterdamse virologen deden hun onderzoek aan H3N2-griepvirussen die tussen 1968 en 2003 in elf opeenvolgende varianten mensen ziek maakten. Het H3N2-virus veroorzaakte in 1968 de Hongkonggriep. Iedere nieuwe variant zorgde ervoor dat mensen opnieuw konden worden geïnfecteerd. Het griepvaccin werd daar dan op aangepast.

Fouchiers promovendus Björn Koel nam elf virussen die karakteristiek zijn voor de opeenvolgende generaties H3N2-virus uit die 35 jaar. Hij zocht de mutaties waarin het HA- eiwit van iedere generatie verschilt. En hij maakte in het lab H3N2-virussen met steeds maar één of meerdere van die mutaties, in totaal ongeveer 400 recombinantvirussen.

Van ieder virus keek hij hoe het in een veelgebruikte afweertest reageerde. Bij negen van de veranderingen was één mutatie al genoeg om aan de afweer te ontsnappen. En die afweerveranderende mutaties liggen vrijwel naast elkaar op het HA-eiwit.

Koel: „Er is maar één plek op het HA-eiwit bepalend voor de afweerreactie. De bestaande theorie zegt echter dat bijna de helft van het HA-oppervlak, verdeeld in vijf domeinen, belangrijk is voor de afweer.”

Het klapstuk van het onderzoek waren de slechts vijf mutaties die Koel in het virus van 1968 aanbracht, waarmee hij in één klap 35 jaar ontwikkeling van het menselijke afweersysteem bijhield.

De nieuwe kennis is van praktisch belang omdat veel sneller te bepalen is of de virussen die ergens op de wereld griep veroorzaken bezig zijn om aan de afweer te ontsnappen.

Fouchier: „Als dit klopt hoef je niet meer het hele virus te analyseren maar kun je volstaan met de analyse van een klein stukje van de erfelijke code.”