Een avonturier die geen twijfel kent

Jonge Noor Magnus Carlsen (22) is de nieuwe wereldkampioen na zege op Indiër Vishy Anand

Foto AP

Het was verwacht dat Magnus Carlsen de nieuwe wereldkampioen zou worden. Zelden in de schaakgeschiedenis was er een tweekamp waarin de uitdager zo sterk de favoriet was, en de zittende wereldkampioen, in dit geval de Indiër Vishy Anand, zo duidelijk de underdog.

Vrijdag besliste de Noor de strijd om de wereldtitel in de Indiase stad Chennai, door in de tiende partij remise te spelen. De eindstand kwam daarmee op 6,5-3,5.

Carlsen was nummer één op de wereldranglijst en dat was hij al sinds het begin van 2010, toen hij nog maar negentien jaar was. Hij had de afgelopen jaren bijna elk toernooi gewonnen waaraan hij deelnam.

Er kon tegen worden ingebracht dat Anand veel ervaring had met tweekampen, maar dat was een mager argument. Je kreeg vaak de indruk dat Anand zelf ook dacht dat hij gedoemd was om te verliezen. Op de persconferenties vlak na de partijen bleek hij vaak te pessimistisch over zijn stellingen. „Hier stond ik al verloren”, zei hij dan, maar na nader onderzoek door het puikje van de schaakcommentatoren bleek dat vaak sterk overdreven te zijn.

Carlsen, het wonderkind dat op zijn dertiende al grootmeester werd, is nog maar 22 jaar. Het is geen absoluut record, want Garry Kasparov was een paar maanden jonger toen hij in 1985 wereldkampioen werd. Het suggereert wel dat Carlsen nog heel lang de schaakwereld kan domineren, net zoals Kasparov dat twintig jaar heeft gedaan.

Carlsen is ook de eerste schaakwereldkampioen uit West-Europa sinds Max Euwe in 1935 Alexander Aljechin versloeg. Zoals Euwe toen een nationale held werd in Nederland, zo is Carlsen dat nu in Noorwegen. Tijdens de match tegen Anand spijbelden kinderen van school en brave werknemers keken op hun computerschermen niet naar de bedrijfsresultaten, maar naar zijn partijen. Alle schaakspellen in de spellenwinkels van Oslo waren uitverkocht en jongelui, gewend aan snel gedwarrel en gedartel, die op de Noorse televisie tientallen minuten lang Carlsen en Anand onbeweeglijk aan hun bord zagen zitten, noemden het ‘ongelofelijk opwindend en vol spanning’.

Hoe doet Carlsen het? Er wordt vaak gezegd dat hij een nieuw hoofdstuk in het schaken zal schrijven, met nieuwe ideeën. Dat vertrouwen komt ook doordat het nog raadselachtig is wat zijn ideeën precies zijn. Bij andere wereldkampioenen, zoals vroeger Kasparov en later Anand en Vladimir Kramnik, kon je het zien. Grote concepties, vaak vanuit de opening, die lijnrecht naar een doel leidden. Carlsen lijkt meer van zet naar zet te spelen.

Hij is niet iemand, zoals bijna al zijn concurrenten, die met de computer populaire openingsvarianten tot de twintigste zet uitpluist. Hij wil een speelbare stelling bereiken, dat is genoeg. Het betekent niet dat hij geen tijd besteedt aan de studie van de openingen, maar hij doet het anders.

Fabiano Caruana, zesde op de wereldranglijst, zei dat Carlsen er heel goed in is om openingsvarianten uit te zoeken die onprettig zijn voor zijn tegenstanders. Hij bestudeert die tegenstanders en weet wat ze niet lusten.

Toen aan Carlsen werd gevraagd wat hij daarvan dacht, zei hij: „Fabiano is een sterk schaker en een slimme jongen. Er moet wel wat inzitten als hij dat zegt.”

Na de opening komen het middenspel en het eindspel, waarin Carlsen excelleert. Hij is nooit bang en wordt nooit door de splijtzwam van de twijfel aangeraakt. Hij heeft eindeloos geduld, trekt en duwt, en weet vaak water uit de rotsen te slaan.

Dat alles zou niet tot zijn grote successen kunnen leiden als er niet een geweldige rekenkracht achter zat. Hoewel Carlsen minder dan zijn concurrenten vertrouwt op openingsvoorbereiding met de computer, doet zijn manier van spelen wel een beetje aan een computer denken. Spelen van zet tot zet en niet met grootse strategische concepties. Zelden een concrete rekenfout maken.

Om een voorbeeld te geven van zijn rekenkracht: afgelopen donderdag in de negende partij tegen Anand was hij haarscherp net op tijd om met een dameoffer te voorkomen dat hij mat werd gezet. Hoe lang van tevoren moet Carlsen dat al hebben berekend? Erg lang.

Volgend jaar moet hij zijn wereldtitel alweer verdedigen in een nieuwe tweekamp tegen de winnaar van het kandidatentoernooi dat in maart in de Siberische stad Chanty-Mansiysk wordt gehouden. Daar zijn drie prominente vertegenwoordigers van de oudere generatie, de oud-wereldkampioenen Anand, Kramnik en Topalov, en een leeftijdgenoot van Carlsen, Sergei Karjakin. De enige van hen die ik een kleine kans geef tegen Carlsen is Vladimir Kramnik.

Op de lange duur moet een bedreiging voor Carlsen van de jongeren komen. Behalve Karjakin is er de Amerikaans-Italiaanse Caruana, 21 jaar, of misschien de Nederlandse nummer één Anish Giri, 19 jaar en de jongste van de toptwintig van de wereld. Maar behalve jonger dan Carlsen zijn die twee ook nog een stuk slechter dan hij. Het kan nog lang duren voor Magnus Carlsen onttroond wordt.