Waar is de

mantel der liefde

? W

Achtergrond //

Pater Harry Huisintveld voerde de Heilige Mis verkeerd uit. Zijn straf: hij mag een jaar lang de eucharistie niet vieren. Het incident voedt de al langer heersende richtingenstrijd binnen de katholieke kerk.

tekst Freek Schravesande

foto’s Lars van den Brink

ekenlang voelde hij bij thuiskomst onrustig met zijn voet op de deurmat. Kwam hij op straat de postbode tegen, dan vroeg hij of er nog iets voor hem bij zat.

Het werd een e-mail, geen brief, op 1 oktober. Afzender: de hoogste macht van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland. Dat hij, pater Harry Huisintveld, op vrijdag 4 oktober om 15.00 uur wordt verwacht op het aartsbisschoppelijk paleis in Utrecht. Alwaar hij, wist hij, zijn straf zal horen.

Drie dagen later, voor de zekerheid veel te vroeg, parkeert Huisintveld zijn Toyota, een oudje, voor het monumentale gebouw aan de Maliebaan. Met benauwd gevoel blijft hij zitten tot 14.55 uur, dan belt hij aan. De portier doet open en gaat hem voor naar boven, over een klassieke trap tot aan de ontvangstkamer met oude schilderijen en hoge, rood pluche stoelen.

„Gaat u maar zitten hoor”, zegt de secretaresse. Huisintveld, die zijn hart voelt kloppen, besluit te blijven staan. Een kwartier lang, totdat de aartsbisschop, kardinaal Wim Eijk, de trap afdaalt en samen met de hulpbisschop gaat zitten in de vergaderzaal. In zijn hand een vijf pagina’s tellend decreet.

De kardinaal begint voor te lezen en somt de feiten op.

Dat Eerwaarde Pater H. J. M. Huisintveld op de avond van Witte Donderdag, 28 maart 2013, in de kerk van Abcoude de Eucharistie heeft gevierd.

Dat de Pastoor van de kerk op 18 april aan het Bisdom heeft meegedeeld dat Pater Huisintveld tijdens de viering wezenlijke teksten en onderdelen, waaronder het Kyrie en het Sanctus, heeft weggelaten.

Dat door onjuist gebruik van liturgische formuleringen de Heilige Mis ongeldig is.

Dat Pater Huisintveld het weglaten heeft erkend in een gesprek met de Hulpbisschop.

Dat het al de tweede keer is dat deze Parochie zich schuldig maakt aan wangedrag.

Dat de Aartsbisschop vorig jaar, na het eerste incident, alle Parochies per brief heeft gewaarschuwd zich aan de liturgische regels te houden.

Dat Huisintveld, op de hoogte van de brief, desondanks de liturgische orde ernstig heeft verstoord.

Dat de Aartsbisschop de eenheid van de kerk als geheel moet beschermen.

Dat waar kwaad is gepleegd, dit dient te worden gecorrigeerd volgens het kerkelijk recht.

Dat Pater H. J. M. Huisintveld volgens canon 1336, paragraaf 1 sub 2 en canon 1338, sub 2 is ontslagen als priesterassistent en een jaar lang de Eucharistie in zijn Parochie niet mag vieren.

„U weet”, besluit de kardinaal, „dat wanneer iemand zich niet aan de orde van de dienst houdt, ik maatregelen moet nemen.”

„Hoeveel ruimte zit er in die zin?”, vraagt pater Huisintveld, verdwaasd.

„Geen ruimte”, zegt de kardinaal. Hij wendt zich tot de hulpbisschop. „Is alles gezegd?”

Alles is gezegd.

Het incident

De viering van de eucharistie, de herdenking van Het Laatste Avondmaal, vindt wekelijks plaats. Maar op de avond van Witte Donderdag is de sfeer serener dan anders. Deze viering, de belangrijkste van allemaal, is de altaartafel bedekt met een eenvoudig wit laken, hetzelfde wit waarboven Jezus onder de woorden „Dit is mijn Lichaam” het brood brak en uitdeelde aan zijn apostelen, daarmee zichzelf uitdelend, met de opdracht Hem te gedenken. De dag erop, Goede Vrijdag, hangt Jezus na verraad van Judas aan het kruis.

Uitgerekend op de herdenking van deze avond was er in parochie Vecht en Venen, in de kerk van Abcoude, waar Harry Huisintveld voorging, iemand die de Judas uithing.

Zo althans reageerden gelovigen op het bericht dat de pater een jaar lang de eucharistie in zijn gemeenschap niet mag vieren. De pastoor van de kerk had na klachten van een enkeling de hulpbisschop laten weten dat de Heilige Mis die avond niet correct was uitgevoerd en hem het gewraakte liturgieboekje overhandigd.

Verlinking, vonden sommigen. En kardinaal Wim Eijk was een ‘Eijkel’. Het bericht over het ontslag van Huisintveld, in de wereld gebracht door diens verontwaardigde broer, leidde de afgelopen weken tot hevige reacties. De burgemeester van Stichtse Vecht vroeg de kardinaal om vergeving. En ook Eijks voorganger Ad Simonis, niet de vrijzinnigste, noemde de straf te zwaar. Per decreet straffen voor een liturgisch vergrijp, zoiets had hij in de 24 jaar als aartsbisschop nooit gedaan.

Enkele honderden e-mails en brieven ontving Huisintveld. Van leken, ongelovigen, priesters, parochies uit het hele land. ‘Waar is de mantel der liefde’, vroegen mensen zich af. Er werd verwezen naar het misbruikschandaal: aan kleine kinderen zitten mag wel, maar één zin verkeerd en je bent ontslagen. Anderzijds waren er gelovigen die het voor de kardinaal opnamen. De eucharistie, het belangrijkste sacrament, kent regels en daaraan heb je je te houden.

Het incident voedt de langer heersende onvrede bij een deel van de katholieken over de orthodoxe lijn. ‘Wanneer houdt dat wegjagen uit de kerk van goede gelovigen nu eens op’ schreef een groep intellectuelen in een open brief aan Eijk. Heeft de nieuwe paus Franciscus niet gezegd dat de kerk zich soms laat inkapselen in details en kleine voorschriftjes?

Bovenal leidde het incident tot verliezers. De kerk, opnieuw slecht in de publiciteit. Kardinaal Eijk, al niet bekend om zijn warme persoonlijkheid. De pater, een decreet aan z’n broek. De pastoor, uitgemaakt voor verrader. De parochie, wantrouwend in de bank.

En de buitenwereld, die begreep er al helemaal niets meer van. Terwijl, zeggen beschouwers van de kerk, het allemaal zo ver niet had hoeven komen.

Waarom kwam het dan toch zo ver?

De 61-jarige Harry Huisintveld uit Maarssen spreekt vurig, tot aan het speeksel op zijn lip. Een blijmoedig type, grote ogen op een ingevallen gelaat.

Huisintveld is vermagerd door de ziekte van Crohn, een stofwisselingsziekte die hij kreeg op zijn zeventiende. Hij kon goed leren, dacht aan een carrière als academicus. Maar terwijl leeftijdsgenoten in 1968 in Parijs op de barricade stonden, zag >> >> Huisintveld in het ziekenhuis mensen verliezen van de dood.

1968 was niet alleen een beslissend jaar voor de jonge Huisintveld. Ook veel katholieken beleefden dat jaar als bepalend voor de toekomst van de kerk. Om dat te begrijpen, zegt Peter Raedts, hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis aan de Radboud Universiteit, moeten we terug naar paus Paulus VI. Die vaardigde in 1968 tot ieders verbazing een encycliek uit waarin de kerk geboortebeperking verbood. Wereldwijd leidde het besluit bij katholieken, al massaal aan de pil, tot ophef. „Een goed leider weet wat die van zijn mensen kan vragen”, zegt Raedts. „Dit besluit was te veel gevraagd.”

Groter dan de woede was de verbazing. Deze beslissing, zegt Raedts, was onkatholiek. Het encycliek bracht de eenheid van de kerk in gevaar. Anders dan bij protestanten, die zich afscheiden als ze het met de Bijbelinterpretatie niet eens zijn, is de eenheid bij katholieken altijd belangrijker geweest dan de waarheid. „De waarheid van de meerderheid nadert het dichtst de Waarheid, is het idee.”

Maar wie zo’n grote groep bij elkaar wil houden, zal pragmatisch moeten zijn. Dus is de kerk in de leer weliswaar streng, maar in de praktijk mild. Zonder gedoogconstructie, de ‘mantel der liefde’, is het instituut niet levensvatbaar. Natúúrlijk lieten eerdere pausen zich over geboortebeperking niet officieel uit. Ze pasten wel op.

Geschrokken trok paus Paulus VI zich na de encycliek terug. Maar de loyaliteit aan het kerkhoofd, hét kenmerk van de katholieke kerk, was onherstelbaar beschadigd. Een bodem van vervreemding, wantrouwen jegens gezag, was gelegd.

Kerkbanken raken leeg

Huisintveld liet zich door zijn ziekte niet weerhouden en ging theologie en filosofie studeren in Nijmegen. In 1973 werd hij toegelaten tot de orde der Dominicanen, bekend om zijn intellectuele lezing van het geloof. Er was over zijn toelating tot de orde discussie geweest, herinnert toenmalig overste Martin Vijverberg zich. Zou Huisintveld niet snel arbeidsongeschikt raken?

De discussie verstomde snel toen Vijverberg, die zijn leermeester werd, het talent van Huistintveld zag. „Hij raakt iets bij mensen, ze voelen zich bij hem snel thuis. En hij weet wat ziek zijn is, afhankelijkheid van anderen. Daar hebben mensen in nood ook mee te maken.”

Huisintveld kwam te werken in parochie Vecht en Venen, een geloofsgemeenschap van negen kerken. Een charismatisch voorganger had er een traditie gebracht van preken die stemden tot kritisch denken. De moderne gezangen van Huub Oosterhuis, voor een deel van de kerk not done, waren doorgedrongen tot het koor.

Individualisme is de meest gehoorde verklaring voor de ontkerkelijking in de decennia daarna. Alle Westerse landen kregen ermee te maken, maar in Nederland raakten de kerkbanken het snelst leeg van allemaal.

Rome zat met Europa, Nederland in het bijzonder, in zijn maag en kwam met een nieuwe, orthodoxe lijn. De hervormingsgeest die in veel parochies sinds de jaren 60 was gaan dwalen, werd niet langer getolereerd. Terug naar de regels, was het devies. Dat moest gelovigen terug in de bank krijgen. Of op z’n minst de afgedwaalde parochies terug op koers. Of op z’n minst de kerk doen overleven, met een kleine groep strijdbaren die de regels nauw volgen. Een Gideonsbende, desnoods.

In probleemland Nederland reageerde Rome sinds de jaren 70 ‘restauratief’. Het hoogste gezag verving progressieve bisschoppen voor conservatieve. Discipline werd belangrijker dan theologisch debat, met een intellectuele kaalslag tot gevolg, zegt cultuurtheoloog Frank Bosman van de Universiteit van Tilburg. „Een kerk moet kunnen vernieuwen, innoveren als een chemisch bedrijf, maar dat ging niet.”

In die omgeving maakte Wim Eijk carrière. Hij werd in 2007 Aartsbisschop van Utrecht en werd vorig jaar in Rome gecreëerd tot kardinaal. Binnen het bisdom maakte hij zich minder geliefd, onder meer door bezuinigingen, noodzakelijk vanwege de ontkerkelijking. Eijk ontsloeg tweederde van de medewerkers en hief zonder overleg de priesteropleiding op.

Een lintje van de koningin

Het was geen opzet om de regels te overtreden, zegt pater Huistintveld. Maar hij maakte de ontkerkelijking vanaf de kansel mee. Hij zag zijn publiek vergrijzen en verkleinen, mensen van onder de veertig alleen nog komen voor de doop van hun kind. Hij zag formules niet meer werken en de appreciatie, de smaak, verdwijnen uit de kerk. Hij zag mensen snakken naar het authentieke geloof, dat volgens hem uitdaagt om waarachtig te zijn en vragen stelt.

Huisintveld is een improvisator die met een stofkwastje van de archeoloog door zijn preken loopt: wat is de taal die mensen aanspreekt. En als iemand zegt ‘de kerk vind ik niets’, dan zegt hij ‘vertel’. Hij noemt zichzelf een zoeker tussen geloof en wereld, perfectie en de gebroken mens. Is je leven een recht of een geschenk? Hoe vaak spreek je over elkaar waardering uit?

„Harry is een geliefd voorganger, een leraar bijna”, zegt Susan van Agten, secretaris van de geloofsgemeenschap in Abcoude. „Hij is iemand die spreekt vanuit hoop, niet vanuit zekerheid.” Meer nog dan om zijn preken, die sommigen in Abcoude lang of slecht verstaanbaar vinden, is Huisintveld gewaardeerd om zijn persoonlijk contact. „Harry daagt mensen uit hun twijfel uit te spreken. Soms bereikt hij daarmee ook mensen die wat verder zijn afgedwaald.” Voor zijn inspanningen ontving Huisintveld onlangs een lintje van de koningin.

De eucharistie kent vele goedgekeurde gebeden. Ter voorbereiding van die Witte Donderdag, 28 maart, had Huisintveld samen met de liturgiegroep gekozen voor een eigen variant. Ze wilden terug naar de bron, het evangelie volgens Marcus van 65 na Christus, het oudste geschrift dat over Het Laatste Avondmaal getuigt. Zo zou het publiek zich nauwer betrokken voelen bij de beleving van de vroege kerk, was hun redenering.

Bij aanvang van elke mis kijken mensen duf voor zich uit, ze komen uit de drukte van alledag. Taak aan Huisintveld om de gevoelstemperatuur, rond de 16 graden, te doen stijgen. Mensen moeten het gevoel krijgen dat het over hen gaat, niet over onbegrijpelijke gebeden. Daarom zijn de eerste woorden het belangrijkst. En ook de omgeving helpt mee: een mooie kerk, niet zo’n moderne stationshal, een mooie vaas bloemen.

In de neogotische kerk van Abcoude lukte het die avond. Inderdaad, Huisintveld had een aantal gebeden vervangen. En bij het opheffen van de hostie sprak hij de woorden „Want dit is mijn lichaam” weliswaar uit het voorgeschreven twaalfde hoofdstuk, maar niet in de context van het misformulier. De woorden waren dezelfde en niemand leek het op te merken. Voor hem was het doel, de eucharistie weer meer betekenis geven, die avond geslaagd. Na afloop liepen de kerkgangers in stilte naar buiten. „Mooie viering”, hoorde hij een enkeling fluisteren.

‘De straf is nog relatief mild’

In mei moest Huisintveld zich plotseling melden bij het bisdom. Enkele kerkgangers, niemand wist wie, hadden zich aan de viering geërgerd en tegen de pastoor gezegd: „Als u dit niet bij het bisdom meldt, dan doe wij het”.

De pastoor had het gevoel gehad niet anders te kunnen. Te meer omdat hij een jaar eerder op de vingers was getikt toen op Allerzielen, tegen de regels in een pastoraal werker, een leek en geen priester, in een eucharistieviering had gepreekt. Het incident trok landelijke aandacht en leidde tot ontslag van de pastoraal werker, dat later, na een spijtbetuiging, door de aartsbisschop werd ingetrokken. Waarna op 5 maart 2012 alle parochies een brief ontvingen met daarin nogmaals de regels van de liturgie.

Een gesprek met het bisdom bood geen soulaas. Huistinveld kon niet anders dan de fout erkennen, al was het geen recalcitrantie. De hulpbisschop zocht naar een uitweg, vergiffenis, een verzachtende omstandigheid. Had Huisintveld de brief van 5 maart 2012 misschien niet ontvangen? Was er >> >> sprake van vergeetachtigheid, ouderdom?

‘Nee’, was het antwoord. De Orde der Dominicanen kreeg het verzoek Huisintveld te bestraffen, wilde dat niet doen, waarna de Orde in september in gesprek ging met het bisdom. Tevergeefs, de partijen kwamen niet nader tot elkaar. Een echte kans om zijn zaak te bepleiten heeft Huisintveld in zijn ogen niet gekregen.

Maar kardinaal Eijk kon niet anders, zegt diens woordvoerder Hans Zuijdwijk. „De straf is nog relatief mild, gezien de ernst van het vergrijp.” Het gebruik van niet goedgekeurde gebeden kun je eventueel nog door de vingers zien. Maar de instellingswoorden, „Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed”, niet op voorgeschreven wijze uitspreken, dat kon Eijk niet laten passeren. Dan heeft volgens het bisdom geen consecratie plaatsgevonden, zijn het brood en de wijn niet veranderd in het Lichaam en Bloed van Jezus. „Dan is de mis ongeldig.”

Een uniek incident

Is het vergrijp inderdaad zo kwalijk? Had Huisintveld de viering vooraf niet als eucharistie aangekondigd maar als meditatie- of gebedsdienst, dan was er niets aan de hand geweest, zegt Paul van Geest, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Tilburg. „Nu verwachtten mensen de rituelen van een eucharistie. Dat is op Witte Donderdag gebruikelijk, maar je kunt er een meditatiedienst naast houden.”

Bovendien, vindt hij, plaatste de voorganger zich niet ten dienste van de viering, maar plaatste hij zijn eigen liturgie meer op de voorgrond. „Er is een verschil tussen ‘het begint’ en ‘ik begin’.”

De eucharistie, zegt Raedts, moet je zien als een soort Troonrede. Die begin je nu eenmaal met ‘Leden van de Staten-Generaal’. Een ceremonie is er om groepen samen te binden, regels stellen vast dat er ‘iets’ belangrijker is dan het individu. „Wie daarvan afwijkt gaat zelf bepalen wat belangrijk is.”

Maar stel nu dat je met ‘hoi’ meer mensen in de Troonrede interesseert? „Ik hoef de persoonlijke mening van de koning niet te weten.” Bakens, piketpalen, zegt Raedts, zijn duurzamer dan het individu, hoe charismatisch ook.

Een incident als dit is in het bisdom niet eerder voorgekomen, zegt woordvoerder Zuijdwijk. „Althans, niet voor zover wij weten.” Want ook dat is de pech, zegt hij. Het bisdom krijgt zo vaak meldingen van kerkgangers dat ergens een mis niet klopt. Dat een priester iets weglaat of vergeet. „Meestal doen we daar niets mee. En als het ernstig is, dan bellen we.”

Maar nu was de samenloop van omstandigheden voor iedereen ongunstig. „We hadden het bewijs, een liturgieboekje, zwart-op-wit ontvangen. We hadden gezocht naar verzachtende omstandigheden, maar de pater had eerlijk geantwoord. En dan gebeurt zoiets nu net weer in het bisdom van kardinaal Eijk, die gezien de publieke opinie al niet veel risico loopt dat hij de populariteitsprijs wint.”

Beschouw je het delict als simulatio sacramenti, het simuleren van een sacrament, dan is de straf inderdaad mild, zegt Van Geest. „Dit simuleren is reden voor excommunicatie.” Maar omdat de instellingswoorden uit het juiste hoofdstuk zijn uitgesproken, is de vraag of er toch geen sprake is geweest van een geldig voltrokken sacrament.

Het bisdom hád anders gekund, zegt theoloog Bosman. „Waarom niet een flinke draai om de oren en daarna samen een biertje? Dat zijn de ongeschreven regels binnen de kerk. Maar daar gaat kardinaal Eijk aan voorbij. Met deze sanctie moedigt hij verklikken aan, hij zet de verhoudingen op scherp. Gelovigen gaan elkaar wantrouwen.”

Dat is de reden, zegt Van Geest, dat straffen per decreet voor een liturgisch vergrijp uitzonderlijk is. „Een straf waarvan niet duidelijk is of die tot gedragsverandering leidt, kan de eenheid binnen de kerk tegenwerken in plaats van bevorderen.” Daarom heeft Eijks voorganger Simonis het middel nooit gebruikt. En ook paus Franciscus moedigt het gebruik van decreten niet aan, denkt Van Geest. „De dialoog blijft volgens de paus altijd noodzakelijk.”

‘Harry, waarom scheid je je niet af!’ is hem de afgelopen weken regelmatig gevraagd. Voorbeelden in Nederland zijn er wel. Maar Huisintveld wil de eenheid behouden. Hij heeft spijt betuigd, ziet zijn zonde in. De intentie om zichzelf in het middelpunt te plaatsen had hij niet.

Huisintveld wil de kerk betekenisvol maken voor de mens, ook in deze tijd. Dat ziet hij als zijn taak. Hij is een religieuze ploeteraar, die had gehoopt op vergiffenis. <<