Nog even doorjubelen over synthetische bio

Synthetische biologie gaat de wereld veranderen, bezweren synthetisch biologen. In hun toekomst gaan ze eigenhandig micro-organismen ontwerpen die betere plastics, nieuwe medicijnen, efficiënte conserveermiddelen en eindeloze voorraden brandstof gaan produceren.

Hoera?

Inderdaad, ze kunnen al heel wat. Sommige biotechnici hebben de genetische code van een bacterie compleet herschreven. Een ander team heeft het genoom van een bestaande bacterie ontmanteld en opnieuw gemonteerd. En in deze bijlage wordt beschreven hoe knap geknutseld wordt aan de structuur van DNA zelf.

Waar hebben we deze combinatie van beginnend vernuft en tomeloos optimisme eerder gehoord?

In de moleculaire biologie, veertig jaar geleden.

Toen waren net de enzymen ontdekt waarmee biologen DNA konden knippen en plakken. Een nieuwe wereld opende zich. Ineens konden wetenschappers genen van het ene naar het andere organisme overhevelen. Alles leek mogelijk. Erfelijke ziekten zouden verdwijnen door gentherapie. Het voedselprobleem zou worden opgelost, het paradijs was nabij.

Maar zo ver is het nog lang niet.

Het was de euforiefase: ‘nu is alles mogelijk’. Maar daarna volgt onherroepelijk de ploeterfase waarin onverwachte technische hindernissen en onvermijdelijke maatschappelijke weerstand zullen leiden tot teleurstelling. Stier Herman met zijn gemanipuleerde superzaad stierf eenzaam en gecastreerd in een achterafstal. Die fase komt ongetwijfeld ook voor de synthetische biologie, al zal de euforie nog wel even aanhouden. Deze tak van blije wetenschap is nog jong.

De ervaringen met genetische manipulatie leren nog meer. Na de ploeterfase kán een stille revolutie volgen. De grote beloftes zijn nog steeds niet ingelost, maar het medisch-biologisch onderzoek is werkelijk op zijn kop gezet.

Het eerste praktische resultaat kwam eind jaren ‘70 toen het lukte om bacteriën menselijke insuline te laten produceren. Diabetici waren niet langer afhankelijk van de alvleesklieren van varkens en koeien, die zorgvuldig apart werden gehouden in de slachthuizen. Nu groeien in de reactievaten van farmaceuten en chemieconcerns overal gemanipuleerde gisten, bacteriën en schimmels, die moeiteloos plastics en antibiotica maken. De maatschappelijke weerstand heeft massale toepassing in de landbouw tegengehouden, maar in de VS en Brazilië zijn genetisch gemanipuleerde gewassen vrij normaal geworden.

In de synthetische biologie liggen nu alle belangrijke gereedschappen klaar: het synthetische genoom van Craig Venter, de techniek van George Church om een bestaand genoom in één keer op heel veel plaatsen tegelijk te herschrijven. Laten we ons dus maar opmaken voor nog een paar jaar euforie. Dan komt het onvermijdelijk gemopper. En daarna gaan we letten op de stille revolutie.