Europa pokert niet mee met de grootmachten

In 2007, toen Joelia Timosjenko premier was van de Oekraïne, probeerde een Europese zakenman er een contract te krijgen. Hij had lang genoeg in die regio gezeten om te weten dat je zonder smeergeld nergens komt. Toch liep de Oekraïense deal spaak. De reden was dat mevrouw Timosjenko, zegt hij, een torenhoge commissie vroeg. „Zoveel had ik nog nooit iemand betaald. Zelfs in Rusland niet.”

Afgelopen maanden was Timosjenko, die in 2011 door haar opvolger Viktor Janoekovitsj wegens corruptie gevangen werd gezet, pion in een machtsstrijd tussen Rusland en de Europese Unie. Rusland heeft de slag gewonnen. Europa staat, door onderlinge verdeeldheid en collectieve stuurloosheid, voor paal.

Op 28 november wilde de EU op een top in Vilnius een ‘associatieverdrag’ tekenen met de Oekraïne. Door meer samen te werken, wilden de Europeanen dit enorme land aan hun buitengrenzen stabieler, welvarender en zelfs democratischer maken. Dat is in het Europese belang. In ruil moest de Oekraïne onder andere mevrouw Timosjenko vrijlaten.

Rusland wilde die deal verhinderen. Het wilde Oekraïne in zijn invloedssfeer houden. Daartoe zet Moskou een Euraziatische Douane Unie op, een interne markt naar EU-model. Als Oekraïne niet mee zou doen, dreigden de Russen, ging de gaskraan dicht. Ze hadden de import van staal, chocola en andere producten al afgeknepen. Armenië, dat ook een associatieverdrag met Europa wilde, werd zo getreiterd door Moskou dat het een U-bocht maakte. Nu zit het in het Russische kamp. Moldavië en Georgië staan ook onder hevige druk, maar lijken te kiezen voor Europa.

Geopolitieke machtsstrijd wordt tegenwoordig met economische wapens uitgevochten. De Amerikanen komen via Amazon en Google wereldwijd aan informatie over iedereen. Daarom sluiten ze overal handelsakkoorden, om toegang voor die bedrijven te krijgen. Ook China doet aan economische poker. In Europa koopt het gestaag havens op. In Amerika vallen havens en waterwerken onder Defensie – buitenlandse bedrijven kunnen daar niet zo gemakkelijk bij komen. Waarom kan dat in Europa wel? Is dit strategisch slim? Waarom is hier geen debat over?

Het antwoord luidt, helaas, dat het Europa met 28 landen niet lukt enig politiek doel te formuleren. Dus kan het niet meepokeren met andere grootmachten. Het geval-Timosjenko illustreert dit. Oekraïne zit klem. Als Rusland vervelend ging doen, zou Kiev verder in de financiële problemen komen. Dus wilde Janoekovitsj Timosjenko alleen voor ‘revalidatie’ naar een Duits ziekenhuis laten gaan als Europa met compensatie kwam voor het verlies van de Russische markt.

Officieel kon Europa niets bieden: het corrupte Oekraïne voldoet niet aan de EU-criteria. De helft van de EU-landen, de ‘oude’ EU, zei: laten we soepel zijn en Kiev economisch iets bieden. De andere helft, vooral voormalige Oostbloklanden, weigerde dat. Janoekovitsj zag die verdeeldheid, en concludeerde dat hij van Europa niet op aan kan.

Het hele Europese buurlandenbeleid is nu op zijn gezicht gegaan. Gezanten reisden afgelopen dagen koortsachtig tussen Kiev en Europese hoofdsteden. Het enige wat niemand deed, was praten met Poetin. De relaties met hem zijn slecht. Op toppen, tweemaal per jaar, sommen Europese leiders klachten op over Russische mensenrechten, visabeleid, etcetera. Technische dingen. Regeldingen. Het probleem is politiek, natuurlijk. Maar daar spreekt niemand met Poetin over. Want als er aan Europese kant geen consensus is, wat moeten we dan tegen hem zeggen? En wíe moet het hem zeggen? Zonder één buitenlandse politiek struikelt Europa van afgang naar vernedering.

Caroline de Gruyter schrijft op deze plek elke week over Europa en politiek.