Niet langer voor een koopje

Duitse kappers juichen een wettelijke regeling van het minimale uurloon toe

Kapper Tim Kreuzfeldt (46) begrijpt eerlijk gezegd alle opwinding niet. Telkens als in Duitsland over de invoering van een algemeen minimumloon gesproken wordt, worden ook altijd meteen de kappers erbij gehaald. Die verdienen niet meer dan 4 euro per uur, wordt dan gezegd.

Kreuzfeldt is eigenaar van twee kapsalons, de hippe Ponyclub en een ‘salon privé’ onder zijn eigen naam, beide in de Oost-Berlijnse wijk Friedrichshain, en hij betaalt zijn personeel „gewoon een fatsoenlijk salaris”. „Die discussie gaat niet over mij, denk ik dan.”

Tim Kreuzfeldt staat te boek als Szenenfriseur en dat wil volgens hem zeggen dat zijn klanten vooral moderne jongeren zijn, maar ook zakenmensen. „Ik heb twaalf medewerkers”, zegt Kreuzfeldt, wiens bonte tatoeages af en toe boven zijn koltrui of onder zijn mouwen vandaan komen. „Maar ik betaal ze meer dan 8,50 euro per uur. Nu al, hoewel het volgens de cao-afspraken in het kappersvak pas vanaf volgend jaar moet. Bovendien zijn de afspraken dan nog niet algemeen verbindend. Maar ik betaal toch meer dan het minimumloon. Simpel omdat ik zelf altijd voor anderen gewerkt heb en ik dus weet hoe kappers elke cent moeten omdraaien.”

Het hevige debat dat de aanstaande coalitiepartijen CDU/CSU en SPD een paar kilometer verderop voeren in de regeringswijk spitst zich toe op de invoering van een wettelijk minimumloon voor heel Duitsland van 8,50 euro. Kapper Kreuzfeldt denkt dat die strijd „voor een groot deel symbolisch is”.

Maar voor anderen is dat gevecht wel zeer concreet: de werkgevers waarschuwden deze week dat het minimumloon Duitsland anderhalf miljoen banen kan kosten. Het probleem is dat economen verdeeld zijn over de mogelijke effecten van de invoering van het wettelijk minimumloon: tegenstanders spreken van een jobkiller. Voorstanders voorspellen een vliegwieleffect voor de hele economie.

Ondertussen wordt de druk om het minimumloon internationaal ook opgevoerd. De Europese Commissie stelt een onderzoek in naar het enorme Duitse exportoverschot. Van de zijde van de Amerikaanse overheid, het Internationaal Monetair Fonds en de club van rijke industrielanden (OESO) wordt de Duitsers voorgehouden dat zij meer binnenlands moeten investeren en consumeren om de internationale balans te herstellen. Daarbij hoort ook een eind maken aan de lage lonen die betaald worden.

Voor de sociaal-democratische SPD is deze internationale druk een steun in de rug: het algemene minimumloon is het enige programmapunt waarover verder „niet te onderhandelen” valt. De christen-democratische partijen CDU, van bondskanselier Angela Merkel, en de katholieke Beierse zusterpartij CSU, van Horst Seehofer, spartelen tegen. Donderdag nog herhaalde Merkel dat zij tot een compromis bereid is als dat geen banen kost.

Sociale rechtvaardigheid, daar draait alles om, zegt Sigmar Gabriel, de SPD-partijvoorzitter die zich ontpopt heeft tot de nieuwe sterke man van de Duitse sociaal-democratie. Hij heeft het minimumloon nodig om zijn achterban mee te krijgen: de leden mogen straks nog stemmen over het coalitieakkoord. Daarom riep Gabriel vorige week: „Het wordt tijd dat christen-democraten eens leveren”.

„Als Gabriel wil dat er iets geleverd wordt, moet hij Zalando bellen”, zei de altijd gevatte partijsecretaris Alexander Dobrindt van de CSU deze week. De partijen spraken dinsdag af dat een tripartite commissie van bestaande uit vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en experts in de toekomst de hoogte van het minimumloon gaat vaststellen. ‘Duitsland krijgt een minimumloon’, werd hier en daar al gekopt. Maar al snel werd duidelijk dat de partijen het nog niet eens zijn over wanneer dat er komt, of het voor alle regio’s en sectoren zal gelden en of het werkelijk 8,50 euro moet zijn, zoals de SPD eist.

Er is dus nog geen akkoord. Maar volgende week mogelijk wel. En men kan ervan uitgaan dat dat alles te maken heeft met het partijcongres vandaag in München van de CSU: een mogelijk akkoord op dit omstreden punt zou makkelijk door de partijbasis van de conservatieven in Beieren kunnen worden afgeschoten. CSU-leider Horst Seehofer dreigde afgelopen week nog dat „nieuwe verkiezingen ook een optie zijn”.

Prominenten

Societykapper Shan Rahimkahn begint de dag met een espresso macchiato, in zijn koffiebar naast zijn immense salon aan de Gendarmenmarkt midden in Berlijn. „Het is hoog tijd dat Duitsland nu eindelijk een minimumloon krijgt”, zegt de uit Iran afkomstige Rahimkahn.

Alleen maar kapper, of hairstylist, is hij allang niet meer. Hij knipt hoogstpersoonlijk de hoofden van de ministers van het Duitse kabinet („Nee, niet Frau Merkel. En dat is ook goed, die moet blijven zoals we van haar houden”). Maar wel ‘doet’ hij internationale prominenten als Tony Blair en diens echtgenote, en sterren als Tom Cruise en Catherine Deneuve.

Rahimkahn breidt uit: hij opende vorig jaar een tweede zaak inclusief restaurant aan de Kurfürstendamm, de duurste allee van Berlijn. Hij heeft zeventig mensen in dienst. Hij exporteert zijn eigen lijn haarproducten naar alle Europese hoofdsteden. En Rahimkahn wil volgend jaar snelle Föhnshops beginnen in Groot-Brittannië, Frankrijk en Zwitserland waar jonge zakenmensen in een half uur onder het genot van een espresso hun haar in model kunnen laten brengen.

„Dat hele verhaal over die lage kappers-lonen is ontzettend slecht voor ons imago”, zegt Rahimkahn, terwijl hij boven zijn hoofd in zijn handen klapt in de richting van de bar voor nog een macchiato. Natuurlijk, zegt hij, bestaan er ook de zo genoemde ‘tien-euro-kappers’, maar die snijden zichzelf in de vingers en halen de hele branche naar beneden. „Daar worden die lage lonen betaald waar niemand van kan leven. En daar zitten dus ook kappers bij die bij de staat moeten aankloppen voor een aanvullende uitkering.” Een minimumloon dwingt die bedrijven hun prijzen te verhogen, omdat ze anders niet rondkomen. „En dat is ook terecht, want het is gewoon handwerk waarvoor betaald moet worden.”

Rahimkahn praat er graag over met de leden van het kabinet. „Ik ben een politiek dier.” De minister van Arbeid en Sociale Zaken, Ursula von der Leyen (CDU), zit ook bij hem in de stoel. „Dat kun je zien ook”, zegt hij. Van haar is bekend dat zij al sinds 2011 voorstander is van een wettelijk minimumloon. „Ja, natuurlijk”, zegt Rahimkahn, „want dat betekent ook dat mensen meer gaan uitgeven in eigen land. En wat voor kappers geldt, geldt voor alle andere beroepen in de dienstensector. Dat is dus goed voor onze economie.”

Minister Von der Leyen weet heel goed dat haar partij een achterhoedegevecht voert, denkt Rahimkahn. De bezwaren van de auto-industrie, die gedreigd heeft Duitsland te verlaten, neemt hij niet serieus. „Denkt u dat er één werknemer in de auto-industrie is die maar 8,50 euro per uur verdient? Mijn eigen personeel komt voor negen euro niet eens zijn bed uit.”