Stil toch, banken

Aan deemoed geen gebrek, afgelopen week tijdens de parlementaire hoorzitting die vooral ging over de vraag of banken hun buffers extra moeten verhogen. De voormannen van de vier belangrijkste banken van Nederland betuigden nogmaals spijt voor alles: een keten van ongelukken en wangedrag, waarvan de laatste schakel, het Libor-schandaal, slechts twee weken jong is.

De bankiers beklaagden zich vervolgens over twee zaken. De eerste daarvan is het idee de zogenoemde ‘leverage ratio’, de meest simpele berekening van hoeveel vermogen een bank moet hebben, op te schroeven van 3 procent van het balanstotaal naar 4 procent of meer. Het zo sterk verhogen van de vermogensverhoudingen gaat volgens de bancaire sector ten koste van de kredietverlening. En daar is nu juist, met het oog op het economisch herstel, zo’n behoefte aan.

Dit is niet helemaal correct. Balansverkorting door beperken van krediet is inderdaad een methode om de vermogensverhoudingen te verbeteren. Maar het simpelweg verhogen van het eigen vermogen eveneens. Bovendien mag de huidige, karige kredietverlening niet uitsluitend worden toegeschreven aan de plicht tot vermogenversterking. Zuinigheid met kredieten is een verschijnsel dat bij elke recessie optreedt.

Banken kunnen bovendien nog heel wat doen om de kosten te drukken, de winstgevendheid te verhogen en een groter deel van die resulterende winsten ten goede te laten komen aan het eigen vermogen. Steviger financiële buffers zijn te belangrijk om aan het oordeel van de banksector zelf over te laten.

De tweede klacht betreft de stortvloed aan regel-geving die nationaal en internationaal over banken is uitgestort. Hier heeft de sector wel een punt: er is zo’n web aan nieuwe regels dat dit het karakter van overdaad begint aan te nemen. Het aantal gedempte putten is groot. Voor banken is het uitermate lastig, en soms tegenstrijdig, aan al die eisen te voldoen.

Maar ook hier kan sprake zijn van een alternatieve oplossing. Want als het stelsel van regels en wetten dusdanig complex dreigt te worden dat het een efficiënte bedrijfsvoering in de weg staat, kan de conclusie óók zijn dat de banken zelf te complex zijn geworden. Ook dat is een les van veel schandalen en misstanden in de sector. In veel gevallen, nationaal en internationaal, had de leiding tot in een zeer laat stadium geen idee van wat zich in de eigen gigantische en ingewikkelde organisatie afspeelde.

Kleiner, robuuster en simpeler, dat was het idee van de ideale bank dat zich kort na de kredietcrisis manifesteerde. Er is nog steeds geen enkele reden daarvan af te wijken. Ook, en misschien wel juist, nu de storm in de financiële sector enigszins lijkt te zijn geluwd.