Onderzoek naar fraude Stapel kostte kwart miljoen

Universiteiten hebben samen 265.000 euro uitgegeven om de fraude van Diederik Stapel te reconstrueren.

foto anp

Diederik Stapel is terug in de schijnwerpers. Vorige week zondag hield de voormalig hoogleraar sociale psychologie in de Amsterdamse Singelkerk de ‘Preek van de loser’. Vrij Nederland pakte in het voorlaatste nummer uit met een interview van acht pagina’s. Daarin klaagde Stapel onder meer dat hij te zwaar is gestraft voor het vervalsen van minstens 55 onderzoeken. De universiteit had hem ook intern kunnen straffen in plaats van hem te ontslaan, vindt hij. Met het Openbaar Ministerie kwam hij een taakstraf van 120 uur overeen, die hij intussen bijna heeft uitgevoerd te midden van ex-gedetineerden op een kerkhof in Tilburg, meldt Vrij Nederland.

Stapel klaagde ook over geldgebrek nu zijn inkomen is weggevallen. Dat is een flinke aderlating geweest, want uit het jaarverslag van de Universiteit van Tilburg (UvT) over 2010 blijkt dat Stapel in het jaar voor zijn ontmaskering tot de grootverdieners van de universiteit behoorde. Hij verdiende als hoogleraar/decaan meer dan de Balkenendenorm, met een jaarsalaris van 150.000 euro en een pensioenafdracht van 50.000 euro.

De universiteit zette zijn salaris op 16 september 2011 stop na ontslag op staande voet. Stapel ontving daarna nog anderhalve maand een uitkering op basis van de ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling (ZANU-regeling), maar ook dat bedrag weigerde de universiteit nog langer te betalen na het verschijnen van het interim-rapport van de commissie-Levelt dat duidelijk maakte hoe omvangrijk Stapels fraude was geweest.

Uit een inventarisatie van NRC Handelsblad onder betrokkenen blijkt dat het onderzoek naar de omvang van Stapels fraude de drie betrokken universiteiten 265.000 euro heeft gekost. De Universiteit van Tilburg, Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit van Amsterdam hebben in totaal 244.400 euro uitgegeven aan vergoedingen of vrijstellingen voor leden van de onderzoekscommissie en ingeschakelde statistici.

Daar kwam nog een bedrag van 20.000 euro bij aan overige kosten, zoals vertaling en productie van de twee onderzoeksrapporten en persconferenties. Dit bedrag zou nog aanzienlijk hoger zijn geweest als de diverse gepensioneerde wetenschappers in de drie deelcommissies marktconform zouden zijn betaald voor hun werk. Diverse commissieleden ontvingen niets of slechts een bescheiden honorarium.

Bij het Stapelonderzoek zijn in totaal achttien mensen betrokken geweest, inclusief statistici en secretarissen. Hun tijdinvestering was enorm. De drie leden van de Tilburgse deelcommissie staken er samen ongeveer 1500 uur (tien maanden) in; de statisticus werkte drie maanden full-time aan de analyse van de artikelen; de secretaris was negen maanden zoet met Stapel. Totale tijdsinvestering in Tilburg: 22 maanden. De Groningse deelcommissie van drie leden was eveneens bijna 1500 uur (tien maanden) bezig; de drie statistici zes maanden; de secretaris ook zes maanden. De Groningse tijdsinvestering: 22 maanden. De drie leden en de twee statistici van de Amsterdamse commissie hadden wat minder werk: naar schatting zes maanden.

Alles bij elkaar opgeteld heeft het ontrafelen van Stapels fraude vijftig maanden gekost (8000 uur).

En dat is alleen nog maar de tijdsinvestering van de commissie. Niet becijferd zijn alle uren die bestuurders, co-auteurs en collega’s bezig zijn geweest met Stapel. Ook buiten beschouwing zijn gelaten de vele uren die tijdschriftredacties hebben moeten steken in het terugtrekken van de frauduleuze artikelen van Stapel, en de uren van medewerkers van de FIOD en het OM.