Bloed in de sneeuw en overwonnen angst

Kate (Mary Elizabeth Winstead) bestrijdt Het Ding.

Ieder jaar zien Zuidpoolonderzoekers op de Zuidpool hoe een Zuidpoolbasis wordt uitgemoord. De Britse overwinteraars van het onderzoeksstation Rothera op Antarctica hebben de traditie om met midwinter de horrorklassieker The Thing (1982) te kijken. Op de meest afgelegen plek op aarde, op de donkerste dag van het jaar een horrorfilm kijken. Dat is griezelen voor gevorderden.

Zaterdag was de prequel van The Thing op tv, in 2011 gemaakt door Matthijs van Heijningen jr. In deze film vinden Noorse wetenschappers een ruimteschip en een bevroren lichaam van een alien onder het ijs. Natuurlijk slepen ze het ding mee terug naar het basiskamp (‘doe het niet!’). Natuurlijk blijkt niet veel later dat het ding nog leeft en duistere bedoelingen heeft (‘ik zei het toch’). Tentakels, klauwen, tanden flitsen over het scherm. Harten worden uitgerukt en doorboord. Eng?

Ja. Want net als in het origineel is niet het grafische geweld, maar het feit dat het monster de gedaante van zijn slachtoffers kan aannemen zo beklemmend. Iedereen kan het monster zijn. Die twijfel drijft de groep uit elkaar: wantrouwen mondt uit in paranoia.

Voor het team dat in 2009 op Rothera overwinterde was het kijken van The Thing niet genoeg. Tijdens hun maandenlange verblijf in de kou en duisternis namen zij zélf een horrorfilm op. In 2012 kwam hun film uit: South of Sanity. Het is de eerste speelfilm die volledig op Antarctica is opgenomen. Uiteraard laat het acteerwerk van, zeg, een Schotse kok, te wensen over, maar de amateurproductie over een losgeslagen moordenaar op een onderzoeksstation is verrassend gruwelijk.

Bloed en sneeuw kwamen gisteren ook voorbij bij Jinek. Mediamagnaat en Ruslandkenner Derk Sauer besprak drie Russische documentaires die deze week op IDFA in première gaan.

De opvallendste was Blood van Alina Rudnitskaya, over een mobiele bloedblank die als een rondreizend circus over het Russische platteland trekt. Voor de armste Russen is het doneren van bloed een van de weinige bronnen van inkomsten. In de getoonde scène smeekt een radeloze man om bloed te mogen doneren. Desnoods voor de helft van de normale vergoeding: een schamele 850 roebels (20 euro). Maar de zusters van de bloedbank willen om onduidelijke redenen zijn bloed niet. „Stop met jammeren en ga weg.”

De macabere scène had een mooi bruggetje kunnen zijn naar de volgende gast, angstprofessor Damiaan Denys. Maar Eva Jinek koos ervoor om het gesprek te openen met lollige fobieën, zoals angst voor plakkende pindakaas en kaal worden. Het gesprek kabbelde voort, over collectieve angsten, voor gluten, en individuele, voor hoogten. Maar dichter bij onze diepste angsten durfde het gezelschap niet te komen.

De enige die zich nog een beetje bloot durfde te geven was cabaretier Peter Heerschop, die zijn zaalangst beschreef. En hoe prettig het voelt om die te bezweren. Want overwonnen angst, dat is de fijnste angst.

Wetenschapsredacteur Lucas Brouwers vervangt deze week tv-recensent Hans Beerekamp.