‘Inkomen huisarts sinds 2006 met 80% toegenomen’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Patiënten kijken met grote ogen naar het rekeningoverzicht van hun zorgverzekeraar. Ineens moeten ze betalen voor diensten die nooit hebben plaatsgevonden. Verbazing alom.

In het tv-programma Radar (TROS) werd afgelopen maandag aandacht besteed aan de declaratiefraude in de zorg. Gedupeerde patiënten deden hier verhaal over artsen die achter hun rug om declaraties indienden bij hun zorgverzekeraar – voor diensten die nooit hadden plaatsgevonden. Eén van de zorgexperts, Wim Groot, maakt zich zorgen over de vermeende declaratiefraude. Groot zegt in de uitzending dat het inkomen van huisartsen sinds 2006 met 80 procent is toegenomen. Dat is nogal wat. Next-lezer Gabriel Enkelaar vroeg ons om het te checken.

Waar is het op gebaseerd?

Wim Groot is hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit van Maastricht en legt uit waar hij het cijfer op baseert. Hij heeft in opdracht van het NIVEL, het Nederlands instituut voor onderzoek naar de gezondheidszorg, met een groepje wetenschappers onderzoek gedaan. Zij hebben gekeken hoe het inkomen van huisartsen in Nederland en zeven andere Europese landen is veranderd. Hieruit zou blijken dat het inkomen van huisartsen sinds 2006 met 80 procent is toegenomen.

De verklaring hiervoor is de stelselwijziging die in 2006 is ingegaan, zegt Groot. Vóór 2006 kregen huisartsen voor ziekenfondspatiënten een vast bedrag betaald en voor particuliere patiënten een vast bedrag per bezoek. Sinds de stelselwijziging ontvangt de huisarts jaarlijks een vast bedrag van 54 euro per patiënt met daarbovenop nog een bedrag per bezoek. Volgens Groot profiteren huisartsen van die wijziging. Voor een langdurige consultatie van twintig minuten ontvangt de huisarts meer geld dan een gesprek van tien minuten.

Maar dat leidt ook sneller tot fraude zegt Groot. Huisartsen kunnen een gesprek van negen minuten nu declareren als gesprek van twintig minuten en zo veel meer geld vangen, zegt hij. Niemand die het precies kan checken. De stelselwijziging verklaart volgens hem grotendeels de inkomenstoename van 80 procent.

En, klopt het?

Het ministerie van Volksgezondheid leunt voor een reactie op het onderzoek en cijfers over het inkomen van huisartsen op een onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) . Hun rekenafdeling laat zien dat tussen 2006 en 2010 de omzet van huisartsen is toegenomen met 23 procent, maar de kosten zijn nog meer gestegen, zodat hun winst zelfs gedaald is. Zijn zien dus geen inkomstenstijging van 80 procent.

Ook de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) kan zich niet vinden in de 80 procent inkomensstijging. Zij komt op basis van CBS-onderzoeken uit op een omzettoename van 23 procent. Volgens de LHV is onder meer de vraag naar zorg toegenomen en zijn de huisartsen meer taken gaan overnemen van ziekenhuizen. Zo maken zij vaker hartfilmpjes van patiënten en doen zij vaker metingen van de long.

We nemen contact op met het NIVEL. Dr. Madelon Kroneman heeft ook meegewerkt aan het onderzoek waar Wim Groot zich op berust. Zij rekent voor ons na of de inkomensstijging van 80 procent vergeleken met 2005 klopt. Kroneman berekent dat het inkomen niet met 80 procent is toegenomen sinds 2005, maar met 60 procent. Kroneman is niet verbaasd: door de vergrijzing hebben huisartsen meer bezoeken van patiënten. Huisartsen zijn zorgvuldiger gaan declareren omdat er onzekerheid was over hun inkomen toen in 2006 de stelselwijziging plaatsvond, maar ook omdat het declaratiesysteem inmiddels is geautomatiseerd.

De cijfers van zowel de NZa, de LHV en het NIVEL gaan over de inkomens van praktijkhoudende fulltime-huisartsen. Toch is er veel verschil tussen de drie verschillende onderzoeken die zij hebben uitgevoerd. Waar kan dat aan liggen?

De wijze waarop de cijfers zijn verzameld kan hier een verklaring voor zijn. Zo hebben de NZa en de LVH de inkomstencijfers bepaald aan de hand van de inkomsten van de huisartsen zelf, terwijl het NIVEL de inkomsten heeft bepaald aan de hand van de declaraties die de huisartsen bij de zorgverzekeraar hebben ingediend. Dit maakt het lastig om de cijfers met elkaar te vergelijken en te bepalen welke berekening beter is. Wel is het duidelijk dat het niet om 80 procent kan gaan, zoals door Groot werd gesuggereerd.

Conclusie

In het programma Radar zei zorgeconoom Wim Groot dat het inkomen van huisartsen sinds 2006 met 80 procent is toegenomen. Er is geen sprake van zo’n toename, zegt de Nederlandse Zorgautoriteit, het Nederlands onderzoeksinstituut voor onderzoek naar de gezondheidszorg NIVEL en de Landelijke Huisartsen Vereniging. Volgens hen ligt het percentage lager. Het percentage waarmee het inkomen van huisartsen wel is toegenomen, is lastig te bepalen, omdat de onderzoeken sterk in opzet van elkaar verschillen. Wij beoordelen deze stelling als niet te checken.