Hobbyweek in de Tweede Kamer: race op de vierkante centimeter

Hobbyweek in de Tweede Kamer, de Justitiebegroting werd behandeld. Het enige moment in het jaar waarop de rechtsstaat als geheel op de agenda staat. En dus brak er vooraf de vertrouwde competitie uit om de beste lead, de stoerste invalshoek of het spectaculairste idee in de media. Je zou het ook Bromsnorweek kunnen noemen, want handhaven is en blijft in de mode. En zo verdrongen tientallen kleine vragen en ideetjes de grote. Met honderden miljoenen aan bezuinigingen op gevangenissen, vervolging, rechtsbijstand, reclassering en rechtspraak in het verschiet bleef het Kamerdebat de gebruikelijke verkenning van de vierkante centimeter door meestal vrij knappe dossierkenners. De ‘rechtsstaat’ als totempaal waar ieder zijn eigen klaagliedje zong.

De proefballonnenrace vooraf werd glansrijk gewonnen door de VVD-fractie. Parlementariër Malik Azmani riep het kabinet in de ene krant op ‘vaker’ EU-burgers uit te zetten die strafbare feiten plegen. En in de andere berispte hij asielzoekers die hem veel te vaak procederen. Zij moeten de uitslag van het hoger beroep voortaan in eigen land afwachten. Immers: „tijd rekkende” advocaten met financieel eigenbelang en „valse voorwendsels” bij de asielzoeker. Foort van Oosten (VVD) wilde volwassenen die ‘erotische chatgesprekken’ met minderjarigen voeren strafbaar stellen. Een ‘modernere’ zedenwet, alstublieft. De PVV wil het VN-vluchtelingenverdrag opzeggen: definitief afscheid van de morele lessen uit de Tweede Wereldoorlog dus.

Voor een betere rechtsbescherming kon ik terecht bij Ahmed Marcouch (PvdA). Hij wil dat het kabinet naar Brits voorbeeld een app introduceert, waarmee burgers online bijhouden waar en waarom de politie ze fouilleert. Dit om eventuele selectie op huidskleur te signaleren. Mij sprak het aan. In Nederland ontkent de politie het, maar elders wordt ethnic profiling juist gezien als oorzaak van grote spanningen tussen overheid en gekleurde burgers, die soms tot rellen leiden.

En er bestaan ook maatregelen tegen die hier onbekend zijn. In het Verenigd Koninkrijk krijgt iedere burger die wordt gecontroleerd na afloop een ‘stop and search slip’ mee, een bonnetje met een uniek nummer. Daarmee kan op het bureau worden gecontroleerd wie de agenten waren, wat de reden van de staande houding was, wat er werd aangetroffen en, nota bene, ‘your self defined ethnicity’. Op politiewebsites (bijv westmercia.police.uk) wordt dat aldus uitgelegd: „The ethnicity question helps community representatives make sure the police are using their powers fairly and properly. Iedere agent wordt er zo aan herinnerd wie ze aanhouden, van welke huidskleur en wat het resultaat was. Psychologisch en communicatief slim, zo’n stop-and-search slip.

En hierbij dan mijn bijdrage aan Hobbyweek: het alcoholslotprogramma, een gevalletje knevelarij van de burger. De politierechter in Alkmaar deed er op 2 oktober een opvallende uitspraak over (parketnummer 9602587013, niet gepubliceerd). Door het opleggen van het alcoholslot was volgens de rechter ‘een redelijke en billijke strafrechttoepassing niet meer mogelijk’. Controle door de rechter was dus uitgeschakeld. Dit gaat over machtsmisbruik. Een kwestie die de rechtsstaat in het hart raakt. Veel strafrechters elders in het land voelen zich ook klem gezet: niet-ontvankelijk verklaring van het OM zoals hier, is een zwaar en zelden gebruikt middel. De Hoge Raad laat het zelden toe. Maar de eenzijdig opgelegde (bestuurlijke) alcoholslotmaatregel is dan ook een uitglijder.

De staat heeft sinds kort wettelijk de mogelijkheid om automobilisten rechtstreeks te verplichten een alcoholslot in de auto te laten monteren: een startonderbreker met een blaaspijpje. En wel zonder tussenkomst van de rechter. De maatregel kan al worden opgelegd vanaf 1,3 of 1,0 promille (voor nieuwe chauffeurs), duurt twee tot vijf jaar en kost de bestuurder ongeveer 5000 euro aan administratie-, inbouw- en huurkosten. Wie weigert is zijn rijbewijs vijf jaar kwijt en kan gaan sparen. De staat stelt na vijf jaar namelijk alsnog deelname aan het alcoholslotprogramma als voorwaarde. Dat alcoholslot is dus een zeer stevige sanctie, waartegen alleen bezwaar bij de bestuursrechter kan worden gemaakt.

In Alkmaar ging het om een automobilist die door de Staat twee maal werd gepakt. Eén keer door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen dat zijn rijbewijs introk en het dure alcoholslot oplegde. En, een half jaar later, nog een keer door de officier van justitie die opnieuw straf eiste. Bij een promillage van 1 beginnen de boetes bij 600 euro. Is dat eerlijk, proportioneel, in verhouding? De betreffende bestuurder ontkende niet te hebben gedronken, maar wel te hebben gereden. Hij zou zijn auto alleen met de hand zijn eigen garage hebben ingeduwd. Juridisch wordt dat overigens beschouwd als ‘deelnemen aan het verkeer’.

De strafrechter heeft echter een fundamenteler bezwaar. De bestuurder is ‘op voorhand gedwongen’ aan het kostbare alcoholslot mee te doen. Terwijl het ‘niet ondenkbaar’ zou zijn dat de rechter anders over de feiten had geoordeeld dan de politie. De Staat heeft bovendien de feiten niet onderzocht, maar is meteen deze vergaande maatregel gaan uitvoeren, nog voordat de strafrechter de vraag of de feiten waren bewezen had beantwoord. De kansen voor de burger om zich überhaupt te verweren tegen het opleggen van het alcoholslot noemt de strafrechter ‘praktisch nihil’.

Kortom, knevelarij door de Staat, het buitenspel zetten van de strafrechter en het weigeren van effectieve toegang voor de burger tot het recht.

Ik geef het maar even mee, dit wangedrocht, ter reparatie in 2014.

De auteur is juridisch redacteur.