De rat in zijn cel noemde hij Lariska

Rus Roman Dolgov is de laatste Greenpeace-actievoerder die op borgtocht vrijkwam In de gevangenis leerde hij met de anderen communiceren „Wij zijn beter behandeld dan gemiddeld in Rusland”

Roman Dolgov (l) en medeactievoerder Dima Litvinov poseren na vrijlating. Foto AP

Correspondent Rusland

In de cel in Moermansk had Greenpeace-actievoerder Roman Dolgov eindelijk de tijd om de Russische klassiekers van kaft tot kaft te lezen. De Idioot. De Gebroeders Karamazov. Oorlog en Vrede. Aanvankelijk onder een zwak peertje. Toen hij vroeg om meer licht, werd het lampje snel verwisseld. „Wij zijn beter behandeld dan gemiddeld in Rusland.”

Dolgov (44) behoorde vrijdagmiddag tot de laatste van de actievoerders van milieuorganisatie Greenpeace die afgelopen week op borgtocht vrijkwamen, na twee maanden in verschillende Russische huizen van bewaring. Ze zijn overgebracht naar een hotel in Sint-Petersburg, in afwachting van de afloop van hun zaak.

Verdenking: piraterij dan wel hooliganisme, na een protestactie bij een boorplatform in de Barentszzee in september.

Er is voor elk van de activisten 45.000 euro borg betaald. De Nederlandse machinist Mannes Ubels kon daardoor worden herenigd met zijn geliefde, die naar Sint-Petersburg kwam. Faiza Oulahsen kocht na twee maanden in hetzelfde kloffie een nieuwe spijkerbroek en blouse.

Alleen aan de Australische marconist Colin Russell is geen borgtocht verleend. Zijn voorarrest, in de monumentale Kresty-stadsgevangenis aan de oever van de Neva, werd maandag verlengd tot eind februari. Hij was de eerste van de dertig die maandag voor de rechter kwam.

De Australische diplomaten hebben niet minder hard gewerkt dan collega’s, zeggen collega’s. Zou het werkelijk zo zijn dat het telefoontje van boven aan de rechter om de activisten borgtocht te gunnen net te laat kwam voor Russell? Het is een vraag die rondgonst.

Roman Dolgov, die sinds de jaren negentig voor Greenpeace in Moskou werkt, beschrijft zichzelf als „meer van het academische type”. Hij hoort aan een bureau te zitten, telefonisch analyses te geven over boren naar olie boven de poolcirkel. Zijn analyse: „Het betekent uiteindelijk de dood voor de Noordpool.”

Het interview vindt plaats in de hotelkamer van een Russische Greenpeace-collega. Volgens haar is Roman ook degene die altijd liederen aanheft op kantoor. Een grote man met een woeste baard en een oude trui met een vuurtoren erop.

„Ik ben geboren in Rusland. Ik had al veel gelezen over gevangenissen en werkkampen, bij Solzjenitsyn, Sjalamov, Dovlatov. Dat het hier geen sanatorium is, dat wist ik.” Het zelf ervaren was aanvankelijk toch angstaanjagend. Helemaal blakend is Dolgov ook nog niet. Halverwege het gesprek verschijnt er zweet op zijn voorhoofd.

Het eten werd na een maand beter. Greenpeace bracht verse waar mee. De boekweitpap was ronduit lekker. Alleen de ‘macaroni’, je hoort Dolgov de aanhalingstekens erbij zeggen, kreeg hij niet naar binnen.

Tijdens de luchturen, in ommuurde ruimtes onder een dak met gaten, leerden de actievoerders met elkaar communiceren. „Dan riep je naar boven: Arctic Sunrise? En dan antwoordde er soms iemand vanuit een andere loopcel terug: Arctic Sunrise! En dan herkende je de stem.” Altijd mannenstemmen. De vrouwen luchtten op een ander uur.

„Hoe voel je je?”

„Heb je nieuws?”

„Heb je je advocaat gezien?”

Sommige bewakers wilden het geroep in het Engels niet hebben. Ook voor Moermansk was het een primeur, zo veel buitenlanders in de bak. „Dan hielden we even op. En daarna begonnen we weer.”

Oorlog en Vrede vond Dolgov het mooist. „De gevoelens van Pierre Bezoechov, die door de Fransen werd opgepakt, kwamen overeen met die van mij. Het gevoel dat je geen uiterlijke maar wel innerlijke vrijheid hebt.” Uit deel VII, hoofdstuk XVIII:

Gedurende de maand in gevangenschap in Moskou had Pierre veel meegemaakt. Veel geleden, zou je zo denken, maar hij had eerder het tevreden gevoel dat hij zichzelf en anderen in dat korte tijdsbestek beter had leren kennen, beter dan in zijn gehele voorafgaande leven. [...] Als hij naar zijn blote voeten staarde, voelde hij zich diep in zijn hart een gelukkig mens. En dat kwam hoofdzakelijk doordat hij voor het eerst van zijn leven beroofd was van zijn volle en volledige vrijheid en van de luxe extra’s waarover hij zijn hele leven lang had kunnen beschikken. Nooit eerder was hij echt blij geweest met een beetje eten en warmte. (Vertaling Peter Zeeman, Ambo | Anthos)

Aan zijn vrouw en zijn zoon van zeven schreef Dolgov brieven. Aan zoon Misja over de rat die woonde in de scheur boven het raam van zijn cel. Je kunt ratten eng vinden, of vrienden worden. „Het is maar hoe je ernaar kijkt. Mijn cel was een deel van haar huis. We konden eten bij de vensterbank laten liggen: ze kwam er niet aan. Dat schreef ik aan mijn zoon.”

Dolgov noemde zijn rat Lariska. Na zijn overplaatsing naar een andere cel vroeg Misja toch bezorgd per brief of Lariska’s baby’s nou niet zouden verhongeren.

Vader en zoon hebben alleen nog gebeld. Dolgov zet een kinderstemmetje op: „Papaaa! Ik ben zo blij dat je bent vrijgelaten!” Gelukzalige grijns. Morgenochtend ziet hij hem thuis in Moskou, waar hij heen mag van de aanklager. Met de nachttrein.

Bang voor de toekomst in zijn grillige vaderland is Dolgov niet. „Het is zo’n speciale zaak.” Alle aanklachten verwerpt hij als volstrekt absurd. Roman Dolgov heeft een geweldige baan, vindt hij. En nu gaat hij zijn zoontje nog een keer bellen.