Een kleine maar cruciale stap

Permanente leden Veiligheidsraad plus Duitsland sluiten akkoord met Iran over nucleair programma.

Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Zarif met zijn Amerikaanse collega John Kerry in Genève. Foto Reuters

Het akkoord over Irans nucleaire programma is gisteren alom ontvangen als ‘historisch’. Het is immers de eerste keer dat er overeenstemming is bereikt tussen de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad plus Duitsland (P5+1) en Iran na tien jaar van animositeit en oorlogsretoriek. Maar ook al is het akkoord gedetailleerder dan veel analisten verwachtten, de belangrijkste uitkomst van dit interim-akkoord is tijdwinst.

Iran is een paar bescheiden stapjes verder weg van een kernbom. Zijn nucleaire programma wordt voor zes maanden bevroren, zodat het tijdens verdere onderhandelingen over een alomvattend akkoord niet dichterbij een bom kan komen. Maar die stapjes zijn niet onomkeerbaar. Iran heeft in 2003 eveneens zijn nucleaire activiteiten opgeschort om er twee jaar later weer mee verder te gaan.

Zo wordt de verrijking van uranium tot 20 procent tijdelijk stopgezet. Dit was de grootste zorg van het Westen en Israël omdat het relatief gemakkelijk verder is te verrijken tot 95 procent: weapons-grade. De voorraad hiervan die Iran al heeft opgebouwd wordt geneutraliseerd. En de bouw aan de zwaarwaterreactor bij Arak, waarmee Iran een tweede manier zou krijgen om een bom te maken (met plutonium), wordt stopgezet.

In ruil worden enkele sancties tegen Iran tijdelijk opgeschort, onder meer tegen handel in petrochemische producten, edelmetalen en de auto-industrie. En met het vrijgeven van 4,2 miljard dollar aan olie-inkomsten krijgt de in crisis verkerende Iraanse economie even wat lucht. Een andere belangrijke concessie aan Iran is dat het in principe verder mag gaan met verrijken tot 3,5 procent. Dit kan Iran uitleggen als erkenning van zijn recht op een vreedzaam nucleair programma.

De Amerikaanse president Obama sprak zaterdag van een „eerste stap op weg naar een toekomst waarin we kunnen controleren dat Irans nucleaire programma vreedzaam is en dat het geen kernwapen kan bouwen”.

Maar Israël, Saoedi-Arabië en de Golfstaten vinden de deal lang niet ver genoeg gaan. Ze zien die als zwakte van de Amerikaanse regering, die toestaat dat Iran uranium blijft verrijken en zo in de toekomst in staat zal blijven een bom te maken. Vooral Israël heeft er altijd op gehamerd dat Iran zijn kernprogramma volledig ontmantelt.

Maar voor Israël, Saoedi-Arabië en de Golfstaten gaat het conflict met aartsvijand Iran over meer dan zijn nucleaire programma, het is onderdeel van een strijd om de macht in de regio. Sinds de Iraanse revolutie in 1979 zien ze Iran als een bedreiging. Ze voelen zich in de steek gelaten door de VS en vrezen dat de Amerikaanse afkeer van een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten de positie van hun vijanden versterkt. Dankzij het Amerikaanse geschipper is het Syrische regime immers ook sterker uit de crisis na de gifgasaanval in Damascus gekomen.

Zo leidt dit akkoord tot verdere verwijdering tussen de VS en zijn traditionel bondgenoten in het Midden-Oosten. Wellicht dat het de weg vrijmaakt voor Iraanse betrokkenheid bij het vredesoverleg over Syrië – tegen de zin van de Saoedi’s, die jihadistische Syrische rebellen steunen. Maar van een breuk is zeker geen sprake, daarvoor zijn de economische en militaire banden te sterk.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry erkende dat „het moeilijke deel” nog moet komen. Dat vereist „enorme stappen op het gebied van verificatie, transparantie en verantwoording”. De Amerikanen willen het nucleaire programma van Iran zo ver mogelijk inperken, terwijl de Iraniërs op industriële schaal willen blijven verrijken. Zal Iran bereid zijn de ondergrondse verrijkingsfabriek in Fordow te sluiten? En de plutoniumreactor bij Arak te ontmantelen? Er moeten nog veel harde noten gekraakt worden.