LEZERS VERDWALEN

Kun je als wandelaar in Nederland nog verdwalen? Nou en of, blijkt uit de inzendingen op de lezersoproep begin vorige maand. Om de weg kwijt te raken, hoef je soms alleen maar de deur uit te lopen. Een bloemlezing.

Jos Lammers verdwaalde vlak bij huis in de Delftse Hout.

„Een echte wandeling onderneem ik uitsluitend volledig geoutilleerd, met routekaart (1:10.000), een overzichtskaart van het gebied, uitleg van geliefden en een wandel-GPS. Zo betrad ik de Bieslandse Bos-NS-wandeling die zo’n beetje vanaf mijn voordeur met rood-witte bordjes de wereld in wijst. Maar ergens moet zo’n bordje van zijn vermoeide spijkertje zijn getuimeld. Omdat ik geen idee had in welke richting ik mijn stafkaart moest houden en het pijltje op mijn Garmin Oregon GPS-toestel nietszeggend meedraaide met elke poging de verloren weg terug te vinden, heb ik die dag veel gelopen en gezien. Een behulpzame automobilist zag aan het einde van de dag de radeloosheid in mijn ogen en heeft me keurig voor mijn eigen deur weer afgeleverd. Het bleek bijna om de hoek.”

Merijn de Boer deed er uren over de zee bij IJmuiden te vinden.

„Mijn vriendin en ik namen de draagvleugelboot naar IJmuiden om van daar naar Zandvoort te wandelen. Kwestie van naar het strand lopen en de kustlijn volgen, dachten we. Een half uur volgden we, in de schaduw van troosteloze flats, de bordjes IJmuiden aan Zee. Toen we geen bordjes meer zagen, stuurde een lokale bewoner ons het duingebied in, volkomen de verkeerde kant op, bleek later. Ik pakte mijn iPhone erbij. „Volgens Google Maps lopen we nu richting Appelscha.” Twee robuuste vrouwen, met stevige wandelschoenen, wezen ons de weg naar zee, maar een paar uur later begon het te schemeren en zwierven we nog steeds door de duinen. Pas ’s avonds, na zo’n tien kilometer lopen, kwamen we volkomen onverwacht toch eindelijk aan op het strand: IJmuiden aan Zee, daar waar de wandeling had moeten beginnen.”

Gerben de Vries was op oudjaarsnacht op zoek naar het vreugdevuur in de Groningse wijk Beijum.

„Het was een combinatie van factoren: aardedonker, potdikke mist en vuurwerknevel. We hoorden wel overal stemmen, maar ze klonken ijl, als van meeuwen boven een eenzame kust. Opeens stopte een onzichtbare auto. Een stem vroeg ons de weg. We zagen geen weg, geen huizen, geen bomen of struiken, geen lantaarnpalen. We moesten het antwoord schuldig blijven. Het werd een hoogst merkwaardige nacht. Op enkele honderden meters van ons huis waren we compleet de weg kwijt. We tastten verdwaasd en giechelig tegelijk in het rond. Het zicht was hooguit een meter. Als nachtblinden, door op het trottoir te blijven en voetje voor voetje op onze schreden terug te keren, wisten we na een eeuwigheid in een inktzwarte wereld weer bij ons huis uit te komen. De volgende dag zagen we overal in de wijk verloren auto’s en fietsen, soms achtergelaten op de meest onwaarschijnlijke plaatsen.”