Van kompel tot onderkoning van Limburg

Harry Pennings (1934-2013)

Voormalig Océ-topman Harry Pennings was volgens Elsevier ooit ‘een van de machtigste mannen van Nederland’.

Foto Chris Keulen

In een interview met Dagblad De Limburger vergeleek de onlangs overleden supercommissaris Harry Pennings zijn functie met die van voorstopper in het voetbalteam. „Je grijpt alleen in als het echt moet.”

In 1999 greep hij in als president-commissaris van Limburgse kopieermachinefabrikant Océ toen hij bestuursvoorzitter Jan Hovers verving door Rokus van Iperen. Pennings, bijnaam ‘de sfinx, heeft nooit een motivatie willen geven. „Laat iedereen maar speculeren”, zei hij.

Harry Pennings werd op 2 oktober 1934 geboren in Sittard. Zijn vader was afdelingsopzichter op de Staatsmijn Maurits. Na zijn HBS-diploma aan het Bisschoppelijk College in Sittard volgde hij aan de Katholieke Universiteit in Tilburg een journalistieke opleiding. Daarna studeerde hij sociale wetenschappen in Nijmegen.

In 1961 trad hij in dienst bij de Staatsmijnen en ging ondergronds om zijn proefschrift te financieren. Hij maakte promoveerde in 1966 op het proefschrift Een vergelijking van beambten en arbeiders in hun arbeidssituatieve houdingen: een experimenteel sociaal-psychologische studie.

In 1969 trad Pennings in dienst van Océ, waar hij in 1990 bestuursvoorzitter werd als opvolger van Henk Bodt die de overstap maakte naar Philips. Pennings voerde – met dank aan een doorlichting van organisatieadviesbureau McKinsey – een sanering door en lieten zich meer inspireren door de wensen van de klanten. Via een groot aantal overnames steeg de omzet en de beurskoers.

Toch heeft Océ de sterke positie niet geheel op eigen kracht bereikt. Pennings wist de weg naar Den Haag (lees: de subsidies van Economische Zaken) te vinden. Het ministerie beschouwde Océ als prototype van een clusterbedrijf, regionale toeleveranciers rondom een bedrijf die mee ontwikkelden aan de kopieermachines. Voor Limburg werd Pennings een belangrijke ondernemer, ‘de onderkoning van Limburg’ was zijn bijnaam.

In 1998 werd Pennings – voor korte duur – opgevolgd door Jan Hovers. Pennings bleef tot 2006 aan Océ verbonden als commissaris. Océ is inmiddels een aparte divisie van kopieergigant Canon.

Pennings was ondermeer commissaris bij bedrijven als bierbrouwer Grolsch, energiebedrijf Essent en uitgever Wolters Kluwer. In 2003 werd hij door het weekblad Elsevier tot de tien machtigste mannen van Nederland gerekend. „Och, ik heb in dit land natuurlijk wel wat in de melk te brokken”, zei hij in een interview met De Limburger. „Ik zou liegen als ik zou zeggen dat dat niet zo was.”

Als president-commissaris was hij verantwoordelijk voor het beloningsbeleid bij Essent, de aandeelhouders – gemeenten en provincies – waren zeer ontstemd over de afspraken die waren gemaakt met topman Michiel Boersma over de hoogte van zijn salaris. „Essent zou naar de beurs gaan. [...] In die sfeer zochten wij een bestuursvoorzitter. We hadden geluk en vonden de heer Boersma bij Shell. Bij een man van zijn statuur hoort een marktconform salaris”, zei Pennings ter verklaring.

Na een storm van maatschappelijk kritiek doneerde Boersma de helft van zijn bonus aan een goed doel. Het was een van de zeldzame keren dat Pennings bakzeil moest halen.

Pennings was getrouwd en vader van twee dochters en een zoon.