‘Met vijf kinderen leer je wel ‘ja graag’ zeggen’

Huisarts

Eelko Bunte

en kinderpsychiater

Tessa Bunte-Rosingh

wonen in Soest. Eelco wilde twee kinderen, Tessa vier, het werden er vijf. Er gaat wel eens iets mis. Eelko: „Een keer kwam ik thuis en toen was ik vergeten de tweeling uit de crèche te halen.”

‘Alles gaat via internet’

Eelko: „Sinterklaascadeaus? Lang leve internet. Boodschappen worden ook drie keer in de week thuisbezorgd. Een groot pak wc papier, achttien liter melk, zestien keukenrollen.”

Tessa: „In het weekend halen we nog wat boodschapjes, maar het is niet zo dat wij met vijf kinderen de stad ingaan. Alle kleren van de kinderen komen ook via internet.”

Eelko: „Maandag, dinsdag en donderdag zijn de echte spitsuurdagen. De lunchtrommels smeren we de avond ervoor. Dat is een beetje een strijd.”

Tessa: „Ik vind dus dat ze het zelf moeten doen.”

Eelko: „Hidde is al tien, die moet het eigenlijk zelf kunnen, maar Merletje nog niet.”

Tessa: „Jurre zit in groep drie, nou dan zou ik in principe…”

Eelko: „Het gaat sneller als ik het zelf doe, dat is het ook een beetje. Maar ik vind wel: in groep drie ben je nog te klein om je eigen brood te smeren.”

Tessa: „Aan tafel moeten ze het ook. Maar aan de andere kant, ze doen al heel veel zelf.”

‘Het werden er vijf’

Tessa: „Ik heb altijd een groot gezin gewild.”

Eelko: „Ik dacht altijd twee.”

Tessa: „Totdat je mij leerde kennen.”

Eelko: „Toen we eenmaal kinderen hadden, vond ik het heel leuk.”

Tessa: „Ik wilde altijd wel vier kinderen. Nou dat werden er vijf. Dat was wel even schrikken.”

Eelko: „Dat was met name toen we de echo zagen.”

Tessa: „Gelukkig waren we toen net met vakantie, dus we hadden even de tijd om aan het idee te wennen.”

Eelko: „Ik zeg altijd: of je nou met drie of vijf zit, het zijn er toch wel veel.”

Tessa: „We hebben natuurlijk ook heel veel hulp gekregen in het begin. Allebei onze ouders hielpen, dat scheelt.”

Eelko: „Misschien scheelt het ook dat het een tweeling is. Ze zaten meteen in een ritme. Ze kregen tegelijk voeding, werden tegelijk wakker, gingen op hetzelfde moment naar bed.”

Tessa: „Ik dacht ook, alles moet dubbel, maar dat valt uiteindelijk wel mee. Je doet het bad toch aan. Je moet er alleen eentje extra afdrogen.”

‘Achter het bureautje’

Tessa: „Op donderdag werk ik thuis.”

Eelko: „Concentreren en zich afsluiten, dat kan Tessa echt enorm goed.”

Tessa: „Hier word ik niet gestoord.”

Eelko: „Dan kruipt ze achter het bureautje op een van de kinderkamers.”

Tessa: „Ik kom wel even vragen hoe het op school was, maar daarna ga ik terug naar boven. Ik heb geen bibliotheek nodig, alles gaat via internet.”

Eelko: „Het huis is gewoon vol.”

Eelko: „Ze vragen altijd ‘Goh, je vrouw zal het wel druk hebben’. Dan denk ik, ja ik ook!”

Tessa: „Ik hoor vaak: ‘ik denk soms wel eens dat ik het druk heb, maar dan denk ik aan jou.’ Maar je bent er zo aan gewend.”

Eelko: „Toen we één kind hadden, hadden we het ook druk. Alles is wel heel erg rond de kinderen georganiseerd. Je hebt weinig ruimte om er een eigen leven op na te houden. Die behoefte heb ik ook minder.”

Tessa: „Nou, ik hockey.”

Eelko: „Tot vorig jaar hockeyden we allebei. Dit jaar niet, door een hernia. Nu coach ik Hiddes team zaterdag. Jurre en Merle die hockeyen ook. Liefst om negen uur natuurlijk.”

Tessa: „Ik kijk dan bij een van de andere twee. De tweeling neem ik mee.”

Eelko: „Het is natuurlijk wel allemaal heel georganiseerd en gepland.”

Tessa: „Het planbord is mijn hoofd.”

Eelko: „Ja, Tessa is wel degene die verjaardagen in de klas in de gaten houdt. Al ben ik dit jaar klassenmoeder.”

Tessa: „En we hebben een kalender.”

Eelko: „Maar daar staan alleen de uitzonderingen op. Als ze moeten zwemmen of schaatsen voor school.”

Tessa: „Er gaat wel eens wat mis.”

Eelko: „Dat is meestal aan mijn kant. Maar dat is echt sporadisch. Een keer kwam ik thuis en toen was ik vergeten de tweeling uit de crèche te halen.”

Tessa: „Nee, dat was Jurre!”

‘Een kamer voor mijn racefiets’

Tessa: „Een planner was ik altijd al.”

Eelko: „Ik ben planner geworden.”

Tessa: „Bij jou was er ook nog wat groeimogelijkheid.”

Eelko: „Hahaha, ja.”

Tessa: „Ik denk dat je met meer kinderen makkelijker wordt, dat je denkt…”

Eelko: „Dan maar niet.”

Tessa: „Nou, je denkt niet ‘dan maar niet’, maar we gaan niet vier uur een traktatie in elkaar draaien. Ik ben ook makkelijker in hulp aannemen.”

Eelko: „Dit jaar lag ik in het ziekenhuis voor een blindedarmontsteking.”

Tessa: „Die week hebben we wel drie keer in de buurt gegeten. Met vijf kinderen leer je wel zeggen ‘ja graag’.”

Eelko: „Als ik iets zou willen veranderen, dan zou ik een groter huis willen, met een kamer voor mezelf. En voor mijn racefiets. Die staat nu in de garage. Tot grote hilariteit van Tessa.”

Tessa: „Hahaha.”

Eelko: „Ik heb hem gekocht toen de herfst begon. Dus ik heb nu drie tot vier keer gefietst, denk ik.”

Tessa: „Ik denk dat het ook een beetje bij de leeftijd hoort. Sommigen kopen een sportauto, anderen een zeilboot of een racefiets.”

Eelko: „Niks ervan!”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl