‘Ik ben geen man van de duidelijke boodschap’

De non-fictieauteur met de populariteit van een popster creëerde een nieuw genre: het intellectuele zelfhulpboek. Onlangs verscheen zijn nieuwste werk, David & Goliath, over het succes van de underdog.

Malcolm Gladwell: „Ik vind het geweldig als iemand andere conclusies uit mijn boeken trekt dan ik.” Foto Corbis

Op de gevel van het Lyceum Theater in Londen, West End, hangen grote felgele posters van The Lion King, de musical die hier al sinds 1999 wordt gespeeld. Maar vanavond niet. Vanavond treedt Malcolm Gladwell op, non-fictieauteur met de populariteit van een popster. Ook met het haar van een popster trouwens (een flinke afro), en de schoenen (zwartgrijze Nikes onder zijn donkere pak). Gladwell is op tournee ter gelegenheid van zijn net verschenen boek, David & Goliath. Het theater (2.000 zitplaatsen) zit vol met jonger publiek dan gebruikelijk bij auteurslezingen. Dertigers, veertigers. Werkende mensen, geïnteresseerd in succes.

Want daar schrijft Gladwell vaak over. In The Tipping Point (2000, vertaald als Het beslissende moment) beschreef hij hoe ideeën verspreid raken en populair worden. Blink (2005, Intuïtie) ging over de betrouwbaarheid van intuïtie, en Outliers (2008, Uitblinkers) over de vraag wat iemand succesvol maakt. De boeken van de 50-jarige Canadese schrijver zijn bestsellers in onder meer de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Nederland. Intellectuele zelfhulpboeken worden ze wel genoemd, een genre dat Gladwell gecreëerd zou hebben.

In David & Goliath onderzoekt hij wanneer underdogs kunnen winnen en wanneer macht legitiem is. Na afloop van de lezing in het Lyceumtheater worden er stapels van verkocht, bij het standje waarachter nog de T-shirts en petjes hangen met ‘Hakuna Matata’ (‘maak je geen zorgen’, de kreet uit The Lion King).

Het is trouwens meer een show dan een lezing, die Gladwell geeft. Het begint met een kort optreden van The Staves, drie zussen die samen folk rock zingen, nu eens a capella dan weer zichzelf begeleidend op de akoestische gitaar. Waarna één van de zussen het publiek bedankt en zegt dat ze zich er erg op verheugt „om Malcolm zijn selectie van liedjes uit The Lion King te horen zingen”.

Dat gebeurt natuurlijk niet, maar Gladwell krijgt ook zonder te zingen een zaal gemakkelijk muisstil. Hij vertelt vanavond een nieuw verhaal, dat zo in David & Goliath had gepast: over de steenrijke, bloedarrogante Alva Belmont, die eind negentiende eeuw een belangrijke rol speelde in de Amerikaanse feministische beweging. „Dat zij zich bij de suffragettes aansloot”, zegt Gladwell, „was als wanneer [het Amerikaanse tv-sterretje] Kim Kardashian zich bij [de Palestijnse verzetsbeweging] Hamas zou aansluiten.”

Maar, is zijn punt, de macht die mannen in die tijd over vrouwen hadden, was niet rechtvaardig, niet legitiem. Daarom kwamen vrouwen, de underdogs, in opstand voor stemrecht. Gladwell doorspekt zijn verhaal met persoonlijke details over Alva, haar familie en hun excentrieke levens. Hij krijgt een staande ovatie.

De volgende dag is Gladwell op het kantoor van zijn uitgever, Penguin. De publiciteitsdame begeleidt ons naar een hoekkamer op de vijfde verdieping, met prachtig uitzicht over de Theems. De auteur maakt thee. Hij woont, vertelt hij desgevraagd, al ruim twintig jaar in New York, Manhattan, in de West Village, alleen, „nog” zonder gezin. Hij rent graag. Hij schrijft meestal in verschillende coffeeshops. „Ik spring ’s ochtends op mijn fiets, zoals elke brave Nederlander zou doen, ik zwerf door de stad met mijn laptop en schrijf een paar uur.”

Hij praat zachtjes en formuleert aarzelend. Soms laat hij zijn zinnen half wegsterven. Intussen scheurt hij het etiket van zijn theezakje in stukjes. En af en toe lacht hij een prachtige, stralende lach.

U heeft een eigen genre gecreëerd, zegt men: intellectuele zelfhulp.

„O, zo heb ik er nooit over nagedacht. Ik noem het intellectuele avonturenverhalen. Zelfhulp is iets raars. Ik denk nooit over mezelf als iemand die mensen advies geeft. Ik zeg niet: je zou dit moeten doen. Ik zeg alleen: je zou eens naar dit probleem moeten kijken.”

Wat is dat probleem in uw nieuwe boek?

„Vaak als we besluiten wat een voordeel is, wat een nadeel is, doen we dat om oppervlakkige redenen. Neem de metafoor waar het boek mee begint, het verhaal van David en Goliath.” Gladwell beargumenteert dat de Bijbelse reus Goliath aan een groeistoornis leed door een tumor in de hypofyse, die ook zijn gezichtsvermogen aantastte, en dat hij onder meer daardoor het gevecht met herdersjongen David verloor.

„Om Goliath te begrijpen”, zegt Gladwell, „moet je begrijpen dat hetzelfde dat hem groot maakt, hem ook kwetsbaar maakt. Of neem het deel over schoolklassen. We hebben een erg simplistisch idee van hoe een effectieve klas eruitziet: klein. Het zit ingewikkelder. Maar er is heel veel onderzoek gedaan naar de voordelen van kleine klassen, en ongelooflijk weinig naar de potentiële problemen van kleine klassen.” Hij gaat rechterop zitten, begint luider te praten. „Dat is interessant: waarom zijn we zo gericht op één kant van de zaak en negeren we de andere kant?”

Als het om klassengrootte gaat, betoogt Gladwell, is er een optimum. Een klas moet niet te groot zijn, maar ook niet te klein, want dan kun je bijvoorbeeld weer geen discussie op gang houden. Veel ogenschijnlijke voor- en nadelen kun je volgens hem in zo’n omgekeerde-U-vormige grafiek zetten. En dan kan blijken, om het op zijn Cruijffiaans te formuleren, dat elk nadeel ook zijn voordeel heeft en elk voordeel zijn nadeel. Zo zijn mensen met dyslexie oververtegenwoordigd onder succesvolle zakenmensen, schrijft Gladwell. En mensen met een traumatische jeugd kunnen vooruit geholpen worden door de wrange les dat het leven niet makkelijk is.

Is de boodschap van uw boek misschien: let op, de dingen zijn complexer dan ze misschien lijken?

„Dat is de boodschap van alle goede boeken. Alle goede boeken maken complexe dingen gemakkelijker te begrijpen en laten zien dat gemakkelijke zaken niet zo makkelijk zijn als ze lijken.”

Vooral romans doen dat toch? Non-fictie boeken hebben meestal een duidelijke boodschap: zo zit de wereld in elkaar.

„Nee, ik denk dat al mijn boeken juist... Wat boeken interessant maakt is als ze risico’s nemen, ambiguïteit toelaten. Het geeft niet als niet alles netjes afgehecht is. In plaats van alles in een specifieke verzameling conclusies te forceren zou je je als schrijver vrij moeten voelen om een onderwerp te kiezen. Je zou er zo’n beetje omheen moeten kunnen lopen en zeggen: o, dit is een interessant aspect, en dit ook.”

Ik voelde me soms wat verloren in uw boeken omdat ik een duidelijke boodschap verwachtte.

„Ja, ik ben geen man van de duidelijke boodschap. Ik vind het geweldig als iemand andere conclusies uit mijn boeken trekt dan ik.”

Bij uw boek Blink had ik moeite met de boodschap die ik erin las: ‘intuïtie is goed, behalve als het niet goed is’.

„Voor mij was Blink een anti-intuïtieboek, maar heel weinig mensen hebben het op die manier gelezen. Ik begon het boek met een verhaal dat je intuïtie over intuïtie bevestigt, namelijk dat het iets goeds is. Dat verhaal gaat over een Oud-Griekse sculptuur die vals bleek, wat experts meteen al dachten, zonder te weten waarom. „Geleidelijk maak ik de dingen complexer, en ik eindig met een verhaal over een onschuldige man die vermoord wordt door politieagenten omdat die op hun intuïtie vertrouwden.” Hij leunt lachend achterover: „Dat was bedoeld als manier om je te shockeren, te laten denken: oh, dan kan ik dus niet meer op mijn intuïtie vertrouwen! Maar de mensen lazen het anders. Prima trouwens. Als je een boek hebt gepubliceerd, behoort het de lezer toe.”

Probeert u, in plaats van één boodschap te hebben, uw onderwerpen in al hun complexiteit te vangen?

„Misschien, ja... Neem het deel over dyslexie in David & Goliath. Als succesvolle mensen met dyslexie hun succes verklaren vanuit die dyslexie, is dat dan waar, of vertellen ze gewoon een verhaal over zichzelf? Ik weet het niet. Maar is het nuttig om te horen dat ze hun leven op die manier beschrijven? Dat is extreem nuttig.”

Waarom?

„Omdat het ons helpt na te denken over alle verschillende manieren waarop mensen lessen kunnen leren. Het idee dat je verder kunt komen wanneer je gedwongen wordt strategieën te zoeken om een probleem heen, dan wanneer je gewoon rechtdoor was gegaan, is echt een interessant idee.”

Dat is bijna een advies.

„Bijna een advies, ja. En zelfs wanneer je uiteindelijk concludeert dat zo’n idee niet klopt, ben je toch beter af omdat je erover hebt nagedacht. Sommige mensen willen dat niet.” Zachtjes: „Ook prima.”

Maar ik mis in uw analyse met hoeveel dyslectici het goed afloopt en met hoeveel slecht.

„Ik zeg wel dat de succesvolle mensen met dyslexie erg in de minderheid zijn. Ken ik de exacte cijfers, nee. Maar zelfs over de definitie van dyslexie kunnen mensen het niet eens worden in de sociale wetenschap. We hebben alleen gegevens over succesvolle ondernemers aan wie gevraagd is: wie van jullie heeft dyslexie? Maar dat is genoeg, denk ik, om een onderzoek van dit idee de moeite waard te maken. Zoals ik al zei, je moet je goed voelen bij de gedachte dat dit ideeën zijn, niet de eindproducten van sociale wetenschap.

„Trouwens, sociale wetenschappers doen zelf de hele tijd alsof hun werk veel zekerder is dan het in feite is. Ik presenteer ideeën en zeg: dit is speculatief, maar laten we ermee spelen. Zij nemen een speculatief idee en zeggen: dit is feit, dit ligt vast. En twee jaar later werpt iemand het omver; dan zeggen ze: oh, nee! Toch? We spelen allemaal ons eigen spel hier.”

Maar sommige mensen die uw boek hebben gelezen, willen misschien dat hun kinderen dyslectisch waren.

„Ik beantwoord die vraag in het boek: je zou dat niet moeten willen. De succesvolle dyslectici die ik aan het woord laat, zeggen ook dat ze dat niet zouden willen. Máár... Allemaal hebben wij, als leden van het menselijk ras, geprofiteerd van dat kleine deel van de mensen die geleden hebben onder verschillende typen tegenslag, en die hebben overwonnen.”

Is er wel bewijs dat die tegenslag hun latere prestaties mede heeft veroorzaakt?

„De mensen die deze dingen hebben meegemaakt zeggen van wel. Inderdaad, dat is geen bewijs, maar vervolgens kunnen we een plausibele bewijsvoering construeren om die gedachte te ondersteunen. Is het waterdicht, is het meer dan een observatie die tot nadenken uitnodigt? Nee. Zoals ik al zei, daar moet je je goed bij voelen.”

Dat is een nogal hoog intellectueel spel, dat u speelt.

„Nee. Ik denk dat veel van wat wij doen als mensen zich op dit niveau afspeelt. We proberen voortdurend te doen alsof er zekerheid is als die er niet is. Wat mij altijd fascineert is dat: onderzoek naar dingen die dokters doen en het bewijs ervoor. Voor veel wat dokters doen bestaat geen duidelijk bewijs dat het een positieve bijdrage levert aan iemands gezondheid.” Hij gooit zijn handen omhoog: „Zelfs de medische beroepsgroep heeft geen zekerheid! Waarom moeten non-fictieschrijvers die dan wel hebben? Als je alleen kunt spreken over gevallen waar absolute zekerheid over bestaat, dan kunnen we niet spreken! Maar hoe kom je uit een probleem als je er niet over praat? Ik denk dat je een héél groot ego moet hebben als non-fictieschrijver als je denkt dat je de waarheid aan het verkondigen bent.”

Ik denk dat de meeste non-fictieschrijvers dat wel degelijk denken. Of tenminste: kijk, lezer, dit is nu de ‘state of the art’ in de wetenschap.

„Tja, ik kan alleen voor mezelf spreken, maar ik vind dat nogal brutaal. En ik ben er niet in geïnteresseerd. Ik wil mensen aan het denken zetten. Trouwens, bij mijn boeken kun je misschien verward raken in de voorbeelden die ik gebruik, maar ik denk dat de kernideeën ervan niet controversieel zijn. Het kernidee van Blink was: je instinctieve indrukken zijn ongelooflijk krachtig – doe niet of ze niet bestaan. Het kernidee van Outliers was: niemand doet het alleen, al vertellen mensen verhalen over hun eigen succes waar hun vrienden en familie en het toeval uit verwijderd zijn. Het kernidee van dit nieuwe boek is dat we te snel conclusies trekken over wat een voordeel is. Veel van die controverse rondom mijn boeken doet niet ter zake, omdat ik iets heel simpels probeer te doen: gewoon mensen aan het denken zetten.

„Als ik de ideale vorm zou beschrijven die mijn werk kan aannemen, dan zou het die lezing van gisteravond zijn. Een krachtig idee nemen – over de legitimiteit van macht. Dat in een nieuwe context zetten en overbrengen op mensen die er niet noodzakelijkerwijs al eens over hadden nagedacht.”

Speelt de vorm, de muziek daar ook een rol bij?

„Absoluut! Als ik in een helverlichte collegezaal was opgekomen en uit mijn aantekeningen had voorgelezen, had niemand geluisterd. Maar door het op deze manier te doen... Wat mij betreft hadden The Staves – zij waren een tip van een vriend – nog wel meer mogen spelen. Muziek maakt mensen ontvankelijker voor het idee van een performance.

Zelfs de symboliek van a capella zingen, zonder begeleiding heeft een onbewuste boodschap die mensen voorbereidt op de lezing. Dit was in feite priming! Daar zou ik nog wel meer over willen nadenken.”

Iets voor een nieuw boek?

Hij lacht. „Wie weet. Maar voor nieuwe plannen is het echt nog te vroeg.”

Malcolm Gladwell: David en Goliath. De overwinning van de underdog. Vertaling Judith Dijs, Atlas Contact, 304 blz. € 19,95