Dennis en Marten tegen de rest

Dennis (8) en Marten (8) zijn beste vrienden. Dennis: de in Nederland geboren en getogen zoon van een asielzoekster uit Burundi die het land uit moet. Marten: een kind uit een elite. Maar dat laatste blijkt pas als ik hen zaterdagmiddag opzoek bij Marten thuis, in de Utrechtse wijk Oog in Al. Martens moeder doet open: Christa van Wijnbergen, politicoloog. Achter haar staat haar man: Luis Garicano, één van de meest vooraanstaande economen van Spanje. Aangenaam.

De jongens hebben net gevoetbald (8-1 gewonnen) en spelen nog in hun wedstrijdtenue in de kelder. Luis maakt koffie en legt met Christa uit: hoe ze jaren in Chicago woonden, waar hun twee zonen zijn geboren, omdat ze daar beiden aan de universiteit werkten. In 2007 verhuisden ze naar Londen, waar Luis hoogleraar werd aan de London School of Economics, en Christa fellow. Christa miste Nederland. Zo kwamen ze in 2011 in Oog en Al te wonen, dicht bij familie. Luis komt nu de weekends vanuit Londen naar huis.

In het met Donald Ducks en bouwblokjes bezaaide souterrain vraag ik daarna aan de jongens hoe ze vrienden werden. Ook Dennis was in 2011 nieuw in groep drie van de St. Dominicusschool in de buurt. Hij was net in het asielzoekerscentrum aan de rand van Oog in Al komen wonen.

Marten: „We speelden allebei voetbal. Ik en Dennis tegen de rest.”

Dennis: „Ja. Ik en Marten tegen de rest.”

Daarna zwijgen ze weer, want alles spreekt vanzelf: sindsdien zijn ze samen.

Staatssecretaris Teeven zei vorige week „een beetje moe” te worden van gedoe over het kinderpardon en aandacht voor „individuele gevallen”, zoals Dennis. Zelf word ik erg moe van de details die overtuigen: Ja, Dennis stond een aantal maanden niet onder toezicht van het Rijk, zoals vereist voor het kinderpardon. Maar waarom? Omdat hij uit de opvang was gezet. Zijn moeder was namelijk uitgeprocedeerd en kinderen op straat gooien, dat deden we in die tijd nog gewoon.

Waar ik ook moe van word: van onmenselijk handelen door een land dat het zo met zichzelf heeft getroffen – en hoe we dat dan eufemistisch een „regeling” noemen. Ongeveer 300 kinderen zoals Dennis verdienen stuk voor stuk hun pardon, want het ligt aan onze eigen asielprocedure dat ze hier nog steeds zijn. (En aan hun ouders, ja. Maar ook dat kunnen kinderen niet helpen.)

Intussen tekenden ruim 32.000 mensen de petitie ‘Laat Dennis hier blijven’ van Christa van Wijnbergen en Luis Garicano. Teeven zegt weer eens dat publiciteit „deze zaak niet helpt”. Dat is niet alleen intimiderend: het klinkt alsof het gebruiken van je discretionaire bevoegdheid, menswaardig handelen dus, geen daglicht kan verdragen.

Enfin. Na een uurtje kwamen de jongens boven boterhammen eten. Waarna Christa en ik Dennis terug naar zijn kamer in het AZC brachten. Het kind liep tussen ons in, diep verscholen in zijn capuchon, die Christa speels van zijn hoofd probeerde te trekken. Dennis zette hem snel en geschrokken weer op: een argeloos jongetje, in één week schuw gemaakt.

Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen (a.v.veelen@nrc.nl).