Dwaalspoor op zak

Sinds Wim Köhler zijn gps meeneemt, verdwaalt hij nog prettiger.

Illustratie Ingrid van Halteren (Foto Hans en Grietje: Mario Pfeifer / Kinderfilm GmbH 2006)

Verdwalen gaat het lekkerst als er een gps mee gaat. Dat ontdekte ik zo: „Ik vind dat we een gps moeten kopen. Voor het wandelen.” „Waarom?” zei ik. „We verdwalen zo vaak.”

„Verdwalen? We verdwalen nooit!”

„Je weet soms een kwartier lang niet waar we zijn.”

In deze klassieke man-vrouwdiscussie van iemand met en iemand zonder richtingsgevoel had zij gelijk. In Nederlandse bossen met hun rechthoekige wegenpatroon en eendere kruispunten was er vaak twijfel. Trouwens, ook in de bergen wist ik soms niet zeker of de beek waar we tegenaan liepen op de kaart de ene of toch de andere was. Met lichte tegenzin accepteerde ik het gps-machientje.

Dat was vijf jaar geleden en nu wil ik niet meer zonder. Het wandelen is een stuk plezieriger. Zien we nu een zijweggetje dat mooier oogt dan het pad waarop we lopen, dan kijken we elkaar eens aan, slaan af en bekijken wat er te zien is. Vóór het gps-tijdperk hielden mijn postduivenhersenen dan ijverig bij waar de zon stond, welke richting we eerst gingen en waar we heen wilden.

Nu pakken we na een half uur dwalen de gps, zien waar we zijn, waar we gelopen hebben en hoe we verder kunnen.

Alles wat voor dit dwaalgenot nodig is, is een weerbestendig gps-apparaat, geladen met een gedetailleerde kaart waarop ook de kleinste wandelpaadjes staan. Reken op 150 tot 450 euro voor het apparaat en 100 euro of meer voor een kaart van bijvoorbeeld Nederland, die op een SD-geheugenkaartje wordt geleverd.

Een paar jaar lang kon je onbekommerd enthousiast zijn over die deal. Maar nu reageert de smartphonebezitter: „Ik gebruik GoogleMaps. Gratis. Daar kom ik ook mee thuis”.

Het passende antwoord is: „Het gaat niet om het doel, het gaat om de weg.” De topografische kaarten voor wandel-gps’en zijn veel preciezer dan GoogleMaps. Helemaal onbruikbaar is de kaart die Apple op iPhones en iPads levert. Apple háát zandwegen.

Er zijn meer bezwaren: een smartphone moet bereik hebben, in het buitenland betaal je je (nu nog) blauw aan dataroamingkosten, de batterij is snel leeg en iedereen kan je onderweg bellen.

Sinds een paar maanden ligt er een nieuwe beer op de weg naar de aanschaf van een gps speciaal voor wandelen of fietsen: de app Topo GPS. Voor 3,59 euro heb je de nieuwste topografische kaart van Nederland op je smartphonescherm. Geef een adres op en Topo GPS zet met een lijntje – ook over bospaden – de kortste route voor je uit, van hier naar dat adres. Daar kan onze inmiddels antieke gps niet aan tippen. Die kent geen straatnamen.

Het lijkt tijd voor een upgrade. Begin deze maand kwam een nieuwe gps-kaart voor de Benelux uit. Die kent wel straatnamen. Het is net zo’n mooie kaart als Topo GPS, maar hij werkt niet lekker op ons verouderde apparaat. Stappen we voor een honderdvoudig bedrag over op een nieuwe en duidelijk betere gps? De huiselijke discussie gaat die kant op. Prettig verdwalen heeft zijn prijs.