Waar is de minister van lokale democratie?

Er blijft een wonderlijke tegenstrijdigheid zitten in alles wat politiek Den Haag wil met het openbaar bestuur in de rest van het land. Alles moet lokaal worden, lekker dicht bij de mensen. Maar alles wat op jullie, gemeenten en provincies, afkomt is zo moeilijk dat jullie wel groter moeten worden. Niet meer dicht bij de mensen.

In het regeerakkoord staat dat gemeentes moeten grootgroeien naar minstens 100.000 inwoners. En provincies moeten samensmelten tot landsdelen, te beginnen met de Noordvleugel (Noord-Holland, Flevoland en Utrecht). Minister Plasterk legt al een jaar uit waarom het kabinet blijft sjorren aan gemeentes en provincies.

Regeerakkoorden zijn handig om klippen die het schip van staat het eerste jaar van een kabinetsperiode kan tegenkomen in kaart te brengen. In dit geval was sprake van het vastleggen van een gunst. De VVD, althans een aantal VVD-bestuurders, wilden stappen zetten in de slepende discussie over de inrichting van het openbaar bestuur, vooral in de Randstad, en in het bijzonder rond Amsterdam. Noord-Holland heeft het altijd lastig met Mokum.

Het formatielot wilde dat de PvdA’er Plasterk dit akkefietje moest regelen. De minister van democratie, burgerschap en openbaar bestuur als uitvoerder van een zelden uitgelegd en nergens gelegitimeerd plannetje van de coalitiepartner. Voor de verdediging haalt hij alles uit de kast, zelfs argumenten, maar ze vallen kwalitatief in het niet bij de afgewogen reacties die de provincies hebben ingestuurd.

Vorige week schreef Plasterk weer een hele brief, nu naar de Eerste Kamer, die in een motie-Vliegenthart had gevraagd of hij nog es wilde uitleggen waarom het allemaal moest. Die brief was niet meer zo ronkend als de ‘business case’ die de minister half december vorig jaar de wereld inzond. Maar het moet wel doorgaan. De Noordvleugelprovincie levert ook nog een bezuiniginkje op. Nog steeds ademt de brief meer handel en bestuurskunde dan staatsinrichting en lokale of regionale democratie.

Intussen weeft collega Schultz van Infrastructuur en Milieu rustig verder aan haar bestuurlijk web. Zonder een woord te wijden aan Plasterks kruistocht bekrachtigde zij deze week de Rijksstructuurvisie Amsterdam-Almere-Markermeer. Daarin wordt, uitgaande van „een organische manier van ontwikkelen”, vastgelegd hoe Almere en omgeving verder groeien in nauwe samenwerking met Amsterdam en het Rijk. Wonen, vervoer, milieu. Klinkt praktisch. Zo groot is Nederland ook niet.

De Rijksoverheid is al decennia bezig zichzelf kleiner te maken. Aangemoedigd door adviezen als Terugtreden is Vooruitzien, Vertrouwen in de Burger en Vertrouwen in de Buurt, volgt Den Haag het liedboek van de terugtredende overheid. Iedereen baseert zijn adviezen en redeneringen erop. Bestuurskundigen wijzen op alle initiatieven van burgers; de doe-democratie als koket concept is helemaal hip.

Intussen worden gigantische verbouwingen gepland met die decentralisatie van belangrijke taken die samen het sociale vangnet vormen waar dit land de laatste halve eeuw aan gewend is geraakt. Die ingrijpende verbouwingsplannen berusten op even eenvoudige als ongetoetste veronderstellingen. Lokalisering van de verzorgingsstaat betekent maatwerk voor mensen die ziek of zwak zijn. Gemeentes kennen immers hun burgers. En: dichtbij is goedkoper. De miljardenbezuiniging is vast ingeboekt.

Gemeentes zijn opgewonden over de verdubbeling van hun budget die er aan zit te komen. Collectief komen zij overigens wel 6 miljard tekort voor hetzelfde werk dat nu van rijkswege wordt gedaan – echt niet allemaal in Den Haag, dus hoeveel dichterbij onze vriendelijke zorgloketten komen te staan moet nog blijken. Bovendien: om die veeleisende taken op het gebied van jeugd-, zieken- en bejaardenzorg te kunnen uitvoeren moeten gemeenten groot en sterk worden, dus samengaan.

De dwang tot 100.000-fusies is er een beetje af, maar veel gemeentes zijn toch zo nerveus over wat zij allemaal op de stoep krijgen in 2015 dat zij voor tonnen, soms miljoenen adviesbureaus hebben gehuurd om te helpen met een impactmonitor of een portie proces­optimalisatie. Dat geld gaat in ieder geval niet naar de zorg. Het risico bestaat dat de nieuwe taken zoveel geld kosten dat straten, buurthuizen en groenonderhoud moet opdraaien voor ggz, thuiszorg en jeugdpsychiatrie. Niks lokale keuze.

Niemand weet of gemeentes in staat zullen zijn de vloed aan betrekkelijk acute hulpvragen te verwerken. Sommige stadhuizen besteden het werk uit aan samenwerkingsverbanden met een paar gemeentes, of aan de grote stad in de buurt. Anderen storten zich in fusie-avonturen. In alle gevallen zal het voor gemeenteraden een helse toer zijn zicht te houden op alle oude en nieuwe geldstromen.

Volgens een net verschenen interviewbundel van Jasper Loots en Piet-Hein Peters is er geen beginnen aan voor de meeste raadsleden. In De Gemeenteraad heeft geen toekomst – waarom stemmen op 19 maart 2014? zien oude rotten meer beren op de weg dan kansen om het volk bij het controleren van het eigen lokaal bestuur te vertegenwoordigen.

De terugtredende overheid is voorlopig behoorlijk dwingend. De burgers is steeds meer aan zichzelf en zijn gemeente-met-hoge-bloeddruk overgeleverd. Zonder werkende democratie en goed bewaakte en bewerktuigde rechtsstaat wordt de civil society een wild west-schiettent. Kan de minister daar z’n volgende brief over schrijven? Voorlopig is hij het die bestuurlijke drukte maakt. Met decentralisatie wordt tot nader order vooral rijksbelang gediend.

opklaringen@nrc.nl; tw @marcchavannes