Diepe kloof arm en rijk op klimaattop

Bij de onderhandelingen in Warschau over een nieuw klimaatverdrag is maar weinig vooruitgang geboekt.

Op de klimaattop in Warschau, die vrijdag werd afgesloten, is de verdeeldheid eerder groter dan kleiner geworden. Een cynicus zou kunnen zeggen dat de top juist op een gunstig moment plaatsvond: net nadat de tyfoon Haiyan op de Filippijnen had getoond wat de wereld mogelijk te wachten staat bij toekomstige klimaatverandering. Menigeen hoopte dat dit een waarschuwing was die de deelnemende landen zou aanzetten tot grotere voortvarendheid.

Maar het tegendeel gebeurde. Nadat de Filippijnse onderhandelaar Naderev Yeb Saño vorige week een krachtig pleidooi had gehouden om nu echt haast te maken met een akkoord – dat in 2015 in Parijs moet worden afgerond – ontstond een welles-nietesdebat over ‘loss and damage’, verlies en schade. Dat onderwerp werd op de klimaattop van vorig jaar officieel op de agenda gezet.

Ontwikkelingslanden houden de rijke landen verantwoordelijk voor de huidige opwarming. Dus moeten zij opdraaien voor de schade die klimaatverandering aanricht. Arme landen willen dit als een derde thema in het nieuwe klimaatverdrag opnemen, naast de reductie van broeikasgassen en aanpassing aan klimaatverandering.

Met name de Verenigde Staten en Australië voelen daar niets voor. Als ‘loss and damage’ apart wordt behandeld, zo vrezen zij, zal dat leiden tot een eindeloos getouwtrek over schuld en boete. En welke natuurrampen moeten dan aan klimaatverandering te worden toegeschreven?

De VS willen best over dit thema praten, maar alleen als onderdeel van de discussie over het klimaatfonds. Dat fonds, waarvoor vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar (ongeveer 74 miljard euro) beschikbaar zou moeten zijn, is bedoeld om arme landen te steunen bij de ontwikkeling van een ‘koolstofarm’ energiebeleid en bij aanpassingen aan een veranderend klimaat. Het fonds wordt nog verder opgetuigd, maar het geld is tot nu toe lang niet toereikend. En over extra geld valt met de VS niet te praten. „De financiële realiteit van de VS en andere ontwikkelde landen laat dat niet toe”, zei de Amerikaanse onderhandelaar Todd Stern vorige maand.

Zo lijkt op de top in Warschau de kloof tussen arme en rijke landen alleen maar dieper geworden. Er zijn vage compromissen gesloten, er is een akkoord over het voorkomen van ontbossing, maar het onderlinge wantrouwen is gebleven. Japan kwam in Warschau terug van de eerdere belofte om zijn broeikasgassen in 2020 te reduceren met 25 procent ten opzichte van 1990. De sluiting van de Japanse kerncentrales na de ramp bij Fukushima dwingt het land nu tot een veel beperktere reductie: 3,8 procent, maar dan ten opzichte van 2005 – wat neerkomt op een toename van de uitstoot met 3,1 procent ten opzichte van 1990.

In Australië dreigt de nieuwe, centrum-rechtse premier Tony Abbott het beleid van de vorige regering terug te draaien die via een belasting en emissiehandel de uitstoot van broeikasgassen wilde terugdringen. Abbott mikt nu op nieuwe (deels nog niet functionerende) technologie om kooldioxide op te slaan. Wetenschappers van Climate Action Tracker hebben berekend dat dit neerkomt op een toename van de uitstoot met 12 procent in 2020 (ten opzichte van 2000), in plaats van de beloofde reductie met 5 procent.

Uitgerekend de VS drongen op de valreep bij andere landen aan om snel openheid van zaken te geven over de voorgenomen reductie van broeikasgassen. Die boodschap was vooral gericht aan China, dat treuzelt met zijn cijfers en vindt dat het als ‘ontwikkelingsland’ niet aan dezelfde eisen hoeft te voldoen als de rijke landen, hoewel het inmiddels de grootste vervuiler is.

Intussen is de concentratie van broeikasgassen hoger dan de afgelopen 800.000 jaar en stijgt die nog steeds. De rijke landen zijn daarvoor al lang niet meer alleen verantwoordelijk. Sinds kort komt iets meer dan de helft van alle broeikasgassen van ontwikkelingslanden (vooral dank zij opkomende economieën als China, India en Brazilië). En rond 2020 zullen de zogeheten ‘historische emissies’ – alle broeikasgassen die landen sinds de negentiende eeuw in de atmosfeer hebben gebracht – van alle ontwikkelingslanden samen hoger zijn dan van de geïndustrialiseerde landen.

Op de jaarlijkse klimaatconferenties mag de kloof tussen arme en rijke landen dan groter zijn geworden. Maar die kloof wordt door de werkelijkheid in snel tempo ingehaald.