Na 22 jaar volleybal in zaal en zand is het vuur gedoofd

Veertig jaar. Het is mooi geweest. Hij stopt, als laatste volleyballer van de gouden generatie.

Richard Schuil: „Die echte beachvolleybaljongens hebben respect voor ons gekregen.” Foto Merlijn Doomernik

Aan zijn lichaam ligt het niet. Zijn geest weigert dienst, na 22 jaar topvolleybal. Op zoek naar nieuwe motivatie treft Richard Schuil een peilloze diepte. Daarom accepteert hij op veertigjarige leeftijd de onvermijdelijkheid van een nieuw bestaan. Zijn nuchtere kijk: „Trainen, spelen en reizen, het is mooi geweest.”

Schuil heeft afgelopen zomer nog even getwijfeld. Rio de Janeiro, een van zijn favoriete steden, lonkt. Een zesde keer naar de Olympische Spelen, dat zou voor een volleyballer uniek zijn. En zijn Braziliaanse leeftijdsgenoot Emanuel Rego, een grootheid in het beachvolleybal, probeerde hem op andere gedachten te brengen. Maar Schuil zwicht niet. Met lichte ironie: „Hij heeft makkelijk praten met de Olympische Spelen in eigen land. Als die in 2016 in Amsterdam zouden worden gehouden, ja dan had ik ook nog wel willen doorgaan.”

Het vuur is gedoofd. Wéér die training, Schuil kan het niet meer opbrengen. En wéér dat vliegtuig in om ergens ter wereld er als een homp vlees uit te rollen, Schuil heeft er schoon genoeg van – „alleen voor een vakantie stap ik nog in een vliegtuig”.

De onheilstijding moest hij op zeker moment zijn beachvolleybalmaatje Reinder Nummerdor vertellen. „Hij begreep het wel”, zegt Schuil, die er min of meer van uit was gegaan dat ook Nummerdor zou stoppen. Maar die gaf te kennen te willen doorgaan. „Vind ik mooi.” En met een knipoog: „Hij is ook nog maar 37.” Dan weer serieus: „Nee, Reinder zei niet: ‘Richard, wat maak je me nou.’ Hij had het zien aankomen. Als we naar een toernooi gingen, had ik zoiets van: ach, we moeten weer. En Reinder: ach, we doen het gewoon.”

Aan Nummerdor ligt het niet dat Schuil stopt. De mannen hebben een hechte band. En dat blijft. Onvergelijkbaar met andere teams in het beachvolleybal. Waar die nog wel eens ruziënd over het zand rollen, was het bij Schuil en Nummerdor altijd pais en vree. „Ja, er viel wel eens een verkeerd woord, maar dat was altijd heel snel opgelost”, zegt Schuil. „Echt ruzie hebben we in die zeven jaar nooit gehad. En dat terwijl we in de zaal niet eens zulke vrienden waren. Bij het Nederlands team zaten we ieder in een ander groepje.”

Pas in Italië leerden Schuil en Nummerdor elkaar beter kennen. Schuil: „Als je in het buitenland bij een club speelt, zoek je elkaar toch op. Tijdens een etentje dat ik voor alle Nederlandse volleyballers in Italië had georganiseerd, ontmoetten we ook onze vrouwen, Reinder Manon Flier en ik Elke Wijnhoven. Mede doordat de dames goed met elkaar kunnen opschieten, groeide onze band.”

In tegenstelling tot andere koppels slapen Schuil en Nummerdor op de tour altijd op één kamer. „Nee, niet uit kostenoverweging; die ene kamer extra had niet uitgemaakt”, zegt Schuil. „De organisatie stelt één kamer per duo beschikbaar. Dat vinden wij prima. Wij zitten elkaar niet in de weg. Nee, we voeren evenmin langdurige, diepzinnige gesprekken. Boekje lezen, beetje televisie kijken, zo gaat het. Het komt ook voor dat we drie uur geen woord tegen elkaar zeggen. Ideaal, dan hoef je ook niet geforceerd een gesprek te beginnen.”

Nee, nee, Schuil voelt zich allerminst miskend als beachvolleyballer, hoewel de sport nog wel eens minachtend wordt beoordeeld. Zo van: lekker een beetje ballen in het zand, moeten we dat serieus nemen? Nou, reken maar, zegt Schuil zonder een spoor van irritatie. „Ja, als je Mart Smeets hoort praten, krijg je dat beeld. Maar beachvolleybal is een mondiale, grote sport, waarvoor je keihard moet trainen. Veel jongens die uit de zaal komen halen de top niet eens. Dat wij daarin wel zijn geslaagd, vind ik mooi. Hebben die echte beachjongens respect voor. Wij werden bij onze entree nog scheef aangekeken. Zo van: heb je weer zo’n stel indoorjongens. Maar nu zijn we zeer gezien. Er is ook met teleurstelling op mijn besluit gereageerd. Vooral de buitenlanders vinden het jammer.”

Juiste moment

Maar Schuil denkt dat hij het juiste moment heeft gekozen. Zo mooi als het was, met drie Europese titel en vele World Tour-zeges, zal het nooit meer worden. Maar toch, zijn afscheid wordt een beetje overschaduwd door het ontbreken van een olympische medaille. Knarsetandend: „Dat had in 2008 bij de Spelen van Beijing moeten gebeuren. Ons verlies in de kwartfinale deed echt pijn. Nog steeds, trouwens. We hadden daar goud moeten winnen, want ik vond ons toen het beste team ter wereld. Nee, die uitschakeling tegen die twee Georgiërs heb ik nooit teruggezien. Ook geen behoefte aan.”

Schuil moet het doen met de gouden medaille in de zaal op de Spelen in Atlanta. Een plak die hij koestert, hoewel hij in die ploeg geen basisplaats had. Maar bondscoach Joop Alberda liet hem wel regelmatig invallen, ook in de finale tegen Italië, zodat Schuil het gevoel heeft een substantiële bijdrage aan het grootste Nederlandse volleybalsucces ooit te hebben geleverd. En dat voor een jongen die zichzelf aanvankelijk helemaal geen goede volleyballer vond. „Ik deed maar wat en trapte vooral veel lol. Zo rond mijn twintigste kwam het besef van volleybal mijn beroep te maken. Ik had eens een goede interland tegen Italië gespeeld, waarna de Italiaanse bondscoach Julio Velasco mij in de pers een grote toekomst voorspelde. Ik ben gestopt met mijn heao-studie en naar de Belgische club Maaseik vertrokken. Een geweldige tijd gehad en misschien wel mijn beste seizoen ooit gespeeld. En het was goed als opstap voor de sterke Italiaanse competitie.”

Oude stempel

Daar kwam Schuil Velasco weer tegen. Als clubcoach van Modena. Maar bepaald niet tot zijn genoegen. Velasco is de enige coach geweest met wie Schuil totaal niet overweg kon. „We lagen elkaar gewoon niet”, verklaart hij zich nader. „Een trainer van de oude stempel. Dan word ik kritisch. Na drie wedstrijden belandde ik op de bank. Met twee andere spelers, die ook tegen hem in opstand kwamen. Hoe ik mijn ongenoegen liet merken? Door het eruit te klappen. Ik ben niet het type van de serieuze gesprekken met een coach. Ik zeg waarop het staat.”

Om die reden zou Schuil ook moeite met de aanpak van Arie Selinger hebben gehad. Hij prijst zich gelukkig na diens periode als bondscoach bij het Nederlands team te zijn gekomen. Spelers opsluiten in een hal zonder competitie te spelen, Schuil gruwt alleen al bij de gedachte. Het Bankrasmodel mag dan de basis van de zilveren en gouden olympische medaille zijn geweest, Schuil vindt het niks. Hij moet spelen. Via zijn vrouw werd hij indirect bevestigd in zijn antipathie tegen de Selingers. Zij verliet het Nederlands team uit onvrede over de aanpak van bondscoach Avital Selinger. Verongelijkt: „Terwijl Elke de beste libero ter wereld was. Zij won in Italië drie keer de scudetto [kampioenschap, red.], maar speelde niet in de nationale ploeg. Leg mij dat maar eens uit.”

Nu wacht een maatschappelijk bestaan. Als veertigjarige. Dat zal niet meevallen, beseft Schuil, die samen met zijn accountant Ron Schouw het bedrijf Topsport Finance is begonnen. Schuil wil sporters op financieel gebied gaan begeleiden. Daarnaast wil hij bij het volleybal betrokken blijven. Hoe? „Misschien iets in de organisatie van het WK beachvolleybal of het EK vrouwen in de zaal, die beide in 2015 in Nederland worden gehouden.”

Schuil kijkt terug op een rijk sportleven. En daar hoort volgens hem een gepast afscheid bij. Schuil was niet zo maar een volleyballer. De laatste Mohikaan van het legendarische Nederlandse team dat in 1996 op de Spelen in Atlanta goud won. Dan ben je in zijn perceptie van dezelfde statuur als Ron Zwerver en Peter Blangé. Schuil: „Er wordt voor de NK indoor beachvolleybal in januari iets voorbereid, heb ik begrepen. Dat stel ik op prijs. Ik hoef niet zo nodig in de spotlichten, maar ik vind dat je 22 jaar topvolleybal niet zomaar voorbij kunt laten gaan.”