Monsters als stijliconen: een andere kijk op mode

Rick Owens Fashion Show in Paris Collection Fall Winter 2012 Photo by Valerio Mezzanotti / NowFashion.com

Wie nog steeds denkt dat het in de mode alleen gaat om slanke modellen in mooie kleren, moet snel naar Utrecht. In het Centraal Museum is Arrrgh! te zien, een expositie die eens een heel andere kant van mode laat zien – outfits die zijn geïnspireerd door wat je het tegenovergestelde glamour zou kunnen noemen: monsters. De tentoonstelling, die eerder te zien was in Athene en Parijs, is samengesteld door het Griekse collectief Atopos (‘Raar, niet netjes’). De zeventig poppen in fantasievolle, vaak extreme creaties, staan op de vloer opgesteld, zodat, zoals het Centraal Museum stelt, “de bezoeker letterlijk oog in oog staat met de ontwerpen en wordt uitgenodigd de monsters aan zichzelf te spiegelen en zijn eigen ideeën over schoonheid te bevragen.”

Voor de huidige generatie modeontwerpers zijn monsters goed beschouwd een logische invloed. Veel van hen hebben als kind in de weekenden ochtenden lang tekenfilms gekeken, of zijn in elk geval opgegroeid met strips. Daarnaast raakt het gebruik van fantasiekarakters aan ons online bestaan: op internet zijn we bijna allemaal een personage, of we nou een fictieve avatar gebruiken of niet.

Bijna alle ontwerpers van wie werk te zien is op de expositie hebben gebruik gemaakt van maskers, die alle herkenbaarheid wegnemen bij de modellen die ze dragen. Dat geeft een enorme vrijheid; opeens is het niet meer belangrijk dat een kledingstuk flatteert. Voor de modewereld zijn zulke experimenten ongelooflijk belangrijk: ze zorgen ervoor dat er meer verandert alleen kleur en roklengte.

Van Rick Owens, die met zijn extreme zwarte, en vaak leren ontwerpen de laatste tijd een enorme impact op de mode heeft gehad, is er een lange zwarte ‘heksenjurk’ met masker, van Walter van Beirendonck zijn kleurrijke ‘piemelmaskers’ uit zijn Sexclown-collectie (voorjaar 2008) en de de enorme, kleurrijke tule bollen die de Oostenrijker Erwin Wurm maakte voor zijn voorjaarscollectie 2012 en die het lichaam grotendeels bedekken.

Maar ook van onbekende, jonge namen zijn bijzondere dingen te zien, zoals de ‘Run over rabbit’ uit de collectie waarmee de Deense Kim Krager afstudeerde aan Central Saint Martins in Londen: een konijnenmasker, een ‘verbandpak’ en leren mitella’s en een leren rugzak, allemaal even verfijnd uitgevoerd: monstercouture. Of de woeste maskers van latten van Craig Deen, het stekelige monster van paarse foam van de Nederlandse Heyniek.

Een aantal ontwerpen is speciaal voor de expositie in Utrecht gemaakt. Een complete monsterfamilie van Bas Kosters, gemaakt uit kleine stukjes gekleurde stof. Bart Hess, een ontwerper die gespecialiseerd is in bijzondere materialen en veel heeft samengewerkt met de Nederlandse Iris van Herpen, bedekte een magnetische pop helemaal met (veiligheids)spelden.
Jammer is alleen dat de expositie ná de Mode Biënnale Arnhem komt. Het Centraal Museum kan daar niks aan doen – al voor de biënnale was afgesproken Arrrgh! naar Utrecht te halen – maar voor wie deze zomer alle uitzinnige, wonderlijke en fantasierijke creaties in Arnhem heeft gezien, is de verrassing er wel al een klein beetje af.

Arrrgh! Monsters in de mode. Tot en met 19 januari, Centraal Museum, Utrecht.

Eerder, in kortere versie, gepubliceerd in NRC Handelsblad en nrc.next.

Jurk van Bas kosters, met het gezicht van een van de drie leden van Atropos erop. Foto: Marc Deurloo