Die wet creëerde vechtscheidingen

Vechtscheidingen nemen toe sinds ouders het recht hebben de opvoeding half-om-half te delen. Het is beter om meteen na de scheiding de oude zorgverdeling voor een jaar te handhaven. Zorgtaken moeten ook bij iemands karakter passen, menen Liesbeth Groenhuijsen en Nanneke Quik.

foto Thinkstock

Alleszins redelijk, zo zou je onze wetten voor gescheiden ouders kunnen kwalificeren. Sinds 1998 houden zowel vader als moeder het gezag na een scheiding en vanaf 2009 hebben hun kinderen het recht om gelijkwaardig door beide ouders verzorgd en opgevoed te worden. Beide wetten zijn bedoeld om voor het kind iets goeds te doen. Deels lukt dat ook. Minder kinderen dan voor 1998 verliezen na de scheiding het contact met een van de ouders. Maar een onbedoeld neveneffect is dat het aantal vechtscheidingen toeneemt.

Slecht nieuws, want vechtende ouders zijn niet goed voor kinderen. Uitwassen waarbij zelfs doden vallen worden met afschuw besproken. Daarnaast is er leed bij andere scheidingskinderen. De resultaten van onderzoek worden lang niet altijd benut en een gedegen psychologische analyse van wat ouders en kinderen werkelijk overkomt ontbreekt vaak.

Vechten om je kind leidt alleen maar tot ontwikkelingsschade. Voor je kinderen moet je niet vechten maar vrede stichten. Onderstaand een aantal overwegingen waarom dat zo moeilijk is. Om tot verbeteringen te komen is het nodig om buiten de vaste kaders te zoeken naar oplossingen, in de donkere uithoeken van menselijk leed. We geven een aanzet.

In geen enkele juridische tekst gaat het over liefde en geluk. Maar wel in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het kind. Niet als luxe, maar omdat de ontwikkeling van kinderen ervan afhangt. Ook Nederland heeft het verdrag geratificeerd.

Uit een indrukwekkende hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek is een ding heel duidelijk geworden: kinderen lopen schade op als hun ouders langdurig vechten. Ouders moeten vrede stichten door te overleggen. De wet draagt bij aan die vrede door het ouderschapsplan verplicht te stellen.

Een goede zaak. Ouders moeten samen ouder blijven en samen opvoeden. Maar ondanks die wet, ondanks een grote hoeveelheid wetenschappelijk bewijs dat vechten schadelijk is, neemt het aantal vechtscheidingen toe, ten koste van de kinderen. Kinderen uit een opgebroken gezin doen het vaak slechter op school, worden vaker depressief, hebben later vaak minder goede banen en hebben een tweemaal zo grote kans om later zelf te scheiden.

Deze effecten worden versterkt door aanhoudende conflicten tussen de ouders. Konden die mensen maar, zoals in hun fantasie, als vrienden uit elkaar. Dat lukt zelden. Het helpt niet als rechters en hulpverleners maar blijven herhalen dat ze in het belang van hun kinderen constructief moeten overleggen en elkaar als ouder moeten blijven waarderen.

De oplossingen liggen ergens anders. Ouders voelen zich machteloos, ze zijn als de dronken man die onder een lantaarn zoekt naar zijn sleutels, maar ze niet vindt. Heeft hij ze daar dan wel verloren? Nee, dat niet, maar daar is het licht en in het donker verderop is het lastig zoeken. Dan vind je dus niks. Ouders en degenen die hen bijstaan zoeken nog altijd in het lichte gebied van de redelijkheid, maar we kunnen er niet omheen om ons in het donker te begeven.

Wat gebeurt er in die donkere hoeken van de menselijke geest bij een scheiding? Daar woedt een storm van verlies, verdriet, krenking, zorg om de toekomst, geldzorgen. En die storm blaast op volle kracht in de richting van woede en niet in de richting van redelijkheid en verzoening.

We weten heel goed wat er nodig is om woede na verlies te kunnen beheersen: rust, tijd en het vermijden van confrontaties totdat je weer een beetje jezelf bent. Na een scheiding krijgen ouders de tijd niet om te verwerken, want er moet meteen van alles worden geregeld en vooral ook overlegd. Beide ouders zijn ten diepste bang dat ze hun kind kwijt raken aan de ander. Dan ga je vechten.

Na een scheiding krijgt ‘vechten voor je kind’ soms een onvoorspelbaar kantje. De ouder die zijn kind na scheiding wil beschermen tegen een psychisch labiele of alcoholverslaafde andere ouder, loopt het risico beschuldigd te worden van lastercampagnes of oudervervreemding. Lastig. Want de ouderlijke plicht om te beschermen blijft bestaan: als er echt iets aan de hand is moet je voor je kind vechten, anders ben je een slechte ouder die zijn kind in gevaar brengt. Vechten of niet vechten? In beide gevallen is er kans dat je in de beklaagdenbank belandt en dat het kind niet wordt beschermd.

Geheel onbedoeld draagt de wet bij aan langdurige oorlogvoering door gelijkwaardige verdeling van zorg als norm te nemen. Hoewel de wet niet de term ‘gelijk’ noemt, wordt door ouders de ‘gelijkwaardigheid’ vaak opgevat als hun recht om de helft van de tijd voor het kind te zorgen. En wel meteen. Dat is begrijpelijk. Immers: in de identiteit van veel volwassenen is het feit dat zij ‘ouder’ zijn een belangrijke pijler. Het verlies van (een deel van) de rol als ouder is onverdraaglijk en leidt tot diep verdriet en ontreddering. Het ‘belang van het kind’ wordt daarmee verengd tot evenveel tijd doorbrengen bij beide ouders.

In werkelijkheid betekent dat belang dat het kind zich moet kunnen ontwikkelen. Beide ouders zijn daarbij nodig, maar het kind moet dan wel opgroeien in een sfeer van liefde en geluk. Meteen na een scheiding lukt dat vaak niet. Gezamenlijk ouderschap na scheiding moet worden geleerd. Beide ouders moeten eerst hun verlies verwerken en dan zichzelf als ouder in een zorgverdeling opnieuw uitvinden: als individu, zonder steun van de andere ouder, als vader en moeder tegelijk.

Ouders moeten fysiek gevaar afwenden voor het kind, maar ook emotionele ontreddering of overvragen voorkomen. Afhankelijk van de leeftijd betekent dat soms een permanente aanwezigheid van de ouder, daarna juist stabiel op de achtergrond zijn, regels stellen zodat het kind gedoseerd zelfstandig kan worden. Naast veiligheid gaat het om continuïteit.

Goede ouder zijn na scheiding betekent dus zeker niet altijd alles door de helft. Psychologisch gezien betekent gelijkwaardigheid voor het kind dat het van allebei de ouders mag blijven houden en van hen mag blijven leren. Soms ben je met jouw persoonlijke mogelijkheden en situatie de beste ouder door bijna alle dagen voor hem te zorgen, soms kun je jouw sterke kanten het beste waarmaken door het kind minder te verzorgen. De voorwaarden veiligheid en continuïteit eisen dat het aantal veranderingen vlak na scheiding niet te groot is. Op en neer reizen, wonen in twee huizen, veranderde opvoeders? Het is voor sommige kinderen teveel ineens.

Het American Law Institute kwam enige tijd geleden met een mogelijke oplossing: geef ouders een bepaalde periode de tijd om er samen uit te komen. Lukt dat niet, dan wordt de zorgverdeling zoals die voor de scheiding bestond de leidraad. Wij zouden daar aan willen toevoegen: laat in het jaar na de scheiding de basisvoorwaarden voor ontwikkeling, te weten veiligheid en de continuïteit heel. Dat betekent: de zorgverdeling blijft zoals die altijd al was, het kind blijft, indien mogelijk in zijn huis, op zijn school.

Het aantal bijkomende veranderingen en het wennen aan een ander levensritme blijft dan beperkt. Het kind behoudt de relatie met beide ouders op basis van die zorgverdeling. De veelgehoorde klacht dat de moeders altijd voorrang zouden hebben wordt geneutraliseerd: beide ouders verdelen hun zorg al tijdens huwelijk, dat is hun eigen keuze, die vorm wordt de leidraad. Dat biedt veiligheid en continuïteit, in de periode waarin het kind moet kunnen verwerken wat hem is overkomen. De voortdurende druk op de ouders die nu zo vaak de spanning verhoogt, wordt vermeden. Aan het einde van dat jaar kan dan bezien worden hoe een ieder de stormen heeft doorstaan en zal er meer ruimte zijn om verder te overleggen.

In rust kunnen beide ouders dan bedenken wat zij het kind kunnen bieden. Elke ouder heeft immers sterke en minder sterke kanten. Dat is vaak ook de basis waarop je elkaar ook uit hebt gekozen: je vulde elkaar aan.

Als je daar vanuit blijft gaan, houdt het kind zijn twee ouders. Bijvoorbeeld: moeder was altijd al wat overbezorgd, vader wat nonchalant, minder strikt met bedtijden en huiswerk, maar bood wel leuke en spannende dingen. Regel het dan zo dat de tijd dat er vooral zorg nodig is zich voornamelijk afspeelt bij moeder en dat vader de (over)bezorgdheid van moeder kan compenseren zonder dat het kind daardoor te laat op school of club komt. Juristen en gedragswetenschappers moeten de handen ineenslaan om dat te regelen.

Vaders en moeders zouden niet pas na de scheiding gelijkwaardig voor hun kinderen moeten zorgen maar daar al voor de scheiding mee kunnen beginnen. Dan is er na de scheiding meer continuïteit. Het zou niet alleen de kinderen maar ook de emancipatie van mannen en vrouwen ten goede komen.

Als het kind stabiel is en de situatie rustig, dan zien we veel kinderen uitstekend gedijen in hun twee huizen. Maar het op en neer reizen tussen twee vijandige kampen met hun rugzakje als volle bepakking? Daar wordt geen kind beter van.