Akkoord is bedreiging voor de democratie

Illustraties Cyprian Koscielniak

De EU en de USA onderhandelen momenteel over een akkoord (Transatlantic Trade and Investment Partnership, TTIP) om de handelsbarrières op te heffen. Aan EU-burgers wordt voorgehouden dat door TTIP de economie zal groeien, met lagere werkloosheid als gevolg. De nadelen worden minder breed uitgemeten. Hoewel het akkoord nog niet klaar is, geven soortgelijke akkoorden die de USA hebben gesloten een vingerwijzing. Een belangrijk deel van het akkoord is dat een ambtelijk tribunaal (het investor-state dispute settlement, ISDS) in het leven wordt geroepen dat precedeert over rechtbanken in de USA en EU. Dit tribunaal moet zorgen dat bedrijven niets in de weg gelegd wordt. Voorbeelden hiervan zijn dat tabaksverkoper Philip Morris Australië en Uruguay heeft aangeklaagd om de waarschuwingsteksten te verwijderen van sigarettenverpakkingen. Een ander Amerikaans bedrijf eist $250 miljoen van de Canadese regering na een besluit om uitwinning van schaliegas te verbieden in Quebec. Dit betekent dat lokale of landelijk wetgevers een wetsvoorstel doen wat vervolgens door een advocatenkantoor van een buitenlands bedrijf getorpedeerd kan worden. Dit betekent dat Europese maatregelen, bijvoorbeeld om de CO2-uitstoot te verminderen, bestreden kunnen worden als ‘valse concurrentie’, of dat Amerikaanse bedrijven genetisch gemodificeerde landbouwproducten in de EU kunnen verkopen. Aangezien de ISDS boven de landelijke hooggerechtshoven staat, is democratische controle onmogelijk. De onderhandelingen over het TTIP vinden echter plaats achter gesloten deuren. Is dit democratie?

David van der Spoel