Zet leken niet in voor de selectie van wetenschappelijk onderzoek

In hun rapport Science in transition stellen Miedema c.s. dat de wetenschap steeds verder af is gaan staan van de maatschappij. De kloof tussen burger en onderzoeker en tussen wat die burger belangrijk en die onderzoeker interessant vindt lijkt almaar groter geworden. Toch denk ik dat het voorstel om leken te laten meebeslissen over het type onderzoek dat door de samenleving gefinancierd mag worden geen goed idee is.

Ten eerste is het zo goed als onmogelijk om dat onderbouwd te doen. Als commissielid en referent bij allerlei onderzoeksinstanties in binnen-en buitenland moet ik geregeld zelf te kennen geven dat onderzoeksvragen die binnen de Geesteswetenschappen vallen – waartoe ik ook behoor – soms bijna té specialistisch zijn om er een goed onderbouwd oordeel over te kunnen geven. Wetenschap is nu eenmaal specialistenwerk. Ten tweede zit het probleem zelden in het idee dat men wil onderzoeken, maar in de uitwerking ervan, en dat gaat van het type data dat je gebruikt, hoe je die verzamelt, verwerkt, analyseert tot hoe je ze uiteindelijk interpreteert. Dat het resultaat van dat proces niet altijd éénduidig is en dat een originele hypothese dan wel eens sneuvelt , daar is bij de gemiddelde Nederlander misschien niet zoveel begrip voor. Indien we willen dat burgers begrip hebben voor het risico dat overheidsgeld soms tot weinig of geen resultaat leidt, moeten we hen ook meenemen in het proces dat daaraan voorafgaat, i.p.v. hen aan de onderwerpen zelf sturing te laten geven.

Om die reden lijkt het inzetten van een lekencommissie mij een heel goed idee, maar niet zozeer bij het beoordelen van een onderzoeksaanvraag maar eerder wanneer het onderzoek al een beetje opgeschoten is. Wetenschappers zullen zelf niet altijd meteen zien hoe hun ideeën benut kunnen worden, maar dan kan zo’n lekencommissie wellicht verhelderende ideeën brengen, aanknopingspunten zoeken om bepaalde aspecten anders uit te werken. In enkele gevallen zal de kloof zo groot zijn dat er geen werkbare ideeën uit voortkomen. In dat geval zet het de wetenschapper hopelijk aan tot nadenken over de kloof tussen wetenschap en praktijk. En daar is helemaal niets mis mee. In sommige gevallen zal ook blijken dat het onderzoek niet gaat in de richting die de bedoeling was, dat resultaten niet opleveren wat de onderzoeker gedacht had.

Tine De Moor